Maar liefst veertig jaar werkte Bennie Hagen (1945) in de Coberco-fabriek. Van dichtbij maakte hij het hele fabrieksproces mee en bouwde hij een goede band op met zijn collega’s. Later zou dit nog goed van pas komen bij het vinden van een woning. “Coberco was voor mij een goede werkgever.”

‘In 1962 kwam ik als leerling in deze fabriek te werken en kreeg uitleg over het proces in de fabriek, waar koffiemelk en gecondenseerde melk werd gemaakt. Gecondenseerde melk was eigenlijk een ‘minderwaardig’ product. Door melk, waaruit de room is gecentrifugeerd, blijft er een waterachtig- melkbestanddeel over. Dit product (taptemelk- of magere melk) werd aangeleverd in tankauto’s en niet zoals bij de zuivelfabriek in Colmschate of Bathmen per melkbus. Vroeger werd deze bewerkte melk terug geleverd aan de boeren om aan varkens- en kalveren te geven. Door het water in de melk te laten verdampen (condenseren) wordt de melk verdikt. Door 44% suiker toe te voegen krijg je de bekende gecondenseerde melk. Door de vele suiker hoef je dit product niet te steriliseren zoals bij koffiemelk wel het geval is. De suiker is als het ware het conserveermiddel.’
Vreemde talen
‘Als leerling kwam ik op de verpakkingsafdeling. Voor 48 uur werken kreeg ik achtendertig gulden. Dat was meer dan bij Thomassen & Drijver waar de blikjes vandaan kwamen. De gevulde blikjes met gecondenseerde melk kwamen rechtstreeks van de vullijn. De gesteriliseerde koffiemelk kwam warm uit een ketel en moest daarna in een waterbad om gekoeld te worden. Anders zou de lijm van de etiketten niet houden. De volle blikjes kwamen per lopende band op de etiketeer/inpak afdeling. Daar werden ze van een etiket voorzien. Dat was in de meest vreemde talen want gecondenseerde melk werd eigenlijk alleen geëxporteerd naar zo’n 150 landen. Saudi-Arabië was een belangrijke afnemer.’

Watjes in mijn oren
‘Er kwamen 300 blikjes per minuut voorbij. Soms ging dat mis en vielen er blikjes op de grond. Al met al natuurlijk een ‘hels’ kabaal. Daarom had ik watjes in mijn oren. Later werd het verplicht om met gehoorbescherming te werken. Dat vond ik best een beetje lastig. Door de gehoorbescherming hoorde je minder snel of de machine goed draaide. Als de machine goed liep, dat kon ik aan het geluid horen, dan kon ik een beetje heen en weer lopen en ergens anders een handje helpen. Soms gebeurde het wel eens dat er verkeerde etiketten geplakt waren. Meestal werd dat snel ontdekten kon de fout hersteld worden. Als de blikjes ‘beplakt’ waren werden de blikjes in automatisch in dozen gedaan. Eén blikje woog ongeveer 412 gram. Een doos bijna 40 kilogram. Dus best zwaar werk.’
Kapotte vingers van de suiker
‘Het laden en lossen van schepen gebeurde achter de fabriek. Ook met de hand. Dan stonden we met een aantal mensen als een soort ‘levend lopende band’ om de producten in- of uit te laden. De suiker voor de gecondenseerde melk kwam ook per schip aan. Hierbij heb ik één keer geholpen. Toen zei ik: dat doe ik niet meer. Want doordat de suiker in juten zakken zat ‘lekten’ er suikerkorrels uit de verpakking. Hierdoor gingen mijn vingers kapot. Daardoor had ik geen gevoel meer in mijn vingertoppen. En juist dat gevoel is belangrijk om etiketten van elkaar te halen. Later werd er gelukkig meer en meer geautomatiseerd.’
Overwerken
‘Toen ik begon werd er in twee ploegen gewerkt. Dat betekende soms dat alle melk die binnenkwam dezelfde dag verwerkt moest worden. En dat betekende overwerken. Later werd er continu in drie ploegen gewerkt. Overwerken vond ik niet erg. Je kreeg dan extra betaald. Een zwager van mij zie: ‘ik ga niet voor de belasting werken.’ Ik antwoordde: ‘Je kunt ook op bed gaan liggen dan heb je niks.’
Jongste ploegbaas van het bedrijf
‘In de zomer, als de koeien in de wei liepen, was er veel aanvoer van melk. Dan werkten we met vijfentwintig tot dertig man op deze afdeling. Eigenlijk een vaste ploeg. Later kwamen daar ook gastarbeiders te werken. Op mijn 22e werd ik ploegbaas en was ik de jongste ploegbaas binnen het bedrijf. Als er dan van buiten iemand de ploegbaas zocht, liepen ze meteen naar de oudere werknemers. Deze begonnen dan te gniffelen en wezen naar mij.’

