Halil Seckin verhuisde als zeventienjarige jongen met zijn familie uit Turkije naar Deventer, waar zijn vader toen al werkte. Vastberaden zich de taal en cultuur eigen te maken, vond hij zijn weg. En niet onopgemerkt, voor zijn bijdrage aan de gemeente werd hij geridderd. ‘Mijn geboorteland is Turkije, maar mijn stad is Deventer.’
Buitenlandse werknemers, veelal van Turkse of Marokkaanse komaf, werden in de jaren 50 en 60 tot midden jaren 70 door de toenmalige Nederlandse werkgevers en kabinetten massaal naar Nederland gevraagd om te komen werken. In het vooruitzicht van een goed minimumloon waagden duizenden boeren-en arbeidersjongens de sprong naar Nederland. De problemen met huisvesting en taal werden voor lief genomen. De arbeiders zouden immers na drie of vijf jaar weer terugkeren naar hun land, althans dat was de verwachting. Het liep anders.

Halil heet voluit Halil Ibrahim Seckin en is geboren op 1 juni 1963 in een dorp in Oost-Turkije. Het gezin bestond uit acht kinderen, vier jongens en vier meisjes. Het gezin woonde op een groot boerenbedrijf met andere familieleden. Halil doorliep de lagere school in zijn geboortedorp, waarna het gezin naar Ankara verhuisde, waar hij het lyceum (middelbare school) bezocht.
Hoe is Deventer in je leven gekomen?
‘Mijn vader was boer en woonde met andere broers op een groot boerenbedrijf. Er was geen armoede, maar de verhalen uit Nederland waren aanlokkelijk. Mijn vader vertrok in 1972 naar Nederland om te zien hoe het Nederlandse boerenleven eruit zag. Hij wilde er een paar jaar werken, geld verdienen voor bijvoorbeeld een nieuwe tractor of een extra stuk land en dan weer terugkeren naar Turkije. In Nederland kon hij al snel in Deventer aan de slag in de fabriek van Thomassen en Drijver (TDV), waar ze verpakkingsmateriaal maakten. Uiteindelijk is hij 50 jaar gebleven, hier overleden en in zijn dorp in Turkije begraven. Zelf ben ik op mijn 17de naar Deventer verhuisd.’
Hoe was die tijd in Turkije en wat liet je achter toen je naar Nederland vertrok?
‘Toen wij naar Ankara verhuisden, woonden daar ook drie ooms die mij en mijn broers toen eigenlijk opgevoed en gevormd hebben. Mijn vader kwam één keer per jaar naar huis op vakantie, een echte relatie met je vader had je toen eigenlijk niet. Mijn vertrek uit Ankara naar Nederland betekende afscheid van mijn jeugd en vrienden. Maar tegelijkertijd was er hoop en zag ik vooral kansen. Er was een leven voor mijn 18e en een leven daarna.’
Wat weet je nog van je eerste bezoek aan Nederland?
‘Ik kon goed leren en als beloning mocht ik in 1979 twee maanden op vakantie naar Nederland. Ik sliep bij mijn vader in hotel De Leeuwenbrug, waar nu de schouwburg zit. In de Leeuwenbrug woonden alle Turkse medewerkers van TDV. Ze sliepen met z’n tweeën op één kamer en betaalden kostgeld, dat van hun loon werd ingehouden. De badkamer/douche was een gemeenschappelijke ruimte. Ook had TDV een aantal koks in dienst die voor de mensen kookten. Na die vakantie ben ik weer naar Turkije teruggegaan, om het lyceum af te maken.’
‘Van mijn eerste bezoek aan Nederland in 1979, weet ik nog goed dat het gebrek aan de Nederlandse taal mij opviel. Ik dacht, “hoe kan dat nou? Je woont hier, maakt deel uit van de maatschappij, of je weer terug gaat is onzeker, en je spreekt de taal niet. Ongelofelijk!” Ik kon zelf goed leren en zat op een middelbare school waar ik leerde discussiëren en me breder oriënteerde dan de meeste kinderen.’
