De verhalen
De verhalen

Frederik Petzoldt is één van de maar liefst 100 Deventenaren die door het Deventer Portretatelier zijn geportretteerd voor de tentoonstelling Deventer Koppen. Frederik is altijd op zoek naar uitdagingen, maar leeft juist ook in het moment, in het nu. ‘Je kunt een plan maken, maar morgen kan dat al irrelevant zijn.’

Opgegroeid in de grote stad, Rotterdam, bij ouders uit de theater en kunstwereld, is Frederik lang zoekend geweest naar zijn eigen artistieke bestemming. Striptekenaar, gitarist of fluitist? Hij vond zijn passie en beroep als DJ Socrates. ‘Ik vind het fantastisch om met de muzieksets die ik maak verhalen te vertellen,’ zegt Frederik. ‘Het zijn eigenlijk een soort muzieklandschappen die ik ontwerp. Ik plak geen muzieknummers aan elkaar, maar maak muzieksets van een paar uur waardoor mensen in beweging komen. Dat kan bijvoorbeeld op een festival zijn, maar ik draai ook op bruiloften. Per gelegenheid kies ik allerlei soorten (wereld)muziek uit of ik probeer uit wat ik toevallig nieuw heb gevonden aan muziek.’

Zijn werk als DJ brengt hem, vanuit zijn huidige thuisbasis Deventer, door het hele land. Dat Deventer zijn thuisbasis werd, lag niet voor de hand. Leven in het moment betekent dat hij zijn hele leven op heel veel verschillende plekken woonde, in de meeste gevallen kraak of antikraak. Van Rotterdam tot Edam. Na een periode van maanden of jaren liet hij zijn woonplek altijd weer los. Onthechten en op zoek naar iets nieuws. ‘Dat past bij mij, het houdt mij creatief en net als Socrates blijf ik dan altijd vragen stellen en nieuwe dingen ontdekken, om niet te snel op een eindstation aan te komen. Ik ben eigenlijk heel melancholisch en behoudend, maar ik voel dat het goed is om mijzelf te blijven trainen. Als je hongerig blijft en regelmatig uit je comfortzone stapt, blijf je leven.’

Frederik is even stil en zegt dan: ‘Mijn grootste verlies is het verlies van mijn vader, een paar jaar geleden. Dat was zo’n enorme klap. Maar het heeft mij ook geleerd om het leven te accepteren zoals het is, je moet rouwen maar ook open blijven staan voor nieuwe dingen. Dat kan naast elkaar bestaan.’

‘Het voelt alsof er hier meer tijd is’

 

Deventer als woonstad diende zich anderhalf jaar geleden aan, een volkomen onbekende plek voor Frederik en zijn vriendin. ‘Deventer doet wel iets met mij,’ zegt hij, ‘het is knus en veilig. Het is niet zo hard en vluchtig als Amsterdam. De mensen zijn vriendelijk en geïnteresseerd. Heeft prachtige natuur. Het voelt alsof er hier meer tijd is. Het is een fijne plek en tegelijkertijd heeft Deventer genoeg te bieden voor mijn artistieke ziel.’

Zo kort in Deventer en nu al vereeuwigd door drie kunstenaars, hoe kwam dat zo? ‘Ik woonde pas net in Deventer en was alle mooie plekjes in de natuur aan het ontdekken. Bij de begraafplaats Tjoenerhof kwam ik Claar van Leent, van Het Deventer Portretatelier tegen. We raakten aan de praat over de specht die ik met mijn kijker aan het volgen was. Zoals het vaker met onverwachte ontmoetingen gaat, hadden we een superleuk gesprek dat eindigde met een uitnodiging om te poseren. Dat vond ik heel bijzonder, dat er zomaar drie mensen een paar uur lang naar jou kijken.’

Over de vraag wat hij van het resultaat vond moet Frederik even nadenken. ‘Ik heb de werken al lang niet meer gezien. Ik kan mij niet herinneren dat een van de drie er echt uitsprong of dat ik mij in een van de drie helemaal herkende. Wat ik juist heel bijzonder vond, is dat alle drie de schilderijen een ander aspect van mij laten zien. Ik zag in alle drie een andere blik van mijzelf. De schilderijen laten iets van mij zien dat de kunstenaar zag en de kunstenaar voegt er ook altijd iets van zichzelf aan toe. In die zin zijn het alle drie spiegels van de kunstenaar en van mij. En dat geheel raakte mij.’