Geen blikjes meer
‘In 1997 sloot de fabriek en ben ik overgeplaatst naar Arnhem. Daar heb ik nog zo’n zes jaar gewerkt. Hier waren geen blikjes meer met koffiemelk of gecondenseerde melk. Die productie was naar andere fabrieken gegaan. In Arnhem werden allerlei zuivelproducten zoals (karne)melk, vla, drinkyoghurt of vruchtenyoghurt geproduceerd. De melk ging in pakken, vruchtenyoghurt in grote plastic bekers, slagroom in kleine plastic bekertjes enzovoorts. Dus geen blikjes meer! Op mijn 58e is de fabriek in Arnhem ook gesloten. Mede door versleten knieën ben ik gestopt met werken.’
Woning beschikbaar
‘Coberco was voor mij een goede werkgever: Toen ik daar zes jaar werkte kwam mijn verloofde op het idee om bij mijn baas te vragen: is er misschien een woning beschikbaar? En wat dat betreft hadden we geluk. Wij gingen naar onze familie en zeiden: wij moeten trouwen! In eersten instantie schrokken ze, want dat betekende dat je zwanger was geworden voor het huwelijk. Maar dat was dit niet zo. Wij vonden dat alleen maar grappig. Wij trouwden en gingen in 1970/1971 op De Platvoet wonen.’
Vriendschappelijk
‘Meer dan 40 jaar heb ik in de zuivel gewerkt. Altijd met veel plezier. Het leukste aan het werken bij de Coberco waren de contacten met alle collega’s. Ook met de buitenlandse werknemers. Als ploegbaas heb ik veel buitenlandse arbeiders geholpen door hen te wijzen op instanties zoals het bureau huisvesting van de Gemeente Deventer. We gingen heel vriendschappelijk met elkaar om. Hielpen elkaar ook met klusjes in huis zoals behangen. Nu zijn die contacten wel minder geworden. Ja, ik heb daar altijd met veel plezier gewerkt!’
Behoud van de schoorsteen
‘Wat het behouden van de schoorsteen betreft: voor sommigen betekent de schoorsteen veel. Voor hen is het mooi dat de schoorsteen behouden blijft. Zelf ben ik er minder mee bezig. Ik heb er hard gewerkt, met veel plezier! Maar de fabriek is dicht en gesloopt en daarmee heb ik het afgesloten.’

[Op de schoorsteen van voormalige zuivelfabriek Coberco aan de Harderwijkerstraat in Deventer staan de letters: C.C.G.O. Dat is de afkorting van ‘Coöperatieve Condensfabriek Gelderland Overijssel’. Deze fabriek werd daar in 1954 geopend. Voorheen was dit de Coöperatieve Melkcentrale Deventer opgericht in 1947. De Coberco is ontstaan door samenvoeging van de fabrieken Lochem, Zutphen en Deventer in 1965. In 1996/1997 sluit de fabriek. Het pand wordt in 2020 gesloopt maar de vijfenvijftig meter hoge schoorsteen blijft behouden.]
Fotografie Viorica Cernica

Reacties 4
Wat leuk om te lezen. Ik zie mijn vader ook op de foto staan die bij dit artikel is geplaatst. Hij heeft van begin jaren 70 tot ergens in de jaren 90 tot aan zijn pensioen bij de Coberco gewerkt. Wat ik me nog kon herinneren was dat hij wel eens etiketten die niet helemaal goed waren of een drukfout hadden mee naar huis nam. Ik had er een plakboek vol van. Ook de jaarlijkse uitstapjes met het hele gezin van de personeelsvereniging herinner ik me goed. Leuk om dit verhaal te lezen
Ik heb hier jaren gewerkt vanaf de middelbare school bij de techn.dienst en heb er vele goede herinneringen aan.
Wat een mooi verhaal, de herinneringen komen hierdoor bij mij weer naar boven. Ik heb met Bennie Hagen jaren lang samen gewerkt, van 1967 t/m 1981. Ik was 16 jaar toen ik er na vakantiewerk in vaste dienst kwam. Bennie was in die tijd een prima kerel om mee samen te werken, het was een mooie tijd waar ik met veel plezier aan terug denk.
Mijn vader heeft daar vele jaren gewerkt in de eigen garage van de Coberxo. Ben er zelf vaak geweest. Ook nog 3 jaar vakantie werk gedaan.
Bij mijn vader zat de Coberco in zij . Des te zeer deed het dat hij rond 1995 weg-gesaneerd werd. Uiteindelijk nog wel flink wat jaren van zujn pensioen kunnen genieten
Reactie plaatsen