‘Begin 1980 verhuisde mijn moeder met zeven kinderen ook naar Nederland en ik bleef nog een jaar in Ankara om mijn school af te maken. Op mijn zeventiende kwam ik ook definitief naar Deventer. Ons gezin woonde in de Rivierenwijk, wonen was daar goedkoop en alle Turkse mensen woonden daar. Het leek soms net klein Turkije. Positief was de gemeenschapszin, maar negatief was de daardoor zeer beperkte integratie. Al werd dat toen niet zo beleefd. Er was vanuit de overheid ook geen enkel beleid op dat punt. Ze zouden toch allemaal t.z.t. wel weer teruggaan.’
Zelf wilde je de taal wel leren?
‘Ja. In Deventer bestond toen al een ISK, een internationale schakelklas, de wat hoger opgeleiden mochten daar naar toe, destijds op Brink 21. Ik ben toen negen maanden vijf dagen per week naar de ISK en kreeg thuis bijles van een bevriende docent Nederlands. Ik wilde zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren, onder het motto ‘Taal is de sleutel tot de cultuur’”.
Mijn moeder was analfabeet en heeft op 60-jarige leeftijd nog Turks leren lezen en schrijven, Nederlands was toen een stap te ver. Vader sprak gebrekkig Nederlands, maar dat was ook niet nodig, alles werd door de werkgever geregeld en dus was er altijd een tolk op het werk aanwezig. Ook in het sociale leven, bijvoorbeeld bij doktersbezoek werd er voor een tolk gezorgd. In de wijk was de middenstand ook grotendeels Turks. De noodzaak om Nederlands te spreken was er niet.’
‘Ik heb mij vaak de generatie gevoeld die het voor twee kanten moest regelen, ik wilde mijzelf ontwikkelen en mijn weg vinden en tegelijkertijd moest ik van alles voor mijn ouders regelen. Ze vonden al vroeg dat ik dat wel kon dus dan doe je dat. Ik dacht er toen niet zoveel bij na, het was toen niet echt een belasting, het hoorde erbij.’

Uiteindelijk werd je Nederlands staatsburger, hoe is dat gegaan?
‘Er was geen inburgeringscursus of een examen. Je ging naar het gemeentehuis en diende een aanvraag in voor het verkrijgen van het Nederlands staatsburgerschap. Je betaalde voor het hele gezin 500 gulden en dan was iedereen Nederlands staatsburger. In 1984 werd ik dus officieel Nederlander, ik wilde dat heel graag want ik wilde deel uitmaken van deze samenleving. Ik wist dat ik in Nederland wilde blijven en niet meer terug zou gaan naar Turkije.’
‘Na het lyceum afgemaakt te hebben in Ankara en mij de Nederlandse taal eigen gemaakt te hebben werd ik toegelaten tot de sociale academie in Enschede. Na vier jaar HBO was ik afgestudeerd en ging met mijn toekomstige vrouw op zoek naar een huis. Wij wilden naar de wijk Borgele, ik weet nog dat de man van de woningbouwvereniging tegen ons zei, ‘maar daar wonen helemaal geen Turkse mensen’, waarop ik antwoordde ‘dat wil ik ook niet, wij willen tussen de Nederlanders wonen en integreren. Dat willen jullie toch ook?’ Wij kregen ons huis in Borgele.’
Heb je wel eens overwogen om uit Deventer weg te gaan?
‘Nee, ik heb altijd gevoeld: ik ben in Deventer aangekomen en zal hier altijd blijven, los van het feit dat mijn familie hier ook woont. Mijn vrouw en ik zijn zeer verknocht aan Deventer, het is een mooie oude stad met veel historie, cultuur en natuur. Het is hier heel fijn wonen. Het kleine en compacte spreekt me aan, veel mensen kennen elkaar. In het bijzonder is de oude binnenstad me dierbaar.’
Je bent een prominente inwoner van Deventer, zeker ook in de Turkse gemeenschap.
‘Ja, dat kun je denk ik wel zeggen, ik ken veel mensen en veel mensen kennen mij.’
Die bekendheid komt niet in de laatste plaats door al het vrijwilligerswerk dat je door de jaren heen gedaan hebt, waar kwam die drive vandaan?