Wat heb je in Deventer nog meer ontdekt? Frederiks ogen gaan glimmen en hij raakt niet uitgepraat: ‘Het parkje bij de Zandwetering! Dat is bijzonder, ik zag er laatst een ijsvogeltje. Het is een heel klein parkje, maar er is van alles te zien, iedere dag is weer anders. Als mensen bij mij op bezoek komen, neem ik ze altijd mee naar Klooster Nieuw Sion. Dat is ook zo’n fijne plek om gewoon te zijn en de rust te ervaren. Of de biologische markt, ik noem het altijd de teen van de markt, een klein hoekje op de zaterdagmarkt waar een fijne sfeer hangt en leuke mensen werken. Daar haal ik altijd mijn boodschappen voor de hele week. En niet te vergeten, Komma, een nieuwe plek in de Golstraat. Niet commercieel, maar gewoon een plek waar je een boek kunt lezen en een kop lekkere koffie kunt krijgen.’

Frederik denkt even na. ‘Ja, wat ik natuurlijk niet mag vergeten, de Bergkerk, één van de oudste gebouwen van Deventer. Wat is dat een magische locatie, met al zijn historie. Maar ook met alle nieuwe dingen die er nu in het gebouw plaatsvinden. Alsof de tijd daar stil staat, maar ook weer helemaal in beweging is. Precies het tempo dat Deventer zo fijn maakt.’

Na zoveel enthousiasme blijft er nog één brandende vraag over voor Frederik: Blijf je in Deventer? Hij begint zachtjes te lachen en zegt enigszins mysterieus: ‘Als ik ergens zou willen blijven, en dat moment zou zo maar ineens nu kunnen zijn, dan zou dat heel goed in Deventer kunnen zijn.’

 

Expositie Deventer Koppen
100 portretten van 0 tot 99 jaar

De expositie Deventer Koppen is een initiatief van het Deventer Portretatelier, bestaande Chrétien Goos, Wendy Rutgers en Claar van Leent, die ieder met hun unieke eigen stijl stadsgenoten in beeld brengen. Niet minder dan 100 Deventenaren zaten model in het atelier, en werden soms door één, soms door twee of zelfs alle drie de kunstenaars tegelijk geportretteerd. Dit levert een boeiend kijkje op: hoe lijken we op elkaar en hoe verschillen we? Hoe zien verschillende kunstenaars dezelfde mens? En wat is het effect van verschillende kunstenaarstechnieken?

De expositie is te zien vanaf woensdag 1 april tot zaterdag 2 mei in de Bibliotheek Centrum en gratis toegankelijk tijdens de openingstijden van de Bibliotheek Centrum.

Coosje Sinke is één van de maar liefst 100 Deventenaren die door het Deventer Portretatelier zijn geportretteerd voor de tentoonstelling Deventer Koppen. De 15-jarig scholier uit Diepenveen voelt zich thuis in Deventer, maar ziet nog wel verbeterpunten voor de Deventer winkelstraten. ‘Meer fair fashion en minder fast fashion!’

‘Het voelde wel een beetje gek om zo lang aangestaard te worden,’ zegt Coosje, terugkijkend op de uren waarin ze model stond voor de portretschilders Chrétien Goos, Wendy Rutgers en Claar van Leent. ‘Tegelijkertijd voelde het vertrouwd om geportretteerd te worden door Claar. Zij is namelijk een bekende in ons gezin, eigenlijk al vanaf het moment dat ik werd geboren. Claar was destijds de oppas van mijn oudere broers en in de loop van tijd is ze bij de familie betrokken gebleven.’

 

Coosje poseert in het atelier.

 

Het portret dat Claar van haar maakte, is te zien op de expositie. Coosje vindt het portret erg mooi geworden. Vooral omdat ze erg van kleur houdt en dat zit volop in het schilderij. ‘Ik herken mezelf wel in het portret, ook al ben ik me ervan bewust dat het een ander beeld van mezelf laat zien, omdat het een schilderij is. De techniek die Claar heeft gebruikt, vind ik erg mooi. Vooral omdat ze paars en roze heeft gebruikt . Dat vind ik ongebruikelijk en bijzonder.’

