De verhalen
De verhalen

Het is 6 juni 1976 als een konvooi vrachtwagens het Grote Kerkhof in Deventer komt oprijden. Het zijn wagens die de voorbereidingen gaan treffen voor de opnames van de film A Bridge Too Far. Op hetzelfde moment treft Rob Esschendal op de andere oever van de IJssel voorbereidingen voor het maken van opnames. Maar die staan niet in het script. Rob is liefhebber van modelvliegtuigen en die dag vastberaden daarmee over de set te vliegen. ‘Pas later hoorde ik dat de opnames hierdoor zijn stilgelegd.’

“Ik was al heel lang bezig met het bouwen van modelvlieguigen. Draadloze, maar ook modelviegtuigen waarmee je door middel van kabels vliegtuigjes in een cirkel hoger en lager kon laten vliegen, om op die manier de papieren staart van je tegenstander stuk te vliegen. Als Deventernaar was ik erg geïnteresseerd in de film A Bridge Too Far, die in mijn stad zou worden opgenomen. Het leek me leuk om zelf ook opnames van die film te maken. Met een modelvliegtuig. Ik had hiervoor een speciaal exemplaar met een ingebouwde camera gemaakt. Dit unieke toestel kon ik radiografisch besturen vanaf de plek waar zich op dit moment de aanlegsteiger van het pontje bevindt, vlakbij het IJsselhotel.”

Het modelvliegtuig waarmee Rob in 1976 over de filmset wist te vliegen.

Wat had je voor ogen met het vliegtuigje waarmee je foto’s kon maken?
“Dat wist ik eigenlijk niet. Het was een probeersel. Ik had er nog nooit opnames mee gemaakt, maar dacht dat het wel leuk zou zijn om het uit te proberen tijdens de opnames van A Bridge Too Far.”

En?
“Het is me gelukt. Vijf keer heb ik het vliegtuigje over de IJssel laten vliegen. Bij iedere vlucht kon één dia gemaakt worden. Het was moeilijk om nauwkeurig te plannen op welk moment die dia gemaakt zou worden, omdat de mechanische timer, die verbonden was met de camera, niet precies in te stellen was. Na een vlucht van zo’n anderhalve minuut moest ik mijn vliegtuigje terug laten keren om de diafilm vooruit te spoelen en de timer weer in stellen om de volgende dia te kunnen maken. Van de figuranten, die die ochtend meededen aan de film, heb ik kort geleden begrepen dat de opnames die ochtend vijf keer zijn stilgelegd omdat het snerpende geluid van mijn vliegtuig de geluidsopnames voor de film te veel verstoorden. Nooit geweten!”

Een van de vijf dia’s waarop de opnames te zien zijn die die dag werden gemaakt op het Grote Kerkkof.

 

 

 

Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Na afloop van de opnames van A Bridge Too Far was er weinig over van de decorhuizen naast de brug. De vader van Margreet Hemminga was namens de gemeente werkzaam op de set en zag potentie in het puin. Hij maakte een kastjes van afgedankte planken en Margreet heeft dit nog altijd in haar bezit. ‘Ze zijn nog volop in gebruik.’

Wat een leeftijd, 50 jaar alweer, zuchtte het kastje. ‘Ik ben op de wereld gezet om te dienen als rekwisiet, beeld van een huis aan de IJssel in oorlogstijd. Mijn bestaan zou van korte duur zijn; ten dienste van de film A Bidge Too Far, opgenomen in Deventer in 1976. Maar kijk nu, 50 jaar later besta ik nog steeds dankzij Henk Hemminga en zijn dochter Margreet. Hij heeft mijn onderdelen mee naar huis genomen en me tot gereedschapskastje gemaakt. Hier sta ik nu, vijftig jaar later, in het tuinhuis van Margreet Hemminga en Wim Mintjes, tot volle tevredenheid van alle partijen.’

Margreet Hemminga weet te vertellen: ‘Kort voor de opnames was ik uit huis gegaan om op mezelf te gaan wonen. Van een afstand kreeg ik iets mee van zijn activiteiten. Vanuit zijn functie bij de gemeente was mijn vader coördinator infrastructuur voor de opnames van de film. Tijdens de opnames deed ‘gewoon’ zijn werk. Hij was niet onder de indruk van bekende mensen zoals de wereldberoemde regisseur Richard Attenborough, waarmee hij overleg had. Voor de film hadden ze de Wilhelminabrug en straten in deze omgeving nodig. Daar werden nephuizen gebouwd. Hij zorgde voor afzetting van het gebied, regelde vergunningen en locaties. Hij wist wat wel en niet kon en hield ook in de gaten of alles verliep volgens de regels van de gemeente zoals op de brug waar immers regelmatig branden werden gestookt.’

Henk heeft waarschijnlijk niet in de gaten gehad wie er rondliepen; wellicht kende hij sterren als Sean Connery, Michael Caine, Anthony Hopkins of Liv Ullmann niet. Hij ging nooit naar de film. Daardoor was hij in het geheel niet onder de druk. Liet zich dus ook niet gek maken. Hij deed gewoon zijn werk: dit mocht, dat was te riskant, die straatlantaarns moesten weggehaald worden, straten moesten afgesloten worden, omleidingsroutes gemaakt. Kortom hij zorgde dat alles in Deventer ‘gewoon’ door kon gaan.

Hoe lang het precies geduurd heeft, staat haar niet meer precies bij. Het was wel een enorme klus. Er werd immers op verschillende locaties gefilmd: de Wilhelminabrug was het middelpunt van de strijd. Daarnaast werd er gefilmd op de Zandweerd,  en aan de overkant van de IJssel op landgoed Het Schol. Na maanden regelen en organiseren was Henk er ook bij dat alles weer afgebroken werd. De rekwisieten van de huizen aan de brug bestonden uit groten platen hout, triplex. Best duur, ook in die tijd.’

