Met de restauratie van de Coberco-schoorsteen aan de Harderwijkerstraat krijgt de zuivelindustrie in Deventer en omstreken de erkenning die het verdient. In het gezin van Gerrit Pakkert speelde de zuivelfabriek in Bathmen een belangrijke rol. Zijn vrouw Janny en zoon Geert halen herinneringen op. ‘Als je verkouden was ging je neus vanzelf open door die dampen.’
‘Het was echt ‘zijn’ fabriek! Gingen we naar een verjaardag of op visite, dan toch eerst even naar de fabriek om te zien of alles in orde was.’ Zoon Geert vervolgt moeder Janny: ‘Als kleine jongen ging ik op zondag al met vader mee als hij de machines controleerde.’ Aan het woord zijn Janny en Geert, echtgenote en zoon van de in 2017 overleden Gerrit Pakkert, die vanaf 1954 tot de sluiting van deze fabriek werkzaam was bij de zuivelfabriek Coöperatie IJsseldal in Bathmen, later Coberco.

Op de keukentafel van Janny liggen stapels fotoboeken, krantenknipsels en ander aandenken van de zuivelfabriek en het werkzame leven van Gerrit Pakkert. Onder genot van koffie en koek vertellen Geert en Janny honderduit over Gerrit. ’Het leek of hij met de fabriek getrouwd was, maar ik heb er nooit over gemopperd hoor’, zegt Janny. ‘Het was natuurlijk een andere tijd, een werkweek van maandag tot en met zaterdag. De man buitenshuis aan het werk en de vrouw hield thuis alles draaiende.’
Het Battumse boterkanon
Geert geeft meer detail: ‘Vanaf zijn start bij de fabriek werd Gerrit ingewerkt als machinist van de stoomketels en stoommachine. Vele jaren was hij ook de enige technische man. Of het nou elektrisch of mechanisch was, hij zorgde dat het productieproces gaande bleef.’ Geert wijst op een aantal foto’s van een enorme botermassa die uit één kant van een machine komt, nadat er aan de andere kant aangezuurde melk inging. ‘Dat ging constant door. Deze boterbereidingsmachine noemen ze in de volksmond “boterkanon”. Bathmen had daarmee landelijk de primeur! In grote hoeveelheden werd de boter daarna verpakt in kisten en later in dozen. Indrukwekkend om te zien en dat vonden meer mensen. Op de foto’s veel belangstellenden, allemaal heren. ‘Mijn vader is meegegroeid met de techniek en de fabriek in Bathmen.’
“Op zondag ging hij ook altijd even naar de fabriek. De productie lag dan stil en dan kon je goed horen of er lekkages waren”
Het was ook de tijd dat er veel ontwikkelingen waren. Ieder boerendorp, ook Bathmen, kende begin van de twintigste eeuw een zuivelfabriek die met hand- of paardenkracht werkte. In de naoorlogse jaren zijn de zuivelfabrieken meer samengegaan en flink gemoderniseerd. In Bathmen is in 1947 een stoommachine geplaatst.

Een boterbriefje in 1962
Gerrit is als jongen van een jaar of 17 gaan werken in de fabriek. Janny vertelt: ‘Was hij daar net aan het werk, toen hij werd opgeroepen om het land te gaan dienen in militaire dienst. De directeur van de fabriek zei “Ben je bedonderd… de boeren krijgen allemaal vrij van dienst voor het werk op de boerderij … jij ook, daar zorg ik voor.” Fijn dat dit gelukt is! Ik kende Gerrit eigenlijk al mijn hele leven. Bathmen was niet zo groot. Ik woonde op een boerderij aan de andere kant van het dorp en moest boter halen op de fabriek. Zo is onze verkering eigenlijk begonnen, ik was 18 jaar. In 1962 zijn we getrouwd en in dit huis aan de Noteboomstraat gaan wonen. Een aannemer uit Brabant wilde zes woningen bouwen in deze straat, dit was toen de verste uithoek van het dorp. Er was er eentje nog niet verkocht en Gerrit zei “die is voor mij”. Op zijn fiets was hij vanaf huis zo op de fabriek. Tussen de middag kwam hij thuis een hapje eten, even tien minuten de ogen dicht en dan weer aan het werk. Ik woon nog steeds met veel plezier in dit huis en Geert en zijn gezin wonen hier in de buurt.’