Opvallend aan het schilderij is haar dromerige blik. ‘Dat is niet zo vreemd,’ zegt Coosje. ‘Als je drie uur heel stil moet zitten, word je vanzelf een beetje dromerig. Ik zou het portret zeker thuis ophangen als ik de kans kreeg. Of ik zou het aan mijn oma geven. Bij mij thuis hangt al aantal portretten van mijzelf met mijn broers. Ik weet zeker dat ik mijn oma er een groot plezier mee doe, ook omdat mijn opa ook schilderde.’

 

‘Mopperen over het feit dat Diepenveen
niet bij Deventer hoort, vind ik onzin’

 

Coosje zit op het Vlier in 4 havo, ze volgt hier de richting Economie en Maatschappij. ‘Ik wil later graag iets met mode of met architectuur gaan doen.’ Het ontwikkelen van haar creatieve kant begon al vroeg. ‘Ik maakte regelmatig fietstochtjes met Claar. We stopten dan onderweg om schetsjes te maken van de dingen om ons heen. Thuis werkten we die dan uit.’

Coosje is geboren in Diepenveen waar ze nog altijd woont. Ze heeft het hier erg naar haar zin en geniet van de natuur die dichtbij is, zowel in het bos als aan de IJssel. ‘Ik geniet erg van de rust en vind het fijn dat mensen in het dorp elkaar kennen.’ Mopperen over het feit dat Diepenveen niet bij Deventer hoort, vind ik onzin. Ik begrijp echt niet waarom mensen daar zo’n punt van maken. Ze vertoeft dan ook met net zoveel plezier in de dorpse sfeer van Diepenveen als in Deventer stad.

Hoe kijkt ze als toekomstig architect tegen de stad aan? ‘De binnenstad vind ik prachtig, vanwege de mooie oude huizen die er na al die eeuwen nog steeds staan.’ Ze waardeert de historische waarde ervan. ‘Het maakt de binnenstad fraai en gezellig.’ De architectuur is volgens Coosje echter niet in balans, want naast het “oud ” is er bijna geen moderne architectuur te vinden. ‘En dat zou wel moeten.’

 

Regelmatig gaat Coosje met vriendinnen in de binnenstad shoppen. Maar het winkelaanbod voor jongeren is volgens haar allesbehalve interessant. Hier raken we een zeer maatschappijkritisch punt. Coosje is uitgesproken over het gebrek aan kennis van de doorsnee consument ten aanzien van de productie van fast fashion-kleding. ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen niet beseffen dat als iets is gemaakt door kleine kinderen, het niet goed is om te kopen. Ik stoor me dan ook aan het grote aanbod fast fashion-winkels en zou willen dat er, ook in Deventer, veel minder van dit soort winkels in het straatbeeld zouden zijn. Er zouden veel meer vintagewinkels moeten komen die goede, betaalbare merkkleding verkopen. Deventer heeft alleen maar Cream. Dat is één winkel. Voor goede zaken zoals de Kilo Kilo Vintage, die vanuit een duurzaam oogmerk en sociale verantwoordelijkheid ondernemen, moet je nu nog helemaal naar Utrecht of Amsterdam.’

‘Fair fashion is wel een stuk duurder,’ zegt Coosje. ‘En veel tieners hebben meestal niet zoveel budget.’ Toch probeert ze haar eigen koopgedrag aan te passen, door zich zo weinig mogelijk te laten verleiden door de fast fashion-industrie. Ook al is dat moeilijk. ‘Ik probeer mijn vrienden te zeggen geen bestellingen te doen bij Chinese budgetwinkels. Ook zeg ik dat je op Tik Tok niet meteen op de koopknop hoeft te klikken, als je iets ziet dat trending is.’ Ze gelooft dat haar advies aankomt bij haar vrienden en dat dit ook uiteindelijk effect zal hebben op hun koopgedrag. ‘Als een vriend zoiets tegen je zegt dan neem je dat serieus’, aldus Coosje.

Coosje is creatief met kleding. ‘Ik vind het leuk om oudere kleding die niet meer in de mode is, zo aan te passen dat het weer leuk en draagbaar is. Ik kom daarom graag in vintagewinkels waar ze vaak goede merkkleding verkopen die ik graag draag, of gemakkelijk te vermaken is.’ Het feit dat ze al goed overweg kan met de naaimachine komt haar daarbij goed van pas.

