Toen Ziad Al Hossein van het asielzoekerscentrum in Ter Apel aankwam in Deventer, was het liefde het op het eerste gezicht. ‘Ik vond het een rustige en mooie stad. Daar wilde ik wel wonen.’ 

Vluchtend voor de oorlog en het vooruitzicht te moeten vechten in het leger, verliet Ziad zo’n tien jaar geleden zijn thuisland Syrië. Lange tijd verbleef hij Turkije. In de zomer van 2021 vroeg hij asiel aan in Nederland. Na een kort verblijf in Ter Apel kreeg hij te horen dat hij in Deventer mocht wonen. Ondertussen was ook zijn vrouw, Baatool, uit Turkije gekomen.

 

 

‘Ik woon nu een jaar en twee maanden in Deventer. Het bevalt me hier. Ik heb alles hier. Een huis, Nederlandse mensen die als familie voor mij zijn, aardige buren. En mijn vrouw is hier gekomen. Wat wil ik meer? Ik ga naar school en kijk uit naar werk. Binnenkort ga ik meelopen in de winkel van een vriend. En wie weet vind ik straks een baan die past bij mijn eerdere ervaring, in Syrië had ik een technisch beroep.’

 

 

‘Ik vind de mensen hier meestal aardiger dan in Turkije. Als ik daar bijvoorbeeld aan iemand de weg vroeg, gaven ze vaak geen antwoord. Hier lopen ze zelfs een eindje met je mee. Ik vond het in Turkije een beetje moeilijk voor mij en voor mijn vrouw. Hier in Nederland is iedereen gelijk. Ik wil hier wel blijven.’

‘Deventer is een oude stad. Wij hadden in Syrië ook oude steden. Als je kijkt naar de huizen en straten, voel je dat de muren jou verhalen vertellen. Daarom voelt Deventer soms hetzelfde als Syrië, ik voel me hier thuis.’

 

 

‘Ik ging laatst naar het museum (de Waag) en daar kon ik me voorstellen hoe de mensen in het centrum, rond de Brink, vroeger leefden. Hoe ze kochten en verkochten op de markt. Ik vind in Deventer de oude straten in het centrum het mooist. Ik vind het fijn als ik de grote kerk en de lange toren zie, bijvoorbeeld op een schilderij. Als het mooi weer is ga ik ’s avonds naar het centrum en kijk ik naar mensen op de terrassen met de verlichting. Dat vind ik gezellig.’

 

 

‘Wij woonden in Syrië in een klein dorp. Vroeger woonde mijn moeder in Homs, een grote stad. Als mijn moeder op bezoek ging bij haar familie wilde ze dat ik met haar meeging. De eerst keer wilde ik wel. Ik was nog klein, bijna zes jaar. Maar deze stad was zo druk en de mensen maakten zoveel lawaai. Ik voelde mij daar niet goed en daarom wilde ik nooit meer naar Homs. Ik had er heimwee naar mijn dorp. En als ik hier naar een andere stad ga krijg ik hetzelfde gevoel, heimwee naar Deventer. Ik weet niet waarom. Misschien omdat ik alles ben kwijtgeraakt toen ik vluchtte en in Deventer ik het weer heb gevonden. Misschien is dat de reden. Ik houd van rustige steden en mooie en oude steden en dat heb ik hier gevonden. Misschien houden jonge mensen meer van Amsterdam of ander grote steden, maar ik heb een ander gevoel.’

 

Fotografie: Viorica Cernica