Wie op de Brink in Deventer goed rondkijkt ziet, ingeklemd tussen de horeca en vele grote terrassen, nog een enkele winkel. Vooral speciaalzaken, zoals modehuis Kok-Rengerink op nummer 78. De vaste klantenkring van dit modehuis, met name dames van vijftig plus, komt er voor een jumper, vestje of pantalon. Mode met de formule: Niet te strak, niet te kort, niet te duur.

Hoe anders zag de Brink er begin jaren zeventig uit: allemaal middenstand en slechts een enkele horecazaak. ‘Het was er heel gemoedelijk, alle winkeliers en bewoners kenden elkaar’, vertelt Ria Stegeman-Aussems.

‘Als zestienjarige, net klaar met de huishoudschool in Rotterdam, verhuisde ik naar Deventer om bij mijn oudere zus Kathy en zwager Herman Kok te gaan wonen en werken.’ Dit mode-echtpaar nam in 1972 de damesspeciaalzaak van Rengerink over. Een paar jaar later voegden zij hun eigen achternaam ‘Kok’ toe en tot op de dag van vandaag prijkt de naam ‘Kok-Rengerink’ op de gevel van dit prachtige grote pand aan de Brink.

Vijftig jaar later vertelt Ria enthousiast over de twintig jaar die zij op de Brink werkte. Haar liefde voor Deventer en ook de passie voor de kleine middenstand is toen ontstaan. ‘Ik koop veel en vaak bij de Deventer middenstand. Niet alleen bij mijn zus en zwager hoor. Handdoeken en dekbedhoezen koop ik bijvoorbeeld bij de linnenzaak waar ik nu boven woon. Ik stop mijn dochter ook regelmatig een setje handdoeken toe.’

 

Sallandse tongval

Herman Kok werkte al jaren in de textiel in Rotterdam en zag het als een carrièrestap om zijn eigen bedrijf te gaan runnen. Bij de overname van het modehuis verhuisden hij en zijn vrouw Kathy naar Deventer. Zij woonden boven de zaak, gevestigd in een rijksmonument uit 1760. Het was een drukke en goedlopende winkel en het echtpaar kon wel wat hulp gebruiken. Ze vroegen Ria bij hen te gaan wonen en werken. In eerste instantie was Ria voor ‘boven’: het huishouden en de twee kleine zoontjes. De jongste was net geboren en de oudste was toen vijf jaar. Na een korte wenperiode bleek de woon- en werkomgeving voor zowel Ria als haar zus en zwager een succes. Ook de moeder van Kathy en Ria was erg tevreden over de ‘veilige’ move van haar dochters naar het oosten van het land.

 

 

Toen de kinderen beiden naar school gingen, trok Ria naar ‘beneden’ en werkte ze volledig mee in de winkel. Behalve Kathy, Herman en Ria kende de zaak toen nog drie tot viermedewerkers. Het kon er razend druk zijn en iedere paskamer had toen zijn eigen verkoper. De medewerkers en clientèle kwamen uit Deventer en omringende dorpen zoals Bathmen, Lettele en Gorssel. Voordeel van de medewerkers van buiten was dat zij ook met de specifieke Sallandse tongval konden spreken.

 

Laat de middenstand niet verloren gaan’

 

In de volksmond werd de zaak ook wel ‘het vestenwinkeltje’ genoemd. Service voor vaste klanten was dat kledingstukken op zicht meegenomen konden voor dames die wat minder mobiel waren. In een boek werd het ‘wie’ en ‘wat’ genoteerd en na het terugbrengen of ruilen werd alles pas betaald. ‘Dat is eigenlijk nooit misgegaan’, vertelt Ria. Algauw ging ze opleidingen volgen en haalde ze haar middenstandsdiploma en textielbrevet. Bij vakanties of inkoopdagen van Kathy en Herman zwaaide Ria de scepter in de zaak. Ze was immers zowel van ’boven’ als ‘beneden’ op de hoogte.

