Herman Remmelenkamp, geboren en getogen in Deventer, was in 1976 gedurende twee maanden figurant tijdens de opnames van A Bridge Too Far. ‘Opnames gingen wel vier of vijf keer over.’
“Ach ja, die film. De hele stad stond op z’n kop. Ik was 25 jaar, zat zonder werk en had een uitkering van de sociale dienst. In de krant zag ik een advertentie staan: Figuranten gezocht voor deelname aan film. Dat was toch ook werk? De verdiensten waren zeventig gulden per dag. Jammer genoeg moest ik dat afdragen. Ongeveer de helft hiervan mocht ik houden. Ik meldde me aan en werd uitgenodigd voor een gesprek. Ook mijn buurman Bart had zich opgegeven. Samen gingen we op gesprek. Dat was in Twello, in een oude fabriekshal van Veldhoen aan de stationsweg. In deze hal werden rekwisieten gemaakt en voorwerpen die nodig waren voor de filmopnamen opgeslagen. Ik werd aangenomen en ging twee dagen later met het openbaarvervoer en de buurman terug naar Twello. Daar kregen we originele kleding uit die tijd ‘aangemeten’.

Herman Remmelenkamp in het Bergkwartier, waar bij 50 jaar geleden figurant was in A Bridge Too Far.
Een werkdag begon samen met buurman Bart met de bus naar Twello, dan koffiedrinken bij een bevriende figurant die in de stationsstraat woonde en vervolgens naar de fabriekshal. De kleding die we droegen werd iedere draaidag ingeleverd zodat je de volgende dag je kloffie kon ophalen. Ik kan me niet herinneren dat ik geschminkt werd. Wel dat onze haardracht zo nodig werd gekortwiekt. Sommigen werden wel gegrimeerd. Bijvoorbeeld als iemand een gewonde soldaat moest spelen. Dan met z’n allen (ik schat zo’n man of veertig in een bus) naar de set.
De eerste opnamen waren op het Bergschild in het Bergkwartier te Deventer. Ik moest als soldaat ‘gewoon’ op straat liggen. Door een megafoon kregen we aanwijzingen: ‘stilte’, dan een klapbord en ‘action’. Die opnames gingen wel vier of vijf keer over. Geen idee waarom. Er werd niet uitgelegd waarom een scène over moest.
Om ons heen gebeurde van alles. Veel camera’s, geluidsmensen, ontzettend veel felle lampen en rook, ontzettend veel rook. Wij hadden van te voren instructies gekregen om niet te veel te bewegen en je VOORAL niet laten afleiden door de ‘echte’ acteurs. Ik keek best wel veel om mij heen, maar heb nooit commentaar gehad. Ik deed het binnen de perken. Ik denk dat we op mijn eerste draaidag wel zes uur op de set aanwezig waren. Het bestond vooral uit wachten, wachten en overdoen. Voor eten en drinken werd gezorgd. Ik herinner me vooral de gebakjes van een bekende Deventer bakkerij. Die moet aan de film goed hebben verdiend! Ik heb gehoord dat de Gemeente Deventer bedongen had dat eten en drinken bij de Deventer middenstand moest worden ingekocht.
Er waren opnames in Deventer, Schalkhaar, de Ginkelse heide en ook op de brug zelf. De opnames op de brug waren voor mij het meest bijzondere. De jeep die van de brug af rijdt. Dat de panoramaflat/schippersflat niet in beeld komt! Zou er gesjoemeld zijn met de opnames? Ook die huizen die naast de brug gebouwd waren: prachtig! De rook die daar was; bijzonder om te zien. Er werd veel geschreeuwd, iemand had z’n zonnebril nog op. Dat mocht dus niet.
Ook op landgoed Het Schol aan de Wilpsedijk. Dat moest Hotel Hartenstein in Oosterbeek voorstellen. Daartoe hadden ze het uitgebrande landhuis van binnen en buiten prachtig opgeknapt. Alleen er zat geen dak op…… Je keek zo de heldere hemel in. Soms kon je ergens even rustig rondkijken hoe een scène werd voorbereid. Het gekerm van de geschminkte en gewonde ‘soldaten’. Al die bommen en granaten die ontploften; veel herrie maar het was gewoon kurk met aarde wat er door de lucht vloog.
Dan die opname toen we langs het Overijssels Kanaal liepen te marcheren. Opeens riep de regisseur: “cut!”. Bleek één van de figuranten een modern polshorloge te dragen en dat schitterde in het zonlicht. Hij kreeg een fikse uitbrander en de opname moest over. Dat ging niet meteen, want licht, geluid en camera’s moeten op nieuw worden ingesteld en dat betekende weer eindeloos wachten. Ondertussen werden wij wel van veel Engelse thee en slappe koffie voorzien, samen met dat lekkere gebak.
Ik heb de film 1 x gezien op TV. Ik heb mezelf niet herkend. Toen vond ik er eigenlijk niets aan. Ik dacht: heb ik hieraan meegewerkt? De locaties zijn voor mij herkenbaar. Er wordt heel weinig ingezoomd op ons als figuranten. Het gaat om de hoofdrolspelers: Robert Redford, Ryan O’ Neal, Sean Connery en anderen. Ik heb daar geen foto’s van. Toen had je nog geen mobieltje om foto’s te maken en een fototoestel meenemen was lastig, want dat kon je kwijtraken.
Tijdens de opname had ik een heel ander gevoel: Wat leuk dat ik aan een film meedoe, welke beroemdheid loopt hier nu weer rond? Je bent jong, het is spannend. Waar gaan we nu heen, wat gaat er nu gebeuren? Ik heb nooit gehad: ik stop hiermee, ik vind er niks aan. Vond het altijd wel leuk. Het was een bijzondere ervaring die ik niet had willen missen! Jammer dat ik de verdiensten niet helemaal mocht houden. Ik heb het altijd netjes opgegeven. Er werd verteld dat er een lijst met namen van figuranten aan de sociale dienst werd doorgegeven. Of dat echt gebeurd is? Geen idee, maar ik had deze periode voor geen geld willen missen.”
Bekijk hieronder de betreffende scène die is opgenomen in het Bergkwartier:
Fotografie:
Viorica Cernica (portretfoto Herman Remmelenkamp) | Beeldarchief Gilde Deventer (archiefbeeld)
Zie ook: www.abridgetoofar.nl

















































Open Monumentendag 2025