Passie en arbeidsvreugde
In de fabriek werkten aanvankelijk zo’n 20 tot 25 mannen, die allen in Bathmen woonden. Iedereen kende elkaar en dat was heel gemoedelijk. Gerrit was een gepassioneerd medewerker en de stoommachine was zijn trots. Hij was eigenlijk altijd bezig met zijn werk. ‘Op zondag ging hij ook altijd even naar de fabriek. De productie lag dan stil en dan kon je goed horen of er lekkages waren’, vertelt Geert. ‘Als klein jongetje ging ik dan al mee en wat ik nog goed weet is dat het er altijd naar ammoniak rook. Als je verkouden was, ging je neus vanzelf open door die dampen.’ Moeder Janny laat nog een foto zien waarop kleine Geert in het ketelhuis van de fabriek staat. Zo is ook de interesse voor de fabriek en de geschiedenis eromheen met de paplepel ingegoten. Net als zijn vader is ook Geert lid geworden van de Oudheidkundige Kring Bathmen.
“Zijn overall kon je na zijn vakantiewerk rechtop neerzetten”
Boter én kaas
In 1952 is ook een kaasmakerij verbonden aan de fabriek in Bathmen. ‘Dat proces heeft Gerrit bijna vanaf het begin meegemaakt.’ Geert pakt nog een boekje vol foto’s van het kaasproces en blijkt ook zelf gewerkt te hebben in de bereiding van kazen. Begin jaren 80 heeft hij er meerdere keren vakantiewerk gedaan.
Geert vertelt over het persen van de wrongel, het stremsel in grote blauwe emmers, de pekelbaden en het plastificeren van de kazen. Het vakantiewerk van Geert was boven in het kaaspakhuis waar hij de coating, een soort plastic laag, om de kazen moest aanbrengen. ‘Het vloeibare spul werd over de kazen gegoten die in grote ronddraaiende trommels lagen. De coating hechtte dan aan de kazen waarna ik ze er met de hand weer uit moest halen en te drogen leggen. In de dagen erna moesten de kazen verschillende keren gedraaid worden.’ Dat lijkt een vies werkje en op de vraag of Geert dan ook handschoenen aan had, antwoordt hij: ‘Nee want die bleven natuurlijk aan die kazen plakken. Gewoon met de blote hand en tot de ellenbogen zat dat spul op je armen.’ Janny vult lachend aan: ’Zijn overall kon je na zijn vakantiewerk rechtop neerzetten. Hoe langer het plastic droogde des te harder het werd’. Kreeg ze die wel weer schoon? ‘Nou nee die gooide ik maar gewoon weg.’ Geert en Janny hebben nog levendige herinneringen aan het vakantiewerk.

Melkbussen, bloembakken en wasgoedemmers
Gerrit Pakkert heeft tot de sluiting van de fabriek in Bathmen in 1985 gewerkt als machinist en technische man. De productie werd toen overgenomen door andere fabrieken van Coberco. Het personeel werd verdeeld over die fabrieken of verlieten de fabriek op natuurlijke wijze. Gerrit ging naar de boterfabriek in Lochem en is uiteindelijk in 1994 vervroegd uitgetreden.

Geert, in de fabriek van zijn vader.
Na de ontmanteling van de fabriek krijgt het pand een wisselende bestemming. Momenteel huisvest het o.a. een garagebedrijf en een kapsalon. Kleinere aandenken zijn er ook. Wat te denken van de grote blauwe emmers waar het stremsel in zat, die worden al 40 jaar gebruikt in menig huishouden voor het wasgoed, tuinafval en speelgoed. Meer materialen krijgen een tweede leven en zijn een herinnering aan de Battumse zuivelfabriek. Trots laat Geert twee houten kuipjes zien, vroeger om kazen in te maken, nu in gebruik als bloembakken. Overal in Bathmen kom je ze tegen. Ronde, vierkante, grote of edammer-maat, ze blijven mooi! In de gang bij Janny staat een melkbus waar de fabriek IJsseldal prachtig op geschilderd is. Het huis van Janny heeft huisnummer 13. Bij de voordeur zie je deze cijfers van koper, afkomstig van de stoomketels waar Gerrit Pakkert al die jaren met veel plezier werkte. Een dierbaar aandenken en zo is Gerrit nog steeds nabij.
Fotografie: (Cora Sens en Ron Lustig, namens de Salon Fotografencollectief.)
Foto Geert, in de fabriek van zijn vader: Janny Pakkert

Reacties 0
Nog geen reacties.
Reactie plaatsen