‘Hij zag dat ze afgevoerd werden en bij het grofvuil terecht zouden komen. Nou was mijn vader een enorme klusser; thuis had ij een eigen kluskamer. Hij zag al die platen en wist meteen: daar kan ik iets mee. Waarschijnlijk gewoon gevraagd en gekregen. Het is nog thuisbezorgd ook; in zijn auto konden die nooit vervoerd worden. Hij wist meteen dat hij er ladekastjes van wilde maken. Het was enorm veel zagen, plakken en schroeven. Laadjes groot en klein. Al zijn gereedschap erin: spijkers, tangen en boortjes. Stickers met namen zitten er nu nog op. De kastjes pasten precies onder het bureaublad in zijn kluskamer; een klein kamertje. Hij heeft er veel plezier van gehad tot hij naar een verzorgingshuis ging. Twaalf jaar geleden is hij overleden.’

‘Ik wist meteen dat ik de kastjes wilde houden. Ik heb hem nog laten zien waar we ze neergezet hebben in het tuinhuis. Hij heeft er weet van. De kastjes zijn gered! Wim, mijn man, heeft er wat aan veranderd. Zijn spullen erin en nog spullen van mijn vader zoals b.v. vijlen. Hij weet precies waar wat zit. De kastjes zijn nog volop in gebruik. Alles wat Wim aan gereedschap heeft, zit in de laadjes soms met de meest vreemde zaken. Ze zijn nu 50 jaar in gebruik. Nooit gedacht ze weg te doen; veel te praktisch en vanwege de affiniteit met mijn vader. Als ik wegga; geen idee wat er mee gebeurt. Een volgende generatie, mijn dochters, zijn niet geinteresseerd. Helaas!’

Mijn vader is destijds uitgenodigd het eindfeest, bedoeld voor alle mensen die aan de film hadden meegewerkt. Nog heel lang heb ik die uitnodiging bewaard samen met een overzicht van de locaties. Dacht ze te hebben weggedaan, Door het interview ben ik gaan zoeken en zowaar stuitte ik toch op deze papieren.’

 

Fotografie: Ingrid Roelants & Margreet Hemminga
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Ralph Kleinbussink zag Deventer in 1976 volstromen met Engelse en Amerikaanse crewleden van A Bridge Too Far. Al snel raakte hij met ze aan de praat. De vriendschappen en contacten die hieruit volgden, kwamen voor hem op een belangrijk moment in zijn leven. ‘Ik hoorde erbij.’

‘Mijn jeugdjaren waren ongemakkelijk. Tot in de jaren zeventig lag de binnenstad van Deventer nog grotendeels in puin als gevolg van de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Inderdaad een perfect decor voor een oorlogsfilm. Wij woonden daar, te midden van die rommeligheid. Mijn moeder was ongelukkig nadat mijn vader en zij gingen scheiden. Zij had haar handen vol aan eigen problemen en ik was ook niet gelukkig. Ik miste mijn vader en voelde me als kind vaak eenzaam en onbegrepen. Ik speelde liever met meisjes dan met jongens, liever met poppen dan dat ik voetbalde… en dan ben je niet populair. Daarbij merkte ik, ook als kind wel, dat mijn moeder vaak niet goed raad wist met mij.’

‘Op zijn vijftiende besliste mijn moeder dat ik na de mavo beter eerst havo kon gaan doen en vervolgens kweekschool. Ik vond school vreselijk, voelde daar helemaal niet voor. En tóch bleek die havo uiteindelijk een goed idee, want eenmaal daar, tussen oudere leerlingen en zelf wat weerbaarder, kreeg ik meer lucht. Harry die bij ons in het café werkte, nam mij mee naar het COC op de Bokkingshang. Daar herkende ik mijzelf in de jongens en de mannen, hun manier van samen dollen en kletsen en omgaan met elkaar’. Er is een koor, er wordt toneel gespeeld….   Toen viel alles op zijn plek.’

Peter
Een half jaar later (begin 1976) stromen Engelsen en Amerikanen Deventer binnen om de filmactiviteiten voor te bereiden. De cafés en restaurants zitten avond aan avond vol met medewerkers van de filmcrew.  Als beroemdheden zoals Sean Connery, Anthony Hopkins en Liv Ulman zich in het openbaar vertonen komt het spektakel écht dichtbij.

‘Ik zat inmiddels beter in mijn vel en vond het allemaal reuze spannend. Het lijkt achteraf onbestaanbaar maar in die tijd kon je zo tussen de sets-in-aanbouw voor de film rondwandelen. Toen ik tijdens een van mijn tochten tussen de coulissen werd aangesproken in het Engels groeíde ik. Peter, een Amerikaan nog wel, sprak mij aan, mij! Terwijl hij me daar rondleidde en vertelde over zijn werk als setdresser en locatiescout stelt hij me voor aan zijn vrienden. Ik genoot van dit amicale gezelschap en hun hartelijke manier van omgaan met mij en elkaar.

Met de mannen op stap
‘Ik ging mee bowlen op de Worp, we maakten fietstochten in de omgeving en dan wist ík de weg. Ik spijbelde van school om met de trein een dag mee te gaan naar Amsterdam. Er waren feestjes. Ik werd als Peters vaste maatje regelmatig meegevraagd. Zodoende heb ik veel filmopnames van dichtbij meegemaakt en locaties bezocht. Landhuis Het Schol bijvoorbeeld, aan de overkant van de IJssel, was prachtig opgeknapt van buiten maar ik zag van dichtbij dat er geen dak op zat. En ik keek van dichtbij toe toen de brug in vuur en vlam stond.

