Al 46 jaar woont Ria Kuijper in de Perzikstraat. Terwijl gezinnen naar grotere huizen in Colmschate vertrokken, bleef zij waar ze was. ‘Het is een gezellig buurtje.’ 

De Perzikstraat is een smalle zijstraat van de Lange Zandstraat in Zandweerd-Zuid. Aan weerskanten staan de huizen dicht op elkaar, soms met een garage ertussen. De auto’s zijn allemaal aan een kant geparkeerd. Voortuintjes zijn niet meer dan één à twee stoeptegels breed,  de voordeuren verschillen allemaal van elkaar.

Midden in de Perzikstraat woont Ria. In een huis in een blok van vier, al 46 jaar. In 1976 kwam ze met haar toenmalige man vanuit Utrecht naar Deventer. Op zoek naar een huis, in Utrecht was niets te krijgen. ‘Net als nu’, zegt Ria. ‘We waren woningvluchtelingen. Het huis stond te koop voor dertigduizend gulden, al een jaar. We zeiden: “Als dit het huis is, is het verkocht.” We hoefden het niet eens van binnen te zien.’ 

De man van Ria werd actief bij de speeltuinverenging en bouwde daar het dierenverblijf voor de geiten, kippen en marmotten. ‘Ik bedoel natuurlijk cavia’s.’ Hij werd ook de beheerder ervan. ‘Hij praatte gemakkelijk met iedereen. Ik heb dat niet zo. Ik was thuis bij de kinderen, maar ik volgde het allemaal wel. Achteraf heb ik er soms spijt van dat ik toen niet beter bijgehouden heb hoe het er allemaal aan toeging in de wijk.’

Dat valt trouwens wel mee, dat gebrek aan bijhouden – Ria heeft de nodige documentatie. Ze komt met een grote ringmap vol foto’s en netjes ingeplakte krantenknipsels. Van de Stentor van toen met berichten dicht op de huid van de wijk. Bijvoorbeeld van die keer dat er een geit verdwenen was uit de dierenhoek. Meegenomen waarschijnlijk, maar door wie en waarom? Ze konden er alleen naar gissen. De geit was zwanger en Ria schreef in een stukje voor de Snippers van de krant, toen heette hij nog Deventer Dagblad, dat het vlees van een zwangere geit niet geschikt was voor consumptie. Het dier werd teruggevonden, de beheerder van de kinderboerderij bij de Watertoren belde dat ze bij hen over het hek was gezet. Ook dat kwam natuurlijk weer in de Deventer Snippers. Ria heeft er nog steeds plezier om. ‘Jammer dat de krant nu niet meer zo werkt.’

 

 

Brandweerplein

Toen ze in de Zandweerd kwam wonen waren er nog veel winkels en bedrijven: een sigarenboer, Jonkhout kapper annex winkel in huishoudelijke artikelen, een Spar-kruidenier, Peters Tapijtenfabriek, schilderbedrijf Rensink, dierenwinkel Kunst, Senzora wasmiddelen, lompenboer Versteeg, de brandweergarage en ga zo maar door. Ankersmit met zijn textiel was tien jaar daarvoor al gesloten – Ria’s buurman kon zich nog steeds kwaad maken over de snelle sluiting – op die plek zat nu de bibliotheekschool. De bibliotheekbus kwam wekelijks, woensdagmiddag trok een draaiorgel door de straten. ‘Het was toen veel meer een dorp. Ik ben geboren en opgegroeid in een dorp, misschien dat ik me daarom hier meteen thuis voelde. Dat geluid van die brandweerauto’s als ze uitrukten, de garage was hierachter, ik vond dat leuk.’ De garage is nu een plein geworden, het Brandweerplein. Met die naam won Ria een wedstrijd hierover.

‘Toen we hier kwamen zaten we op zomeravonden voor de deur op de stoep, we speelden badminton, we kenden elkaar allemaal. De kinderen speelden buiten, of in een pand dat afgebroken werd. Of ze haalden oude kranten op en kregen daar wat voor van de lompenboer. We waren veel meer thuis dan nu. We gingen bij elkaar op de koffie en pasten op elkaars kinderen. Velen van ons waren babyboomers en als we trouwden, stopten we meestal met werken buitenshuis, dat was in die tijd heel gewoon. Er werden regelmatig kinderen geboren, het was een kinderrijke buurt, steeds zag je wel weer iemand met een wieg sjouwen.’

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig zijn verschillende bewoners naar andere buurten vertrokken omdat ze meer ruimte wilden. Ria wilde dat niet: ‘Ik had naar Colmschate gekund, daar werd nieuw gebouwd, maar dat is ver van het station en ver van de IJssel. Niet dus. Als ik toevallig mensen spreek die om de een of andere reden weg moesten uit de wijk, verzuchten die altijd: het was een gezellig buurtje.’

