Een van de weinig overgebleven boerderijen in de Deventer uiterwaarden is de Johannahoeve. Ingeklemd tussen de Bolwerkersweg en de Wilpsedijk ten zuidwesten van Deventer is dit de omgeving van Arnold Klunder. Op de hoeve waar hij opgroeide, runt hij nu met zijn zoons melkveehouderij B®oertjes Klunder. ‘Zo weids als het nu voor onze boerderij is, was het vroeger niet.’

Het boerenbedrijf was en is nog steeds een nadrukkelijk onderdeel van het Deventer landschap. Was dat eerst in de stad, later verschoof dat naar het buitengebied. De Deventer uiterwaarden zagen er na de Tweede Wereldoorlog heel anders uit dan nu. Dat was toen veel meer agrarisch met akkers, weilanden en vele keuterboertjes. De IJssel was smaller en kronkelde meer door het landschap.

 

 

Na de oorlog
Zo weet ook Arnold Klunder. Zijn roots en die van boerderij de Johannahoeve liggen in de Schoolstraat in de stad Deventer. Daar had zijn opa tot 1945 een stadsboerderij, die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door bombardementen werd vernield. Het duurde tot 1948 tot opa zijn intrek kon nemen in een met Marshallhulp gebouwde Wederopbouwboerderij. Dat was de Johannahoeve (vernoemd naar zijn oma) in de uiterwaarden ten zuidwesten van Deventer ingesloten tussen de Bolwerkersweg en de Wilpsedijk. ‘Toen mijn vader hier in 1948 begon, had je achter deze meidoornstruiken tot aan waar nu de Wilpsedijk ligt, zo’n tien keuterboeren, die op de weilanden van 0,5 tot 1,5 hectare tien tot vijftien koeien lieten grazen. Meestal hadden ze ook nog wat akkerbouw. Die keuterboeren hadden geen boerderij, maar woonden op de Steenenkamer of in de stad. Mijn opa en mijn vader begonnen in 1948 met 20 hectare en 24 melkkoeien, waarmee ze veruit de grootste waren,’ vertelt Arnold.

 

‘Volgens onderzoek zijn onze meidoorns meer dan 250 jaar oud’

 

Jaren vijftig/zestig
We gaan met Arnold terug naar zijn kindertijd. En dan hebben we het over eind jaren vijftig begin jaren zestig. Speelgoed of TV was er niet. ‘We speelden in het landschap. Nu bestaat het landschap voor en achter onze hoeve uit weiden, akkerland en hagen. Zo weids als het nu voor onze boerderij is, was het 76 jaar geleden niet. Voor onze boerderij lag een grote boomgaard, die er al was toen de Johannahoeve nog gebouwd moest worden. Tijdens het bombardement aan het eind van de oorlog is deze boomgaard op 1 appelboom na, verwoest. En die ene appelboom staat er nog steeds en is meer dan 100 jaar oud en beeldbepalend voor de Johannahoeve. De IJssel was toen wel een stuk minder breed en de Wilpsedijk was geloof ik zestig jaar geleden een meter lager. Verder is er niet veel veranderd aan het landschap rondom de hoeve. Ik zal je vertellen, de glooiing van de oude IJssel (toen die nog een andere loop had) zie je nog terug in de weilanden. Ik weet niet anders dat dat weidelandschap werd doorbroken door kilometerslange meidoornhagen. Volgens onderzoek zijn onze meidoorns meer dan 250 jaar oud. Die meidoorn loopt helemaal door naar de Schoenmakershoeve en aan de andere kant van onze boerderij liep die door naar het puinweggetje naar de Bolwerkersweg.’