Uiteindelijk heeft zij bijna twintig jaar gewerkt bij Kok-Rengerink, totdat zij begin jaren negentig trouwde en afscheid nam. Ze ging fulltime voor haar pasgeboren dochter zorgen. Later werd ze actief op de school van haar dochter, onder andere in de ondernemingsraad, bij creatieve lessen en als luizenmoeder. Regelmatig volgde ze creatieve cursussen als tekenen, schilderen en etsen. Haar gezellige appartement hangt vol met eigen kunst.

 

Een vertrouwd gezicht

In de jaren zeventig en tachtig kenden alle Brinkbewoners en -winkeliers elkaar. Boodschappen deed men op het plein en in de aanliggende straatjes als de Grote en Kleine Overstaat, Vleeshouwerstraat en Nieuwstraat. Naast Kok-Rengerink op de hoek zat groentewinkel Kruithof, wat nu café de Waagschaal is. Aan de andere kant vond je Stuurman, de bakkerij.

Liepen we over de Brink, dan zagen we verder Eltink de poelier, Simons zuivel, Janssen voor tabak, koffiebranderij Ten Have, de radiozaak van De Bie, de lampenwinkel van Wagemansen Teekens voor bruidsmode. In de straatjes waren winkels als groenten van Kornet, bakkerij Lankhorst en slagerij Breshamer.

De auto’s stonden gratis geparkeerd op de Brink, met uitzondering van de marktdagen vrijdag en zaterdag. Toen stonden ze onder de Wilhelminabrug, ook gratis. ‘Dat is natuurlijk niet meer van deze tijd’, zegt Ria. ‘Maar het was wel fijn.’

 

Broodje shoarma

‘In het begin ging ik elk weekend naar mijn ouders in Rotterdam’, vertelt Ria. ‘Zo hadden Kathy en Herman ook hun gezinsleven met de kinderen en kon ik lekker verhalen uitwisselen met mijn moeder, en met mijn zus zodra ik terugkwam op dinsdag.’ Na negen jaar inwonen verhuisde ze in 1981 naar een van de wooneenheden die toen opgeleverd worden naast ‘de Boze Goudvis’ tegenover ‘de Visman’, het imposante bronzen beeld aan het Pothoofd.

‘Nu zijn de woningen verpauperd, eigenlijk rijp voor afbraak’, zegt Ria. ‘Toen was het voor mij een eigen dak in het centrum. Prettig omdat het uitgaan een onderdeel van mijn bestaan was geworden. Ik ging vaak naar de City Club, de discotheek. Mijn stamkroeg was La Balance, wat nu de Heeren is. Danslessen nam ik bij Eppink, ook een begrip in Deventer. De horeca verdiende heus goed aan ons. Ga maar na: om negen uur ’s avonds gingen we uit en om drie uur de volgende morgen waren we pas thuis, nadat we steevast een broodje shoarma aten in de Overstraat.’

Ria leerde haar echtgenoot in het uitgaansleven kennen. Samen bleven ze hun verdere leven in Deventer wonen. Ze verhuisden naar verschillende wijken, om in 2013 weer in de binnenstad neer te strijken. ‘Heerlijk… de IJssel, en alles bij de hand. Ik ga niet meer weg uit de binnenstad’, zegt Ria. ‘Uitgaan doen we nog steeds, nu naar de schouwburg en het theater. Lekker uit eten, ook op de Brink. Het is er erg veranderd door de vele horeca, de grote terrassen, alle verlichting en kleurige reclames. Logisch, alles gaat met zijn tijd mee. Maar ik kom er nog steeds heel graag.’

Ria plukt aan haar mosterdgele vest. Ik kan het niet laten haar te vragen of ze dit vest bij Kok-Rengerink heeft gekocht. ‘Ja hoor… en deze geruite broek ook. Mijn zus en zwager, beiden op leeftijd, zijn nog steeds voor drie dagen in de week geopend en ook op afspraak. Ik wil het luid laten horen: Deventer, let op dat we niet alle “kleine” middenstand laten verdwijnen in ketens en horecazaken. Ze horen net als de IJssel bij onze stad. Ik vind eigenlijk dat Deventer deze zaken best in bescherming mag nemen. Je ziet ze bijna niet meer terug tussen de lange corona-terrassen.’

 

Fotografie: Lieke Kooyman