Als ze de middelbare school heeft afgerond zou ze graag een tijdje naar Australië gaan. ‘Wat mij trekt in Australië is de natuur, het weer, de dieren en de leefomgeving. Het liefst zou ik alleen reizen. Met een vriendin reizen is ook leuk, maar ik denk dat als je samen reist je minder leert en minder ziet. Als je alleen gaat, trek je je eigen plan. En als iets misgaat, bedenk je zelf een oplossing. Ik kom onderweg vast genoeg mensen tegen om ervaringen mee te delen.’

Ondanks de kritische noten ten aanzien van Deventer stad heeft ze het hier erg naar haar zin. Coosje heeft geen specifieke plekken waar ze aan gehecht is maar de IJssel is een bron van plezier. ‘Ik zeil al vanaf mijn achtste jaar op de zijarm van de IJssel en het is een heel leuke plek om in de zomer met mijn vriendinnen te zitten. Ik zou wel in en andere stad kunnen aarden, maar hier in Diepenveen heb ik mijn leven opgebouwd. En hier wonen mijn familie en vrienden. Ik vind het fijn om na een lange dag weer in Diepenveen aan te komen, waar ik alles wat ik die dag heb meegemaakt van me af kan laten glijden. Dat is voor mij echt
thuiskomen.’

 

 

Expositie Deventer Koppen
100 portretten van 0 tot 99 jaar

De expositie Deventer Koppen is een initiatief van het
Deventer Portretatelier, bestaande Chrétien Goos, Wendy Rutgers en Claar van Leent, die ieder met hun unieke eigen stijl stadsgenoten in beeld brengen. Niet minder dan 100 Deventenaren zaten model in het atelier, en werden soms door één, soms door twee of zelfs alle drie de kunstenaars tegelijk geportretteerd. Dit levert een boeiend kijkje op: hoe lijken we op elkaar en hoe verschillen we? Hoe zien verschillende kunstenaars dezelfde mens? En wat is het effect van verschillende kunstenaarstechnieken?

De expositie is te zien vanaf woensdag 1 april tot zaterdag 2 mei in de Bibliotheek Centrum en gratis toegankelijk tijdens de openingstijden van de Bibliotheek Centrum.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ids Zandleven is één van de maar liefst 100 Deventenaren die door het Deventer Portretatelier zijn geportretteerd voor de tentoonstelling Deventer Koppen. De liefde bracht hem naar Deventer. Na tien mooie jaren op het Pothoofd is hij onlangs verhuisd naar een woonzorgcomplex. ‘Het uitzicht ga ik missen.’

Op een avond loop ik met mijn geliefde, Ria over de Brink. Ineens is daar het besef: wat een sfeer in deze stad. Ik richt me tot haar en meld dat ik heel graag hier wil gaan wonen. Het blijkt een gezamenlijk verlangen! In 2016 zijn we naar Deventer verhuisd, naar deze plek op het Pothoofd.

Ids heeft een leven achter de rug in Eindhoven, toen volop een Philips-stad. Gestudeerd aan de TU Eindhoven: wiskunde. Voor die tijd al vier jaar bij Philips in Hilversum gewerkt. Hij ontmoette daar een vrouw die wiskundig ingenieur was. “Dat wil ik ook,”, zei hij tegen zijn baas. “Maar kan ik dat?” Door de bevestiging van de baas heeft hij het aangedurfd. Zijn ouders hadden de middelen niet voor een universitaire studie. Gelukkig kreeg hij een beurs. De studie ging vlot. Samen met een vriend, als oudere studenten, meer gemotiveerd. Na de studie werkte hij in dezelfde stad voor Philips als ICT’er  ten behoeve van de interne automatisering van het bedrijf in binnen- en buitenland. Dat bracht hem veel reizen naar plaatsen als New York, Londen, Parijs, Milaan, Barcelona. Enorm genoten van deze tijd. In 2002 ging hij met pensioen.


