Beelden kunstenaar Harry Schömaker woont al 30 jaar praktisch aan de IJssel, zijn tuin grenst aan de uiterwaarden. Terwijl zowel stad als de IJssel langzaam dichterbij kruipen, blijft hij het landschap schilderen én koesteren. ‘Ik voel me bevoorrecht.’

Hoe zou je het Deventer landschap omschrijven?
Het is vooral een landelijk landschap met veel groen, boerenbedrijven, akkers, weilanden en natuurlijk de IJssel die sinds het ontstaan van Deventer zo belangrijk is geweest voor de stad. Denk aan het Hanzeverbond, waardoor Deventer tijdens de middeleeuwen een welvarende stad werd. Maar de IJssel speelt ook nu nog een belangrijke rol in de bedrijvigheid, scheepvaart, watersport(roeivereniging Daventria werd in 1884 opgericht) en toerisme.’

 

 

Hoe ervaar je zelf het landschap waar je in woont?
Ik koester dat landschap, de nabijheid van het water, de weidsheid van de uiterwaarden met al die vogels, maar ook de bossen in de omgeving en de landhuizen, denk bijvoorbeeld aan landgoed de Haere. Het is een afwisselend en ook vaak veranderend landschap waarbij dat laatste vooral door de IJssel komt. Maar ik koester het ook, omdat ik in dit landschap al praktisch mijn hele leven woon en me er mee verbonden voel.’

In 2000 heb je honderd aquarellen gemaakt over de IJssel vanuit het uitzicht van je tuin dus het was een bron van inspiratie. En 25 jaar geleden nam je deel aan een expositie over het Deventer landschap, waarbij de kunstenaars hun visie mochten geven over dat landschap. Een van de schilderijen heette “de oprukkende stad”, met andere woorden, de stad verdringt het platteland, hoe heb je dat zelf ervaren?
Ja, dat herken ik wel, Deventer als stad is de afgelopen 25 jaar enorm uitgebreid, alleen al in Colmschate wonen nu 30.000 mensen, daarvoor was het vooral boerenland. Toen ik kind was, keek ik vanuit mijn ouderlijk huis (in Diepenveen) uit over de weilanden en speelde ik in de bossen. Dat uitzicht is helemaal weg, daar zijn nieuwbouwwijken voor in de plaats gekomen. Voor kinderen is spelen in de bossen en bijvoorbeeld hutten bouwen vrijwel niet meer mogelijk.’

Dus je hebt de stad letterlijk op je af zien komen?
‘Dat kun je in zijn algemeenheid wel zeggen zo zeggen, alhoewel behoud van natuur momenteel steeds meer prioriteit krijgt, voor mijn eigen uitzicht is er gelukkig nog niet veel veranderd. Behalve dat bij hoog water de IJssel wel steeds dichterbij komt.’

 

‘Het is soms, ondanks de schoonheid van dit landschap, wel erg gestructureerd’

 

Hoe is het om naast de uiterwaarden te wonen?
‘Dat blijft heel mooi. Maar ook in dat gebied is veel veranderd. Toen ik hier kwam wonen kon je vrij met de hond door de weilanden struinen en kon je tot aan de IJssel lopen. En je kon ’s zomers zwemmen, op toen nog vrij toegankelijke strandjes. Dat is nu erg ingeperkt, terecht overigens, ter bescherming van flora en fauna. Denk bijvoorbeeld ook aan het project Ruimte voor de rivier, waardoor bij hoog water de IJssel letterlijk uit haar oevers kan treden en de Welle kade niet meer overstroomt, alhoewel het pasgeleden nog kantje boord was. Verder speelt het Waterschap in Deventer en de stichting IJssellandschap een grote rol bij de inrichting van het landschap. De hond moet aangelijnd, je mag alleen nog op de gebaande paden lopen en zij bepalen waar je op een bankje mag zitten om te genieten van het landschap dat zij mede bedacht hebben. Het heet natuur maar het is steeds meer cultuur. Het is soms, ondanks de schoonheid van dit landschap, wel erg gestructureerd. Maar ik besef heel goed dat als de overheid hierin niet regulerend zou optreden het met de toegenomen drukte van al die mensen die hier rondlopen voor de natuur ook niet goed zou uitpakken.

 

 

Dus het is niet meer het landschap van 25 jaar geleden?
Nee zeker niet, meer stad en minder natuur waarbij die natuur, mogelijk noodzakelijkerwijs, meer ingericht en gestructureerd is met meer regels waar we ons aan moeten houden. Maar het blijft een prachtig landschap met de IJssel in de achtertuin en ik voel me bevoorrecht dat ik in deze mooie omgeving mag wonen.’

https://www.jhschomaker.com/
Fotografie: Cora Sens