Florakenners Gerrit Hendriksen en Ben de Winder staan regelmatig voorovergebogen langs de Wellekade te genieten van speciale vondsten. Waarnaar ze zoeken? De voor Deventer kenmerkende Pothoofdplanten. ‘Mijn favoriet is Het Grote Zandkool.’

‘Heus…. ik heb geen predikersdrang … maar ben wel laaiend enthousiast van wilde planten, zeker van Pothoofdplanten’, geeft Ben de Winder aan.  ‘Als je in Deventer woont, kom je vanzelf in aanraking met de Pothoofdplanten… dat is gewoon een begrip! In alle flora-literatuur is het beschreven en je wordt dan vanzelf nieuwsgierig en gaat op onderzoek uit’, vervolgt Gerrit Hendriksen. ‘Op de stenige plekken van de binnenstad, de Wellekade, oude stadsmuren en het Pothoofd staan veel planten – soms minuscuul klein.’

‘Speuren naar vreemde planten op vreemde plaatsen. Het geeft menig florist een kick. In de negentiende eeuw was het Pothoofd al een begrip tot ver buiten de landsgrenzen’, vertelt Gerrit. Wat boeit Gerrit en Ben? Regelmatig kom ik Ben tegen terwijl hij, zeker twee meter lang, gebogen langs de Wellekade staat. Steeds met een groepje mensen om zich heen. Ik ken Ben al heel lang en weet nu pas dat het hier gaat om een excursie over wilde planten. “Pothoofdplanten” het begrip maakt mij nieuwsgierig. Ben vindt dat Gerrit de kenner bij uitstek is. Zo komt het dat ik met Ben én met Gerrit aan de koffie zit in een café bij de IJssel.

 

 

Hoezo… Pothoofd?

‘Pothoofdplanten kennen een eeuwenoude historie. We weten uit verhalen dat schepen, “potters” of “potten”, aanlegden op het Deventer Havenhoofd aan de IJssel. Eerst kleine scheepjes en toen de bevaarbare route verbeterd werd, ook grotere schepen. Graan en andere bulkproducten werden vanaf die schepen gestort en geschoond. Het uitgezeefde afval, met daartussen plantenzaden, werd ter plekke gewoon neergegooid en bleef liggen. Een deel van deze zaden kwam tot wasdom als het klimaat hen goed gezind was’, vertellen de heren als ik vraag waarom de naam ‘Pothoofdplanten’ ooit is geïntroduceerd.

‘Pothoofdplanten, van de Drie-uren-bloem tot de Russische raket, hebben allemaal een verschillende komaf. Zolang het graan uit omliggende landen kwam, bleef de aanvoer van vreemde plantensoorten beperkt. Met de komst van de grotere schepen veranderde dit en werd het graan uit alle werelddelen aangevoerd op het Pothoofd’, geeft Ben aan.

 

 

Gerrit vervolgt: ‘Zo’n honderd tot honderdvijftig jaar geleden was de Pothoofdplant echt een begrip tot buiten onze landsgrenzen. Denk je eens in dat mensen van heinde en verre naar Holland reisden om hier in Deventer deze planten te bestuderen. Bijzonder was ook dat in zo’n relatief klein geografisch gebied zoveel plantensoorten te ontdekken waren.’

 

”Op het Pothoofd zijn meer dan honderd plantensoorten als nieuw voor Nederland ontdekt”

 

Gerrit: ‘Over de eerste vondsten is ook verslag gedaan. Hij geeft me een artikeltje van FLORON, een landelijke organisatie die zich inzet voor onderzoek en bescherming van de Nederlandse wilde flora.  Een tekstje uit 1886 “daar men ze het eerst bij ons te lande in groote hoeveelheid op het Pothoofd gevonden heeft, noemt men ze Pothoofdplanten”. Ik vraag om aantallen en ben verrast te horen dat de officiële lijst van Nederlandse soorten momenteel 1666 planten telt. Destijds waren dat er nog meer en alleen al in Deventer zijn toen 1800 soorten gevonden. Op het Pothoofd zijn meer dan honderd soorten als nieuw voor Nederland ontdekt. Ongelofelijk eigenlijk.