Van Eindhoven naar Deventer

‘Mijn vrouw Carla en ik, hadden twee kinderen. In 2009 kreeg zij de diagnose: borstkanker. Daarna leefde ze nog slechts drie weken. We waren bijna 40 jaar samen. Je kunt je wellicht voorstellen dat ik een tijd flink van de kaart ben geweest. Op haar ziekbed heeft ze me op het hart gedrukt niet alleen te blijven. Korte tijd later ben ik via een datingsite Ria Snoek, uit Deventer tegengekomen. We hebben veel overeenkomsten. Zij is goed met zoeken op internet; had ze nodig voor haar werk als bibliothecaris in de bibliotheek Deventer. Dat sprak mij aan. Ze heeft projecten gedaan om mensen te leren hoe met internet om te gaan en wat de gevaren zijn. In 2010 ben ik met Ria gaan samenwonen. Mijn leven veranderde totaal. Eindhoven achterlaten voelde als mijn vrouw achterlaten. Dat raakt me nog steeds, een gevoelige plek, nu jij dat zo vraagt.’

Uitzicht op de IJssel
“Na een jaar vonden we een mooie bungalow in Olst, een kasteeltje. Prachtige plek maar een dorp met nog niet eens een café. Onze gezamenlijke interesse in cultuur, musea etc… bracht  ons bij een bijeenkomst van theaters Olst/Wijhe. Samen zijn we daar actief geworden; ik als penningmeester. Zoals ik al vertelde was het ineens raak: de stad Deventer trok ons aan. We vonden een appartement aan het Pothoofd. Ik was meteen verkocht door het geweldige uitzicht op de IJssel. In 2016 zijn we daar naartoe verhuisd.’

Doorgang onder de brug
‘Mijn liefde voor Deventer? Mijn eerste indruk was dat Deventer past in mijn rij van mooie, authentieke, Nederlandse steden. In Leeuwarden geboren: mooi oud centrum, in Utrecht op bezoek bij mijn vader, in Alkmaar, mijn HBS gedaan. Nu leven in Deventer: het oude, authentieke spreekt me enorm aan. De Brink is als een persoon met alle levendigheid, de IJssel een levend wezen. Iedere ochtend kijk ik; iedere ochtend weer anders, hoogte, stroom, lucht. 944 meter van de bron van de Rijn. De wiskundige in mij kijkt ook naar de doorgang onder de brug: nu 11 meter. Dat houd ik bij.”

Stad met een ziel
‘Interessante plekken: gebouwen rondom de Brink, het oudste stenen huis aan de Sandrasteeg, Het Bergkwartier: deze plekken stralen een historisch wezen uit. Deventer, een stad met een ziel. Van Olst, een dorp zonder café, naar Deventer, een stad vol cultuur en kunst. We gaan veel uit naar de Schouwburg en filmhuis Mimik. We gaan ook regelmatig uit eten. Ria is onze aanvoerster. Zij was al lid van Deventer literair; door haar enthousiasme ben ik ook meteen lid geworden. Zo ook van de Historische Vereniging Deventer. We zijn toegetreden tot de Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900; ook bij deze club penningmeester geworden.  Ik weet van wanten. Het reilen en zeilen van geld heeft altijd mijn interesse gehad.’

Trots
“Waar ik trots op ben is het digitale JAZ-museum met het werk van Jan Adam Zandleven 1868-1923, mijn oudoom. Het feit dat hij in 2023, 100 jaar geleden overleed, hebben wij aangegrepen om een boek over hem te schrijven. Op initiatief en geschreven door Ria; op basis van brieven en onderzoek in archieven door het land. Dat deden we samen. Midden 2023 is het boek: Zandleven en Zoon, bij Praamstra gepresenteerd. Vervolgens in Rhenen, waar zijn graf is, hebben we een tentoonstelling georganiseerd. Daar hangt ook een van zijn beste werken, nagelaten aan de gemeente Rhenen.’


Laatste fase

Nu een nieuwe fase in zijn leven: de laatste fase. Hij is mantelzorger voor Ria geworden. Onlangs is zij gevallen; ze had al een kwetsbare rug. Samen hebben ze besloten om naar Nieuw Rollecate een woonzorgcomplex, te verhuizen. Tijdens dit interview zitten we in hun kamer met boeken op de grond, de vleugel van Ids zojuist verkocht. Die zal helaas niet mee kunnen naar Rollecate. Gelukkig is daar wel een piano, want muziek blijft voor Ids een belangrijke invulling van zijn leven.