‘Het drong toen niet tot me door dat Peter veel ouder was of, meer waarschijnlijk, daar dacht ik helemaal niet over na. Hij was wat groter dan ik, enigszins corpulent, misschien zag ik in hem een soort van vaderfiguur? Ik hoorde erbij én kwam daardoor in een wereld terecht die voor mij totaal nieuw en opwindend was. Er was geld, drank en vrolijkheid. Ik voelde me goed bij de ontspannen sfeer tussen deze mensen, die ook buiten werktijd veel met elkaar optrokken.’

Geen spijt
‘En ik werd verliefd, op de stoere  Engelsman David. Hij had een rol als soldaat. Vanaf de brug kon ik zien dat hij in actie werd gefilmd: míjn lover! Er hingen wel meer jonge homo’s om de mannen heen maar daar had ik eigenlijk geen contact mee. De relatie kon niet lang duren. Zodra  medewerkers niet meer nodig waren op de set moesten ze direct vertrekken. Dat overkwam eerst Peter die zonder dat ik afscheid heb kunnen nemen terugkeerde naar Amerika. Kort daarna was ook David weg. Dat deed pijn, daarop was ik niet voorbereid. Het vierde jaar havo moest opnieuw, er was te veel gebeurd. Weet je dat ik nooit spijt heb gehad? De spannende en intense ervaringen met deze mensen hebben me zelfvertrouwen gegeven, me doen realiseren dat ik er mocht zijn en de moeite waard was. Ik ben hen nog dankbaar.’

Viorica Cernica (portretfoto Ralph Kleinbussink
Archiefbeeld: Beeldarchief Gilde Deventer & Ralph Kleinbussink

Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Vanachter de ramen van zijn woonkamer overziet Herman al ruim een halve eeuw werkelijk de hele Brink, hét stadsplein in Deventer. Niet overdreven dus om te stellen dat hij in 1976 op de eretribune zat bij de opnames van A Bridge Too Far. Herman en zijn gezin hebben genoten van de opnames en veel herinneringen vastgelegd op 8 mm. film en in plakboek 22. ‘Ik geniet van alle beelden van weleer.’

Het mode-echtpaar Herman en Kathy Kok runt vanaf 1972 hun winkel van combinatiemode voor dames onder de naam Kok Rengerink. Nog immer drie dagen per week geopend, al zouden zij al zeker 20 jaar met pensioen kunnen zijn. Wonen en werken op de Brink, tegenwoordig als allerlaatste winkel op het plein tussen alleen nog horeca, hotels en enorme terrassen. Dan maak je heel veel mee, volgens Herman. Op afspraak zitten Herman en ik om tafel in de woonkamer van het riante en monumentale pand op Brink 78.

Herman heeft mijn komst goed voorbereid. Plakboek 22 ligt open op de juiste data in 1976, krantenknipsels met een oproep aan figuranten, een bedankje aan omwonenden van Joseph E. Levine’s productiemanager, rood-wit-blauw vlaggetjes, sigaretten uit 1941, de koninklijke onderscheiding voor zijn vader als verzetsheld en nog veel meer. Ik vraag Herman hoeveel boeken al volgeplakt zijn. ‘Op dit moment zijn we bij nummer 93’, en ik krijg een kast vol plakboeken te zien. Het filmmateriaal heeft hij overgezet op zijn mobiele telefoon. ‘Zo heb ik de beelden altijd bij de hand en ik geniet er zelf ook nog steeds van’.

Boek 22
‘Als kind heb ik de oorlog meegemaakt … heb levendige herinneringen vooral aan de binnenstad van Zwolle, waar ik toen nog woonde. Mijn vader zat in het verzet en heeft van alles bewaard.’ Herman laat een oranje pakje sigaretten zien met een grote W en ‘Oranje zal overwinnen’ en 1941. ‘Ter ere van de verjaardag van koningin Wilhelmina op 31 augustus werden sigaretten overal boven bezet Nederland uit vliegtuigen geworpen’, zegt Herman. ‘Dat verzamelen zit ons, ook mijn vrouw Kathy, in het bloed.’

Terug naar boek 22… augustus 1976. Acteur Elliott Gould heeft vast veel indruk gemaakt, gezien de prominente plek in het plakboek. Ook een foto van zoon Hans die, met het geweer van een figurant in de aanslag, richt op de fotograaf. ‘Deze figurant in soldatenkledij was een kennis en kwam bij ons langs. Onze zoon vond het geweldig interessant.’ Op een andere foto staat de hele familie, hangend uit het kamerraam, achter de geraniums met rood-wit-blauwe vlag. Het plakboek is werkelijk heel compleet met correspondentie vanuit het tijdelijk kantoor van Joseph Levine op de hoek van de de Pikeursbaan en Keizerstraat, wervingsadvertenties voor figuranten uit het Deventer Dagblad. Een knipsel uit de Telegraaf van 23 augustus van dat jaar. Landelijk dus ook veel aandacht voor de opnames. Ook nog een hele krant van het Deventer Dagblad met naast het artikel over de filmopnames vooral veel nieuws over het Lockheed schandaal. Dat al tussen de overige persoonlijke aandenkens uit 1976 zoals programma’s van theaterbezoeken van het echtpaar, ansichtkaarten en foto’s van de familie. Daags na dit interview laat Herman mij weten dat hij in boek 18 ook nog 26 foto’s heeft gevonden van de opname van A Bridge Too Far. In al die 93 boeken uit de kast van Herman en Kathy moet dus echt een schat aan herinneringen, nostalgie en wetenswaardigheden verzameld zijn!’