Gerrit en Ben – echte floraliefhebbers
Gerrit studeerde milieukunde en Landschapsecologie. Planten en vooral het effect van omgevingsfactoren boeide Gerrit dermate dat hij besloot dat dit zijn afstudeeronderwerp werd aan de universiteit van Nijmegen. ‘Ik ben graag buiten’, geeft hij aan. ‘Ik vind het fijn te fietsen, wandelen, fotograferen en onderzoek te doen in de natuur, vooral wilde planten. Na mijn studententijd ben ik in 2010 in Deventer gaan wonen en sloot mij aan bij een plantenwerkgroep van de Koninklijke Nederlandse Natuur Vereniging (KNNV). Er was behoefte aan wat vers en enthousiast “bloed”. Ik kon mijn hart ophalen. Van vier wilde plantenrondleidingen per jaar gingen we in drie jaar tijd naar zes tot acht excursies per maand. Dat klinkt veel maar komt overeen met wat veel mensen doen, twee keer week naar de sportschool of andere activiteit.’ Vorig jaar heeft Gerrit, namens het KNNV en de plantenwerkgroep van IVN Deventer, de Groene vrijwilligersprijs van 2023 ontvangen uit handen van de Commissaris van de Koning Andries Heidema. Een hommage voor de manier waarop de plantenwerkgroep van de KNNV, vereniging voor veldbiologie, en het IVN, Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, bijdragen aan de kennis van de wilde flora.

 

 

Ben is eveneens een enthousiast buitenmens. Hij groeide op in Ootmarsum en als kleine jongen was hij veel bezig met vogels, planten en de natuur. Hij gaat biologie studeren in Amsterdam en verhuist daarna naar Middelburg. In 2017 komt hij in Deventer wonen en sluit zich als actief natuurgids en vrijwilliger aan bij het IVN, waar hij ook de plantenwerkgroep coördineert samen met Gerrit. Je ziet hem regelmatig in de Duursche Waarden alsook op de Wellekade. Ik vraag Ben naar zijn favoriete Pothoofdplant. Hij hoeft er niet lang over na te denken ‘Het Grote Zandkool, dat is de wilde variant van Rucola-sla. Deze kun je ook eten en in je salades verwerken en groeit gewoon in de binnenstad.’ Even later vervolgt Ben zijn verhaal: ‘ik was laatst aan het wandelen in Nieuw Heeten en maakte een praatje met een vrouw die haar tuin aan het wieden was. Ik zag het Klein Liefdegras, ooit als Pothoofdplant ontdekt. Ik vertelde haar over de komaf van het plantje, wat de vrouw deed besluiten het onkruidje toch te laten staan!’

Van verleden naar heden
‘Begin vorige eeuw is voorgesteld om de Pothoofdplant een meer algemene naam te geven. ‘Adventiefplant’, een plantensoort dat onopzettelijk uit een ander gebied is aangevoerd. ‘Floristisch gezien daalde de waarde van het Pothoofd ook’, vertelt Gerrit. Hij wijst me op de tekst “Sedert lang nu, heeft dat Pothoofdterrein zijn ouden roem van zeldzame planten te herbergen verloren en zoo gaat ’t met vele van zulke terreinen in de buurt van groote steden”.

Het Pothoofd is sinds 1546 een gangbare naam in Deventer. Eerst was er de haven en later zijn een graanpakhuis en meelfabriek door Noury en Van de Lande gebouwd op het huidige terrein van De Gasfabriek. De graanoverslag is gaandeweg meer verlegd naar wat nu het Havenkwartier heet en zijn daar de zwarte – en de grijze silo gebouwd.

Veel van de Pothoofdplanten die indertijd werden gevonden zijn niet meer in Deventer, met name doordat de graanoverslag is verdwenen. Een aantal heeft vaste voet aan wal gekregen, zoals de Hongaarse – en Oosterse raket, Draadgierst, Zandteunisbloem en het Klein Liefdegras. Aan de Wellekade en op het Pothoofd maar ook net buiten de binnenstad bijvoorbeeld op het parkeerterrein bij het station en Saxion.

In de weken na het interview stijgt het water van de IJssel enorm. Oevers en kademuren staan onder water. Zandzakken worden langs de rivier opgestapeld om erger te voorkomen. Toch hoeven we ons geen zorgen te maken, hoor ik van de heren “Onkruid vergaat niet. In Deventer blijft de Pothoofdflora bestaan.”

Meer weten over de Pothoofdflora en de excursies van Gerrit Hendriksen en Ben de Winder? Bezoek www.ivn.nl.

Fotografie: Cora Sens / De Salon Fotografen Collectief