Wat denk je dat je het meest gaat missen na je verhuizing?
‘Dit! Hij wijst naar buiten naar de IJssel. Ik heb een prachtige rode lucht van dit uitzicht als screensaver. Ik ben altijd bezig geweest met veranderen. Dat kan ik goed. Maar, als verandering een verslechtering inhoudt; dat is een andere zaak. Een traantje laten bij het afscheid? Wel als jij zulke vragen stelt. Voordeel van Nieuw Rollecate: ik hoef niets meer te doen in de zorg.’

Toen ik als interviewer de vraag kreeg met Ids dit gesprek aan te gaan, werd me een summiere beschrijving gegeven: man in pak tot 2002, kort haar, nu een soort hippie met een bos grijze krullen. Als ik dit beeld aan Ids voorleg, moet hij hartelijk lachen. Ja, Ria vroeg me meteen mijn haar te laten groeien. Die pakken dat was een soort Philips-uniform. Nu 15 jaar later kijken mensen ook anders naar me. Ria ziet me niet als een hippie, hoor.’

In de bibliotheek van Colmschate werd hem door Wendy gevraagd of ze hem mocht tekenen. Een tijdje later belde ze of hij geportretteerd wilde worden voor de tentoonstelling in de Bibliotheek. Ik vond het best. Doe ze graag een plezier. Het portret door Chrétien Goos geschilderd spreekt mij het meeste aan.

 

 

 

Expositie Deventer Koppen
100 portretten van 0 tot 99 jaar

De expositie Deventer Koppen is een initiatief van het Deventer Portretatelier, bestaande Chrétien Goos, Wendy Rutgers en Claar van Leent, die ieder met hun unieke eigen stijl stadsgenoten in beeld brengen. Niet minder dan 100 Deventenaren zaten model in het atelier, en werden soms door één, soms door twee of zelfs alle drie de kunstenaars tegelijk geportretteerd. Dit levert een boeiend kijkje op: hoe lijken we op elkaar en hoe verschillen we? Hoe zien verschillende kunstenaars dezelfde mens? En wat is het effect van verschillende kunstenaarstechnieken?

De expositie is te zien vanaf woensdag 1 april tot zaterdag 2 mei in de Bibliotheek Centrum en gratis toegankelijk tijdens de openingstijden van de Bibliotheek Centrum.

 

 

 

 

Pierre Malan is één van de maar liefst 100 Deventenaren die door het Deventer Portretatelier zijn geportretteerd voor de tentoonstelling Deventer Koppen. Pierre kwam dertig jaar geleden vanuit Ivoorkust naar Deventer, keerde terug naar Afrika om vervolgens weer naar Deventer te verhuizen. ‘Af en toe mis ik Ivoorkust wel.’

‘Ik ben in Afrika geboren. In Ivoorkust aan de westkant van Afrika. Ik ben hier ongeveer dertig jaar geleden terechtgekomen. Ik was op doorreis in Europa. Europa ontdekken. Dus ik ben overal geweest: Frankrijk, Duitsland, Spanje, België. Ik heb toen iemand ontmoet, een Franse man in zaken en die heeft mij hierheen gebracht. Hij zei: “Ik heb iets wat we kunnen doen met Afrika. Wij kunnen iets opzetten en met Afrika iets doen.” Ja, zo ben ik eigenlijk hier gekomen. Het is niets geworden. Wij zijn wel begonnen, maar later bleek dat ik werd opgelicht. Mijn geld werd helemaal weggesluisd. Nou oké. Het is mislukt, ik was het geld kwijt. Ik was van plan om terug te gaan. Maar er was reden die me heeft gedwongen om hier te blijven. Die reden was liefde. Toen heb ik mijn ex leren kennen.’

‘Ik heb bijna een jaar in een naaiatelier gewerkt in Best. Ik kwam in Deventer op bezoek bij landgenoten. Wij hadden hier een plek waar we eens in de twee weken bij elkaar kwamen om te dansen. Daar heb ik mijn vrouw leren kennen. Kort daarna is ze zwanger geworden. Toen dacht ik van oké, daar ga ik niet voor weglopen. Dan ga ik niet meer terug naar Afrika, dan blijf ik bij haar, want zij is zwanger van mij. En toen zijn we gaan trouwen. Op dat moment was ik legaal, ik had papieren, dus ik heb snel werk gevonden. In Brummen, als beheerder van een AZC. Ik heb het centrum vijf jaar gerund. En na vijf jaar dachten we oké, nu heb we genoeg gespaard. Nu ga ik toch mijn droom waarmaken: terug naar Ivoorkust. Mijn vrouw wilde ook graag mee. We hadden op dat moment twee kinderen: mijn zoon, die is hier in het ziekenhuis geboren en mijn oudste dochter in Brummen. En toen zijn we daarheen verhuisd.’