A Bridge too far in 5 minuten
Maar … het meest belangrijk volgens Herman … het filmpje. Dat kan niet wachten…!  Een film van twee opnamedagen op de Brink … en dat in nog geen vijf minuten? Of ik dat wil zien? Ja, heel graag! Herman Kok is laaiend enthousiast, als hij me vertelt over de zelfgemaakte filmpjes. Acteur Elliott Gould die uitbundig zwaait naar Herman, een handtekening zet voor schoonzus Ria, de ‘bevrijding’ met veel juichende en hossende ‘oranje’ figuranten, soldaten, oorlogstuig en nog veel meer. Alles door Herman en zijn toen 10-jarige zoon Hans gefilmd op 22 augustus 1976. Herman heeft veel op film vastgelegd als zijn trouwdag, vakanties, de kinderen en natuurlijk Deventer herinneringen. Eerst op 8 mm film en later op super 8 film. In de jaren 70 werd een filmcamera voor veel consumenten betaalbaar, zo’n 600 gulden. De filmpjes waren zonder geluid en hadden een lengte van 3 minuten. Om langere films te maken moesten deze aan elkaar geplakt worden. ‘Alle camera’s heb ik nog. Foto Hekkert, die toen nog op de Brink zat, had een goede klant aan mij. Veel filmmateriaal heb ik zo verwerkt dat ik ze nu ook vanaf mijn mobiele telefoon en TV kan laten zien. Ik geniet echt van alle beelden van weleer’.

Vanaf zijn tv-scherm vliegen de geluidloze beelden de kamer in. Tientallen soldaten, bekende Hollywood-gezichten, hordes jeeps en trucks en tussendoor wemelt het Deventer inwoners in jaren 40 kledij. Aan de rand van de Brink zie je wachtende acteurs en figuranten, sigaretten rokend en hangend tegen de muren van de winkels van Herman en zijn buren. Wat grappig… ik zie de elektronicazaak van Koetsier, een Gall & Gall zaak en bakkerij Stuurman, alles al lang niet meer aanwezig op de Brink. Natuurlijk ook de winkel van Herman. Oh kijk dat is Herman zelf … een jaar of 30 oud… voor de winkeldeur. De Waag in vlaggen getooid en met grote witte houten borden ervoor. ‘Eindhoven’ mag natuurlijk niet te veel op Deventer lijken. Het huiskamerraam en de winkel van Herman en zijn vrouw Kathy, geven een fantastisch uitzicht over de Brink. Met de filmcamera binnen handbereik zijn die veel spontane beelden vastgelegd.

Zonder pauze vliegt het beeld door naar 22 augustus van dat jaar. Honderden Deventer inwoners. ‘Figuranten’ vertelt Herman, hossend en zwaaiend met oranje zakdoeken, vlaggen, sjaals en zakdoeken. Het zijn de beelden van de bevrijding. Echt blije beelden! Prachtig om te zien. Herman vertelt dat er in Deventer flink wat gelobbyd werd om inwoners zich te laten melden als figuranten. Aan de vrouwen werd gevraagd vooral de oudste kleding te dragen, zoveel mogelijk in de oranje kleur als blouses, sjaals en rokken. Schoenen met lage hakken en dikke sokken of kousen. Hoofddoekjes en mutsjes maken het plaatje compleet. En mannen … geen jeans of denim. Platte petten en hoeden boven truien, vesten of kostuums. Vanuit de Schouwburg ging men in optocht naar de Brink om daar de bevrijding van Eindhoven te filmen!

1976 – Deventer a sleepy Dutch town
Herman is het echt niet eens met de opmerking destijds, van de Amerikaanse filmcrew ‘a sleepy Dutch town’. ‘Niks geen sleepy hoor … onze winkel was een florerende winkel toen wij deze van mevrouw Rengerink overnamen in 1972. We hebben onze naam ervoor gezet en vandaar nu Kok Rengerink.’ Ik vraag Herman naar de bestedingsverplichting door de filmcrew in 1976. ‘Bij mijn buurman de bakker natuurlijk wel en je kunt je voorstellen hoeveel gin en whisky er gehaald werd bij de slijterij’. Ik vraag Herman hoe dat was bij zijn zaak. ‘Nee … op moderne damesmode zat men natuurlijk niet te wachten.’

Het normale leven lag stil op de Brink en alles stond in het teken van de opnames. Het was meer leuk en enerverend dan hinderlijk. Onze winkel was natuurlijk wel gesloten. De binnenstad was afgesloten voor niet-bewoners. Een klant van mij kwam helemaal uit Rotterdam om haar deux-pièces te halen. Zij was een speciale klant, mijn vroegere cheffin voordat ik hier zelfstandig begon met de zaak. Twee keer per jaar kwam ze bij mij winkelen. De brug was gesloten en ik ging haar halen bij de pont over de IJssel. Met zoon Jeroen van toen 4 jaar liep ik langs de Arnhemse villa’s die bij de brug langs het talud waren neergezet voor de film. Ik stond te wachten waar nu de slijterij is bij de Zandpoort. Plotseling werd er geschoten… er bleken opnames. Jeroen schork enorm en hing huilend aan mijn broekspijpen. Ach wat zal dat kind geschrokken zijn. Zo haalden we ook de familie van de pont die tijdens de opnames meegenoten van de filmopnames. Zussen en schoonzussen waren van harte welkom bij “the Bridge on the Brink”.

De Brink anno nu
Ik kijk met Herman uit het raam over de Brink. Enorm veranderd. In 1976 was er bijna geen horeca op het plein. Alleen Leerink, nu de Sjampetter, het Koekhuisje, café Floor, nu Zus en dan nog een Chinees aan de overkant. Herman je bent nog de enige winkelier op de Brink. ‘Ja, dat is een feit en we genieten er echt nog dagelijks van.’

Viorica Cernica (portretfoto Herman Kok)
Archiefbeeld: Beeldarchief Gilde Deventer

Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Robert Jan Leerink had geluk hoorde in 1976 onderdeel bij het team dat de special effects verzorgden voor A Bridge Too Far, die dat jaar grotendeels in en rondom Deventer werd opgenomen.