 

Demonstreren bij de raad

Ria kent nog steeds de meeste mensen in de straat. ‘Er is veel verloop geweest, de laatste vijftien jaar wat minder. De buurt is redelijk geliefd. In het begin was 88 procent eigen woningbezit en woonden er met name gastarbeiders. Drukkerij Salland bouwde dit blok van vier bijvoorbeeld eind jaren vijftig voor haar werknemers. Later stootte ze deze woningen af en gingen ze in de verkoop. Door de recessie van begin jaren tachtig en de stijgende rente raakten veel huizen verwaarloosd. Ze moesten bijna allemaal vernieuwd worden. De gemeente wilde een ton uittrekken voor die vernieuwing, maar wij wisten niet of dat wel genoeg was. Met veel buurtbewoners hebben we toen gedemonstreerd bij de raadsvergadering. Met succes. De stadsvernieuwing kwam er met hulp van de Verbeterwinkel. We konden als eigenaren geld lenen van de gemeente en daar ons huis van opknappen. De lening moesten we wel terugbetalen, maar zonder rente. Dat heeft de wijk echt goed gedaan.’

Maar voordat de huizen aan bod kwamen, werden de straten opgeknapt en werden het allemaal woonerven. Renate Vincken, Deventer kunstenares, ontwierp daarvoor ronde, halfronde en langwerpige betonnen zit- en speelelementen en bloembakken en plaatste die  her en der in de straten. De elementen kregen kleuren en lijnen, elke straat zijn eigen kleuren. Op het wegdek kwam sierbestrating. Auto’s – die kwamen er steeds meer – konden parkeren in uitgespaarde vakken. Zandweerd-Zuid werd daarmee de eerste buurt waar de aankleding van de straten ontworpen was door een kunstenares. 

‘Maar toen in 2008 de riolering en waterleiding werden vernieuwd, gingen deze woonerven met hun aankleding op de schop. Jammer’, vindt Ria, ‘ook dat de auto’s nu zo’n prominente plek hebben. Ik heb zelf geen auto, maar daar niet van. De straten zijn niet breed. En als die auto’s ook nog overal in de straat staan: ik was het behoorlijk zat. Dertig jaar lang heb ik ze voor de deur gehad, ik kon bijna niet naar buiten of ik liep tegen een auto aan. Het is smal hier. Bij de herinrichting van de wijk zat ik in een klankbordgroep en hebben we toch bereikt dat de auto’s nu allemaal aan de overkant staan. Na ruim dertig jaar mocht dat wel eens.”

 

Hard hoofd

Met de gemêleerde samenstelling van de wijk heeft Ria geen moeite. Haar overbuurman, oorspronkelijk uit Turkije, hielp ze bijvoorbeeld jaarlijks met de aanvraag van de kinderbijslag. De gegevens die daarvoor nodig waren bewaarde ze voor het jaar daarop, die bleven toch hetzelfde. Maar in de loop van de tijd veranderde er wel wat anders. Toen ze in 1976 in de Zandweerd kwam wonen was er alleen een centrale antenne, met daarop Nederland 1 en 2 en Duitsland 1, 2 en 3. Iedereen keek en luisterde naar hetzelfde. Maar toen de kabel kwam met onder andere ook een Turkse zender, was die natuurlijk veel vertrouwder voor mensen uit Turkije. ‘Ik snap dat wel. Als je hier wildvreemd komt en je moet alles regelen en je begrijpt de taal niet, dat is zo zwaar.  Maar de integratie is veel moeizamer nu, met al die zenders. Ik heb er soms een hard hoofd in.’

En dat trekt ze zich toch aan. Ria voelt zich verantwoordelijk voor de wijk. Ze typeert zichzelf als ‘wel betrokken, maar geen doener’. Toch ben ik haar een keer tegengekomen met een grote plastic zak waarin ze alle losse plastic afval stopte die ze opraapte van de straat. Hoe noemt ze dat dan? Ze lacht. ‘O ja, dat weet ik nog. Tsja, ik heb maar een klein plaatsje hierachter, ik hoef al die grote bakken niet. Het zijn er nu al vier. Ik heb nog gewoon een plastic zak en na veertien dagen heb ik die maar halfvol. Als ik hem wegbreng raap ik onderweg op wat ik nog op straat zie liggen. Zodoende.”

Ze woont nog steeds graag op de plek en in de buurt waar ze nu al 46 jaar woont. ‘Het fijnste van de wijk vind ik dat mijn huis hier staat, ik ben snel in de stad en bij het station en ik woon vlakbij de IJssel, ik ben zo buiten, geen enkel stoplicht. Tot 2012 had ik een hond. Ik ging bij de IJssel naar beneden en kon dan wel een uur lopen zonder iemand tegen te komen. Soms, in de zomer, gauw even kleren uit en de plomp in. Dat kan niet meer, het is nu allemaal meer gecultiveerd en drukker. Maar dan nog. En ik ben ook blij met het wandelpad naast de spoorbrug. Ik kan nu zo aan de overkant van de IJssel gaan lopen. Echt waar, als ik terug kom van het een of ander en ik kom de IJssel over, dan kom ik thuis. Het is een warm bad.’ Ria én de Zandweerd? Ria ín de Zandweerd. In het hart!

 

Fotografie: Lieke Kooyman