‘Het was een avontuur. We hebben daar een huis gebouwd. We hebben daar kleine dingen opgezet: een transportbedrijf, een internetcafé, een taxibedrijf. Het ging goed. Mijn schoonouders zijn een paar maanden bij ons geweest. We waren van plan ook iets voor hen te bouwen, een huisje naast onze woning. Maar toen kwam de oorlog in Ivoorkust en moesten wij vluchten. Dus voor de tweede keer moest ik mijn land verlaten. Met mijn vrouw en twee kinderen. Mijn vrouw was zes maanden zwanger. Toen kwamen we in Lochem terecht bij mijn schoonouders, die hebben voor ons een huisje gehuurd op het park. We hebben daar een maand of twee gezeten. Dat was In 2005, denk ik.’

‘Daarna zijn we in Deventer komen wonen. Kort daarna heb ik werk gevonden. Ik heb van alles gedaan want ik had een vrouw en kinderen.. Voor mij was het niet zo belangrijk wat ik deed. Ik moest wel. Zaten wij hier met z’n vieren met een nieuwe baby erbij. En toen kreeg ik vast werk. Ik werk bij Nefit, Nefit Industrial. Toen kwam de laatste baby, dat is ook een meisje. Het ging helemaal goed. We hadden het naar ons zin. Tot de scheiding.’

‘Ik ben hier wel gebleven, want we hebben vier kinderen samen en dan loop je niet weg. Ook al lukt het niet met z’n tweeën, je hebt een verantwoording naar de kinderen toe. Dus ik ben bij de kinderen gebleven, ook al zijn ze nu allemaal volwassen. Mijn zoon woont bij mij en de dochters wonen in bij de moeder. Mijn ex woont ook nog steeds in Deventer, dus we zijn allemaal bij elkaar, we zien elkaar, we hebben goed contact. Mijn jongste dochter komt vandaag eten.’

 

‘Af en toe wel mis ik Ivoorkust wel. Ja, ik bedoel ik heb hier ook geen familie. Dan mis je een beetje de interactie met mensen die bepaalde dingen goed kunnen begrijpen, omdat zij hetzelfde denken. Maar ik mis het niet zodanig dat ik kan zeggen ik heb heimwee, ik wil terug, nee dat niet. Ik heb het hier naar mijn zin. Dit is een hele fijne stad. Ik ken heel veel mensen, ik zit bij een club waar we heel veel activiteiten doen. Die heet Club, gewoon Club. En daar organiseren ze etentjes en uitjes in de stad of buiten de stad, wandelingen.’

‘De stad Deventer is rijk aan leuke dingen: de straatjes, de cafés, de markt, ja, het water waar ik heel vaak ga zitten, mooie paden waar je kan wandelen. Ik loop heel veel. We gaan met een grote groep twee keer per maand op zaterdag lopen, van de ene brug naar de andere. En dan gaan we ergens wat drinken, wat eten. Ik vind Deventer echt een leuke stad. Het ligt mooi. Je kunt overal naar toe. Ik ga hier niet weg.’

 

Expositie Deventer Koppen
100 portretten van 0 tot 99 jaar

De expositie Deventer Koppen is een initiatief van het Deventer Portretatelier, bestaande Chrétien Goos, Wendy Rutgers en Claar van Leent, die ieder met hun unieke eigen stijl stadsgenoten in beeld brengen. Niet minder dan 100 Deventenaren zaten model in het atelier, en werden soms door één, soms door twee of zelfs alle drie de kunstenaars tegelijk geportretteerd. Dit levert een boeiend kijkje op: hoe lijken we op elkaar en hoe verschillen we? Hoe zien verschillende kunstenaars dezelfde mens? En wat is het effect van verschillende kunstenaarstechnieken?

De expositie is te zien vanaf woensdag 1 april tot zaterdag 2 mei in de Bibliotheek Centrum en gratis toegankelijk tijdens de openingstijden van de Bibliotheek Centrum.