 

 

 

 

Fotografie: Viorica Cernica (portretfoto Robert Jan Leerink)
Archiefbeeld: Beeldarchief Gilde Deventer / Robert Jan Leerink
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Reineke Kramer was in 1976 productieassistent bij de wereldberoemde film A Bridge Too Far, die dat jaar grotendeels in en rondom Deventer werd opgenomen. In gesprek met Petra Baars blikt ze terug op deze unieke tijd.

 

 

 

Fotografie: Viorica Cernica
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Wilma Prins werkte bij de ABN Bank in Deventer, toen de filmproductie van A Bridge Too Far hier in 1976 klant werd. Ze kreeg een koffer met geld met politiebewaking mee om figuranten uit te betalen, en speelde ook een dag mee op de set. Petra Baars ging met haar in gesprek over deze unieke herinneringen.

 

 

 

Wilma Prins op de plek waar ze 50 jaar geleden de honderden figuranten uitbetaalde, die hadden meegedaan aan de opnames op de Brink.

 

 

Fotografie: Viorica Cernica (portretfoto Wilma Prins) | Archiefbeeld: Beeldarchief Gilde Deventer
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

Sjoerd Hidma beleefde in de zomer van 1976 een van de mooiste periodes uit zijn leven. Als taxichauffeur bij Taxi Rietman reed hij topacteur Sean Connery van filmset naar filmset voor de opnames van A Bridge Too Far. ‘De mooiste herinneringen heb ik aan de momenten dat Sean vrij was.’

‘Ik werkte sinds 1975 bij Taxi Rietman en kan me nog herinneren dat de productiemaatschappij van A Bridge Too Far in eerste instantie gesprekken over het vervoer startte met Fetlaer Taxi. Al snel bleken zij niet te beschikken over voldoende busjes en auto’s, om al het vervoer te kunnen doen. Fetlaer heeft toen in overleg deze opdracht overgedaan aan Taxi Rietman. Voordat Sean Connery in beeld kwam, had ik al een leuke klus voor het filmbedrijf. Een van de decorhuizen, die naast de Wilhelminabrug werden gebouwd, moest worden bekleed met speciaal behang. Speciaalzaak Van Mourik, toen ook al aan de Boxbergerweg, had achterhaald waar dit speciale behang verkrijgbaar was. Dat bleek bij een behangfabriek in de buurt van Lyon. Voor die twee rollen ben ik drie dagen onderweg geweest. Het mocht wat kosten. Het behang is terug te zien in de film in een trapportaal van een façadehuis.’

Schiphol
‘Ergens in juni 1976 vroeg Rietman of ik me wilde melden bij het kantoorpand aan de Keizerstraat. Daar zat de filmproducent, waarvan ik de opdracht kreeg gedurende de filmdagen Sean Connery te rijden. Deze klus begon op Schiphol. Dat was lachen, want toen ik me meldde bij de betreffende balie op Schiphol en ze vertelden waarom ik hier stond, reageerden ze daar heel verbaasd. Ze wisten niet dat de opnames voor een A Bridge Too Far in Deventer plaatsvonden.  Zes weken, in de periode juni tot en met september 1976, heb ik hem rondgereden van set naar set. Ik herinner me ritten naar de Brink, de oude fabriek van Ankersmit en de Cröddenbrug in Schalkhaar. En iets verder weg naar Het Schol, de fabriekhallen in Twello, Bussloo, Vliegveld Deelen, Amersfoort en de Ginkels Heide.’

Rosendaelsche Golfclub
‘De mooiste herinneringen heb ik aan de momenten dat Sean vrij was. Hij was een vervend golfer en had zijn eigen golfspullen bij zich. Op zijn vrije dagen reed ik hem naar de Rosendaelsche Golfclub in Arnhem. De Sallandsche Golfclub vond hij te klein. De eerste keer dat ik daar op de golfclub in Arnhem aankwam, was het ontvangst niet zo vriendelijk. De portier wilde me niet binnenlaten. Gelukkig greep Sean in door de portier van repliek te dienen met “What’s the problem?”, waardoor de portier inbond en we de daaropvolgende keren als prinsen werden onthaald. Sean was heel geïnteresseerd in de Nederlandse situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk heb ik hem als eerste de Canadese Begraafplaats Holten laten zien en ik ben met hem naar de Grebbeberg geweest. Daarnaast heb ik hem gebracht naar het wat toen het Legermuseum was, destijds in Leiden.’

 

Damn shit
‘Op een dag konden er geen opnames worden gemaakt, omdat de weersomstandigheden niet goed genoeg waren voor bepaalde opnames. Zo werd er een opnamedag gecanceld. “Damn shit”, riep Sean en stelde voor om een ritje te maken naar de dijk tussen Lelystad en Enkhuizen, die toen werd aangelegd. Dat hebben we toen gedaan en zijn we op mijn voorstel teruggereden via Amsterdam. Dat vond hij geweldig, waarbij hij voorstelde ook Volendam even aan te doen. We gingen weer terug naar Deventer met de kofferbak vol met Volendammer souvenirs. Tijdens die ritten wilde hij absoluut niet herkenbaar zijn. Hij droeg dan rare hoedjes, zonnebrillen etc. En ik mocht, waar dan ook, absoluut zijn naam niet noemen. Hij wilde incognito zijn.’

Edward Fox
‘Ik herinner me Sean als een prettige mens, geen kapsones. Sean stuurde me ook lang na de opnames felicitatiekaartjes voor mijn verjaardag, met “Best Wishes”. Ik denk dat ik nog tot eind jaren tachtig kaartjes van hem kreeg. Behalve Sean Connery heb ik incidenteel ook Antony Hopkins en Edward Fox vervoerd. Van Fox kreeg ik zelfs nog een handgeschreven bedankbriefje. Veel materiaal, foto’s en filmopnames zijn helaas met de jaren kwijtgeraakt. Zo heb ik geen foto’s van mezelf met Sean. Heel jammer.’