 

 

Dubbelstad
Het Deventer Landschap had er heel anders kunnen uitzien als de plannen voor Deventer Dubbelstad waren doorgegaan. In 1959 publiceerde de gemeente Deventer het plan Deventer Dubbelstad. Daarin zou Deventer door middel van een sprong over de IJssel uitgroeien tot een stad van 250.000 inwoners. ‘Daar kregen wij ook mee te maken’, vertelt Arnold. ‘Want beging jaren zestig werden de pachters van wie het contract afliep de pacht opgezegd. Die gronden kwamen toen allemaal braak te liggen in afwachting van het verloop van de Dubbelstad. Daarin werden ook de Steenenkamer en de Worp betrokken. Deventer zou hierdoor uitgroeien naar zo’n 250.000 inwoners. Hoe anders zou het hier dan hebben uitgezien’, zegt Arnold. ‘Wij zouden moeten verkassen En daar waren toen vergevorderde plannen voor. Mijn vader kreeg het aanbod naar Groesbeek te verhuizen. Maar dat was geen optie’, vond mijn vader. De Dubbelstad werd in 1968 afgeblazen. Even is er toen gespeeld met het idee om de gemeente Diepenveen in te lijven. Dat lukte niet, maar wat wel lukte was om Colmschate te annexeren. In 2000 werd alsnog de gemeente Diepenveen toegevoegd aan Deventer. En in 2005 kwam de gemeente Bathmen er ook bij.

 

 

Aanleg E8
‘Een ingrijpende verandering aan de Deventer uiterwaarden was de aanleg van de E8/A1 vanaf 1968. Mijn buurman Venink van de Schoenmakershoeve zei in dat jaar: “dit is de laatste keer dat ik hier het grasland aan het maaien ben. Er komt hier een weg en een brug over de IJssel. Dit om de Rijksstraatweg en de Wilhelminabrug te ontlasten”. Ik kon me daar toen als puber van 17 jaar niets bij voorstellen.’ Arnold laat een oude foto zien waarop je de werkzaamheden aan de brug over de IJssel op een grote afstand kunt zien. Deze brug was onderdeel van de nieuwe snelweg E8/A1 waarvan in de jaren 70 het deel tussen Deventer en Hengelo werd gerealiseerd.   

Pothoofd
Nog een grote verandering vond plaats aan het Deventer aangezicht. In de 20ste eeuw was het Pothoofd een haven met overslagbedrijven, pakhuizen en vele bedrijfjes. Er werden granen, kunstmest en dergelijke gelost. Het Pothoofd veranderde vanaf eind jaren zestig langzaam tot wat het nu is. In 1969 verdween de overslagactiviteit op het Pothoofd. ‘Op grote afstand konden we dat waarnemen. De loskranen van het Deventer Overslagbedrijf zijn afgebroken en zijn nog steeds te zien in Doesburg, als industrieel erfgoed.’
Tot het jaar 2000 was er bedrijvigheid met vele kleinere bedrijven op het Pothoofd. Die bedrijven zijn gesloopt, als laatste vertrok autobedrijf Pouw. Het uitzicht op Deventer veranderde echter drastisch toen in 2005 aan het Pothoofd moderne torenflats verschenen met 173 luxe appartementen. Nu nog steeds beeldbepalend. Verder herinnert Arnold zich dat ook in de jaren zestig van de vorige eeuw een groot herenhuis plaats maakte voor de Schippersflat.

 

 

Weidevogels
Door verkeerd bemesten, bestrijdingsmiddelen maar vooral door de droogte, zijn de weidevogels de afgelopen tien jaar bijna verdwenen uit ons landschap. De Tureluur, Veldleeuwerik, Grutto, Scholekster en Kievit, je ziet ze nu bijna niet. Met de aanleg van twee (een derde komt er) zogeheten plasdrassen in zijn weilanden hoopt Arnold dat deze weidevogels weer terugkomen. ‘Voor elke plasdras hebben we stukken gras afgegraven die we met een waterpomp, die draait op zonnepanelen, drassig houden. In 2016 telden we hier 25 paartjes weidevogels. Nu met deze plasdras hoop ik ze weer terug te krijgen. Vorig jaar hadden we alweer 6 paartjes grutto’s, 2 paren tureluurs en 12 paartjes Kieviten. Ik hoop en verwacht dat we dit jaar op het dubbele uitkomen.  Mijn buurman Velderman heeft sinds kort ook een plasdras aangelegd. En die willen we verbinden met onze plasdras zodat je een geheel krijgt.’

 

Fotografie: Viorica Cernica