‘Dat weet ik niet zo goed, het moet een beetje in je zitten. Ik voelde me van jongs af aan al maatschappelijk betrokken en dan zoek je het op of het zoekt jou op. Ik wil graag iets betekenen voor andere mensen en voor de maatschappij waar ik in leef en je krijgt er ongelofelijk veel voor terug, dat is niet in geld uit te drukken.’
De lijst is te lang om op te noemen, van de voetbalvereniging tot de medezeggenschapsraad op school, de acceptatie van de LHBTI groep, taallessen, bestuur van buurthuizen en op Deventer en nationaal niveau de belangen van de Alawitsche gemeenschap. Welke waarden zijn hier voor bij jou leidend?
‘Een van de belangrijkste waarde voor mij is het helpen van mensen die het zelf niet zo goed kunnen regelen en hulp nodig hebben. Ik heb veel gekregen van de maatschappij en wilde wat terugdoen. Dat is ook een van de reden waarom ik al 35 jaar met veel plezier als adviseur werkgeversdiensten werkzaam ben bij het UWV WERKbedrijf.’

Heb je zelf weleens te maken gehad met discriminatie?
‘Nee daar ben ik nooit mee geconfronteerd en ook de verschillende Turkse stromingen in Deventer gaan goed met elkaar om. Religie speelt daarbij voor mij ook geen rol. Uiteindelijk gaat het bij integratie mijns inziens niet om aanpassen, maar om integratie met respect voor elkaars waarden en normen en die mogen niet botsen met de rechtsstaat.’
In 2021 ben je geridderd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor al je vrijwilligerswerk, hoe was dat voor jou?
‘Verrassend en ook spannend, veel van mijn vrienden die ik soms dagelijks zie hebben het aangevraagd en ik had er totaal geen weet van, het was heel bijzonder en eervol. Je doet het er niet voor maar als het op deze wijze gewaardeerd wordt is dat heel fijn.’
Hoe was je ontvangst, toen je op 17-jarige leeftijd in Deventer aankwam?
‘Ik voelde me welkom en heb nooit stugheid van de Deventernaren ervaren. wat meehielp natuurlijk was dat ik mijn familie om me heen had.’

Halil Seckin als zeventienjarige.
Wat is er in jouw ogen voor arbeidsmigranten veranderd in Deventer?
‘De situatie toen en nu is niet met elkaar te vergelijken, onze ouders werden hier uitgenodigd, er was werk, huisvesting en we voelden ons welkom. Nu is de arbeidsmigratie veel schimmiger en de druk op de arbeidsmarkt steeds groter, waardoor ook de tolerantie vanuit de maatschappij afneemt. Er heerst een heel ander sentiment, wij waren welkom maar ook nu kunnen we niet zonder arbeidsmigranten want dan valt de hele tuinbouw in het Westland om, en landelijk branches zoals de bouw en vleesverwerkende industrie. Maar er zijn grote problemen met arbeidscontracten, uitbuiting en belabberde huisvesting en overlast voor de buurt. Dat was vroeger niet. De werkgever zorgde goed voor je. Het was niet luxe, maar iedereen had zijn eigen (huur)huis. Voor de Nederlanders die ook in die wijk woonden was de grote Turkse gemeenschap wel wennen en niet direct vanzelfsprekend.’
Voel je je een Deventernaar en hoe zou je dat gevoel omschrijven?
‘Zeker voel ik me Deventernaar, het gaat om de saamhorigheid in de stad, zonder poeha. Bijvoorbeeld hoe de gemeente bij de grote aardebeving in Turkije en ook elders direct inzamelingen faciliteert en uiteraard Go Ahead Eagles, als bindende factor. Mijn geboorteland is Turkije maar mijn thuisland is al 45 jaar Nederland en mijn stad is Deventer. Als wij van vakantie terugkomen en in de verte de Lebuinuskerk zien, zeggen we ‘we zijn weer thuis’, nou dat gevoel!’
Fotografie: Viorica Cernica
