Fotografie: Viorica Cernica (portretfoto Sjoerd Hidma) |
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

 

José Maatje werd in 1975 als dertienjarig meisje van de Worp opeens de mascotte van de opnames van A Bridge Too Far in Deventer. En dat allemaal door een briefje dat zij stuurde naar de gemeente Deventer. ‘Ik heb heel veel opnames gezien.’

‘Ik woonde in 1975 bij mijn vader, moeder en twee zusjes op de Worp. Toen in de zomer van dat jaar bekend werd dat de filmopnames voor A Bridge Too Far in Deventer zouden plaatsvinden, was ik net 13 jaar. Ik zou na de zomervakantie voor het eerst naar de middelbare school aan het Spijkerpad aan de overkant van de Wilhelminabrug gaan. De gemeente publiceerde het draaiboek met de gevolgen van de filmopnames voor Deventer en omstreken’, weet José. ‘De afsluiting van de Wilhelminabrug voor opnames zou mij direct raken’, vertelt José. ‘Ik moest namelijk elke dag via de brug naar mijn nieuwe school en weer terug. Bijdehand als ik toen was, heb ik de gemeente Deventer een brief gestuurd van de volgende strekking: Ik vond het niet eerlijk dat alleen grote mensen mochten meebeslissen over het al dan niet doorgaan van de filmopnames in Deventer. Ook schreef ik van het feit dat ik en vele anderen elke dag voor half negen ’s ochtends over de brug moesten. Die zouden dan allemaal met het pontje moeten en dat kost allemaal extra zakgeld.’

Cocktailparty op de IJssel
‘In september van dat jaar kreeg ik een brief terug van de gemeente, waarin stond dat de gemeente er niet aan had gedacht dat er zoveel kinderen na 8 uur nog de brug over moesten.  Ze beloofden in die brief dat ze zouden overleggen met de filmmaatschappij om de brug pas vanaf half negen te sluiten.’ Een wel heel verrassend antwoord, waar José zelfs nu – 50 jaar later – nog heel enthousiast van wordt, is dat zij een uitnodiging kreeg voor een cocktailparty op 10 oktober 1975 waar de overeenkomst tussen de gemeente en de productiemaatschappij zou worden beklonken.

Dat feestje vond plaats op de boot De IJsselstroom.  Jose vertelt: ‘Ik wilde daar natuurlijk graag bij zijn. Speciaal voor de gelegenheid had ik opnieuw een brief geschreven die ik op de boot zou voorlezen aan filmproducent Joseph E. Levine en zijn vrouw. Behalve mijn enthousiasme over dat de film in Deventer opgenomen zou worden, vroeg ik in de brief of ik bij de filmopnames aanwezig mocht zijn. Ik had die brief in het Nederlands geschreven omdat ik toen nog geen Engels sprak.’


Mascotte

‘Tijdens de party werd officieel bekend gemaakt dat de opnames voor een A Bridge Too Far definitief in de zomer van 1976 in Deventer en omstreken zouden plaatsvinden. En ik kreeg daar een wel heel prominente rol. Ik mocht namelijk een bloemetje overhandigen aan Rosalie Levine, de vrouw van producent Joseph E. Levine.’ Roem gloorde, want José werd tijdens die cocktailparty geïnterviewd door Nolly Speyers, journalist van het Deventer Dagblad. De meeste gebeurtenissen rondom A Bridge Too Far heeft zij verslagen. In dat artikel komt ze aan de erenaam mascotte want dat artikel opent met: ‘Het dertienjarige Deventer meisje José Maatje lijkt zo’n beetje de mascotte van het filmteam van Joseph Levine te worden.’

In datzelfde artikel in het Deventer Dagblad lezen we dat op vrijdagmiddag 10 oktober José met de taxi wordt opgehaald. Om half vier begint dan een bootreis op De IJsselstroom die ze meemaakt samen met Levine, regisseur Attenborough, enkele leden van het filmteam, genodigden en mensen van de pers. Later die dag, lezen we, dat ze min of meer als eregast wordt onthaald in de schouwburg met Levine, zijn vrouw, Attenborough, mensen van de gemeente en het bedrijfsleven. José bood daar mevrouw Levine een bloemstuk aan en leest ze haar brief voor waarin ze ook vraagt om de opnames van de film mee te mogen maken.

Filmpas
Een half jaar na het feestje op boot, vonden de eerste opnames in Deventer plaats. ‘Een van de eerste opnames waren in Gorssel. Toen dat bekend werd, werd me ook duidelijk dat ze me vergeten waren uit te nodigen voor de filmopnames.’ José was niet haar mondje gevallen en nam toen zelf het initiatief om op de tweede draaidag bij de Wilhelminabrug regisseur Richard Attenborough aan te klampen. ‘Gelukkig herkende hij me nog en vertelde dat ik een pasje kon vragen in het kantoor aan de Keizerstraat, daar waar nu Hotel Finch zit.’ Enthousiast laat José het pasje zien waarmee ze onbeperkt toegang kreeg tot alle sets. ‘Ik heb heel veel opnames gezien. Daar zag ik ook dat de tekeningen die waren uitgedeeld op de party van 10 oktober 1975 van hoe bepaalde opnames eruit moesten zien, echt letterlijk terug.’

Handtekeningen

‘Tijdens de opnames heb ik ook van bijna alle acteurs en actrices handtekeningen verzameld. Ik heb ze allemaal, behalve die van James Caan. Het leuke was natuurlijk dat je de hele dag rondhing op de set. Je sprak veel mensen, mijn Engels werd steeds beter. En op een dag sprak ik daar een jong meisje, dat bleek de jongste dochter te zijn van Charlie Chaplin.’ ‘Ook heb ik gesproken met Kathryn Morgan, de vrouw van Cornelius Ryan, die al in 1974 was overleden. Hij is de auteur van het gelijknamige boek ‘A Bridge Too Far’, waaraan de film grotendeels is ontleend. Hij Is ook de auteur van het boek ‘The Longest Day’.

Het was in 1976 een komen en gaan van beroemdheden in Deventer. ‘Om dat allemaal mee te maken was heel bijzonder. Je hebt acteurs die zoals we dat hier zeggen van grootsigheid niet weten wat ze doen en er zijn acteurs die heel open en aardig zijn. Acteurs die positief opvielen zijn Sean Connery en Maximilian Schell. Die vond ik heel aardig. Anders was het met Ryan O Neil. Die was altijd zijn tekst kwijt’, vertelt José met een glimlach.

Première
‘Die hele warme zomer in 1976 heb ik vrijwel alle filmopnames bijgewoond.’ Daarna werd het stil in Deventer.  n 1977 werd de film uitgebracht en volgde een wereldpremière die in Deventer zou plaatsvinden. Uiteindelijk heeft dit wereldpremière niet in Deventer plaatsgevonden. ‘Wel heb ik de eerste voorstelling van de film in Deventer meegemaakt. Die vond plaatst op 21 juni 1977 in de Cinema Palace in de Lange Bisschopstraat 89 in Deventer. Ik had in Deventer een speciale plaats direct achter de regisseur Richard Attenborough en zijn vrouw.  De volgende dag op 22 juni was ik ook uitgenodigd, samen met mijn ouders, voor een première in het City-theater in Amsterdam voor de Europese première. Die was heel bijzonder want ik mocht, samen met mijn ouders, ook aanwezig zijn bij de receptie na de première. Hier was ook Prins Bernhard aanwezig.’

 

Uiteindelijk werd in 1976 de Wilhelminabrug afgesloten van 16 tot 24 mei en van 21 tot 28 juni. In die dagen bleef de open van 17:00 uur tot 08:30 uur. José herinnert zich dat ze gewoon met de fiets naar school kon, want de overkant was voor fietsers en voetgangers bereikbaar doordat er een rijstrook werd vrijgehouden. ‘En als er werd gefilmd kon het voorkomen dat je even moest wachten.’

Eeuwigdurend

‘Onvergetelijk is het contact dat ik heb opgedaan tijdens de opnames. Zo sprak ik op de set ook met de Engelsman Nick Maley. Via hem kwam ik in contact met zijn moeder, Lesley Maley. Toen zij haar zoon in Deventer bezocht hebben wij haar op sleeptouw genomen. Of eigenlijk nam zij ons op sleeptouw. Zelfs na de filmopnames bleven we elkaar zien. Ze werd als een tweede moeder voor mij. Ik bezocht haar zeker twee keer per jaar in Londen waar zij woonde. We gingen samen op vakantie. Ze is ook getuige geweest bij mijn huwelijk met Hans. Tot haar overlijden in 2005 heb ik een geweldige vriendschap met haar gehad.’ Haar zoon Nick Maley heeft als make-upartiest voor speciale effecten in de Star Wars-filmserie gewerkt  en heeft op Sint-Maarten, Philipsburg, zijn eigen museum ‘The Yoda Guy Movie Exhibit’. De brief die ze destijds schreef heeft José sinds kort weer in haar bezit. ‘Eind 2024 werd deze in het Nederlands, op origineel papier van de filmmaatschappij in New York, aangeboden op Marktplaats. Voor €18,28 heb ik de brief kunnen kopen, waardoor ik nu kan vertellen wat ik toen op 10 oktober in 1975 precies heb voorgelezen.’

Fotografie:
Viorica Cernica (portretfoto José Maatje) | Beeldarchief Gilde Deventer (archiefbeeld)

Zie ook: www.abridgetoofar.nl

 

Het Deventer brandweerkorps leverde de brandweerlieden op alle locaties waar in 1976 A Bridge Too Far werd gefilmd. Het hele korps kon zich, als je niet ingeroosterd was voor de gewone inzet, aanmelden om bij de opnames stand by te staan. Fredde Förch en Fred Veeneman, destijds allebei stoere mannen van rond de 25 jaar, meldden zich zo vaak mogelijk aan. Een zomer lang zaten ze zowel letterlijk als figuurlijk dichtbij het vuur. ‘We namen de crew  ‘s avonds mee naar De Pelikaan.’

Tegenover mij zitten oud brandweermannen Fred Veeneman en Fredde Förch op het puntje van hun stoel. Bij het vertellen van de herinneringen over de opnames zie ik glimmende ogen, ze gaan even terug in de tijd, het was fantastisch. ‘Wij stonden met onze brandweerwagen altijd pal achter de cameraman’, vertelt Fredde.  ‘Wij zagen dus alle trucs die uitgehaald werden om het zo echt mogelijk te laten lijken. Hele bassins werden er bij de IJssellinie in Welsum gemaakt om na te bootsen hoe de soldaten door het water roeiden en beschoten werden. We zaten er met onze neus bovenop. Ik wist niet wat ik zag!’

Fred Veeneman en Fredde Förch in de brandwagen die in 1976 een rol speelde in de film.

‘De opnamedag begon met een uitgebreid Angels ontbijt met worstjes en al. Daarna werd de opstelling gemaakt’, zegt Fred. ‘Vervolgens kregen wij te horen waar we precies moesten staan met ons materieel. Daar moest je geen discussie over voeren want, dan werd je weggestuurd. De opnameleider was de baas. Punt uit. Wij spraken een aardig woordje technisch Engels en dat vond de crew wel handig, want tijd om te vertalen hadden ze niet.’

In de loop van de opnamedag liet de Engelse crew zich volgens Fred en Fredde culinair aardig verwennen. Rond 11 uur was het tea time met gebak. Tussen de middag namen ze de tijd voor een goede lunch en rond vier uur zaten ze aan de high tea. Het ‘dinner’ was in de avonduren na de opnames. ‘De Engelse vakbond schreef voor dat de veiligheidsdiensten onderdeel waren van de staf en personeel. Dus wij aten en dronken overal gezellig mee’, vertelt Fred. ‘Zaten we daar gewoon met Sean Connery en Robert Redford aan tafel, dat waren gezellige mannen! Ryan O’Neal was meer afstandelijk vonden wij.’

‘Met de hele crew werden we langzamerhand een hecht team’, weet Fredde nog. ‘We lieten ze Deventer en omstreken zien en namen ze ’s avonds mee naar de Pelikaan. Hoe die mannen konden zuipen! Ongelofelijk. Ze waren natuurlijk niet gewend dat de kroegen hier tot 3 uur open waren, dus dat ging maar door. Rosé met jenever en aan het eind van de avond stonden ze op de bar te dansen.’ ‘Ja’, vervolgt Fred, ‘weet je nog al die koeltassen met (alcoholisch) lekkers tijdens de opnames en dat er leden van de crew ’s ochtends op de puinhopen van het decor lagen te pitten, met een opgeduikeld vriendinnetje naast zich?’

Hoe zit dat dan met de romantiek van jullie? Fred en Fredde beginnen te lachen. ‘Wij waren allebei getrouwd en de vrouwen waren allebei zwanger. Ik ben zelfs nog weggeroepen bij de opnames, omdat mijn dochter geboren zou worden’, zegt Fredde. ‘Onze vrouwen vonden het prima en een leuke kans maar we moesten het niet te gek maken!’

In al die weken dat Fred en Fredde wachten, wachten, keken en genoten, moesten ze één keer in actie komen. Het was een warme dag en alles was gortdroog. ‘Op een gegeven moment zagen we aan de gezichten van de mensen van special effects: hier klopt iets niet, het gaat niet helemaal zoals het moet. Een van de decorhuizen bleek ongepland echt in brand te staan. Wij maakten ons al klaar voor inzet’, vertelt Fredde. ‘Toen de opdracht voor blussen kwam, gingen de opnames gewoon door, maar het probleem was dat wij niet in beeld mochten komen. Wij hadden pakken aan uit 1975 en dat kon natuurlijk niet. Met veel moeite blusten we de brand zonder dat we in beeld kwamen. Toen we de film later terugzagen herkenden wij natuurlijk direct dat moment, want de waterstraal was wel in beeld!

Het gewone werk voor Fredde en Fred ging ook door, soms met vreselijke situaties. Fred herinnert zich een stuntman die tussen de kussens terecht kwam en zijn sleutelbeen brak. Die kon als gewonde soldaat de set weer op. Maar Fredde vertelt ook hoe brandweermannen in die tijd ook werkten als chauffeur op de ambulance. In de buurt Raalte heeft toen een ernstig ongeval plaatsgevonden. Een van de Engelse crewleden was vermoedelijk per ongeluk links gaan rijden in een flauwe bocht. Helaas zijn er ook leden van de crew bij het ongeval omgekomen. Dat was zeer heftig.

Ondanks deze dramatische gebeurtenis overheersen de positieve herinneringen. ‘De jonge zoon van producer Levine was een tijdje mee met zijn vader. Die moest ik dan, voor de veiligheid, meenemen in de brandweerwagen’,  weet Fred nog. ‘Ik heb nog jarenlang ansichtkaartjes van hem gekregen, hij vond het zo gaaf.’ Over brandweerwagens gesproken. Vol trots laat Fredde een foto zien van een ladderwagen: ‘Dit is de 8, in 1944 door de Deventer bevolking geschonken aan de brandweer. En die zou in de film gebruikt worden. Prachtige wagen en we hadden hem mooi gepoetst voor de opnames. Nou, het eerste wat ze deden is modder er tegenaan gooien! In de film zit een scène waarin de Duitsers zich terugtrekken en de ladderwagen rijdt daarin met een slakkengangetje langs het kanaal. Alle figuranten lopen er achter aan. Ik zat achter het stuur.’ Fredde laat een foto zien van een jonge man in nazi-uniform. ‘Het was heel leuk om te doen maar later in de film zag je de chauffeur helemaal niet in de ladderwagen zitten!’

Fredde lacht. “We hebben zo’n plezier gehad! Die opnames vergeet ik nooit meer. Het was een hele bijzondere tijd. We hadden echt het gevoel dat we erbij hoorden. Je kon echt van elkaar op aan en wist wat je van elkaar kon verwachten.’ ‘Zo herkenbaar want ook bij de brandweer was dat altijd zo. Je hoefde nooit achterom te kijken in de wetenschap dat er altijd een maat achter je stond’, zegt Fred mijmerend.

‘Hé Fred, moeten we binnenkort met de andere mannen de film niet weer eens gaan bekijken?’, vraagt Fredde. Fred antwoordt: ‘Are you able to manage that?’ Waarop ik enigszins verbaasd kijk. Fred begint hard te lachen. ‘Tijdens een van de opnames moest een van de acteurs die zin zeggen. Die scène is wel 25 keer over gedaan. Het zinnetje is nooit meer uit mijn hoofd verdwenen.’

Zie hieronder de scène waarin de brandweerwagen van Fred en Fredde een rol speelt in de film.

 

Fotografie:
Viorica Cernica (portretfoto’s Fred Veenema en Fredde Förch) | Beeldarchief Gilde Deventer (archiefbeeld)

Zie ook: www.abridgetoofar.nl