De verhalen
De verhalen

Als tekenaar en schilder heeft Peter Paul Hattinga Verschure een bijzondere kijk op de stad en het landschap. Verhalenmaker Marcel Mulder ging met hem in gesprek over zijn manier van waarnemen. ‘Ik zie de stad als een proces.’

Stadstekenaar
‘Ik ben in Deventer terecht gekomen, omdat mijn partner hier een baan kreeg. Na veertig jaar woon ik hier nog met plezier. Het is ook een hele prettige stad om weer thuis te komen. De mij omringende stad is een dankbare inspiratiebron, aangezien ik mijn onderwerpen doorgaans niet zo ver van huis zoek. Omdat ik mezelf moest verkopen heb ik mij ooit stadstekenaar genoemd, zoals er nu stadsdichters en stadstroubadours zijn. Dus Deventer heeft geluk met mij, (zei hij bescheiden).’

 

 

Zie De Stad
Je publiceert ook boeken, waaronder Zie De Stad met daarin tekeningen die je in de loop der jaren hebt gemaakt van situaties in Deventer. Hoe zie jij de stad?

‘Ik zie de stad altijd met twee blikken, namelijk de blik waarmee ik de bekende stad zie en die waarmee ik de vreemde stad zie. Deventer is een mooie stad. Als er toeristen bewonderend rondkijken, voel ik me eventjes met ze verwant. Ik verplaats me van degene die de stad kent als zijn broekzak (dat mag ik van mezelf best zeggen) in die vreemde toeschouwer. Dus ”Zie de stad” kun je op verschillende manieren lezen. Het kan een aansporing zijn, maar ook een verwijzing. Vandaar dat ik voor die titel gekozen heb. Dat moet een beetje de verwondering onderstrepen, die ik iedere dag weer heb als ik door de stad loop. Of ik de stad steeds weer opnieuw zie, hoewel ik natuurlijk elke hoek en elke scheefliggende straatsteen ken. Dat is misschien het kind in mij dat maakt dat ik voor het kunstenaarschap gekozen heb.’

 

 

Waarneming
‘Ik werk graag buiten, op locatie. Waarneming staat in mijn leven centraal. Ik vind het heel fascinerend dat, als je waarneemt, je alles denkt te zien, maar dat is waarschijnlijk niet zo. Als je door de straat loopt zie je je omgeving als bekend, niks vreemd aan. Tot je je stoeltje neerzet en een stuk tekenpapier voor je neemt. Dan zie je dezelfde omgeving, maar om het op het platte vlak te vertalen moet je op een analyserende manier kijken. Als je gewoon over straat loopt dan kijk je met een associërende, verkennende blik. Komt er geen auto aan als je de straat oversteekt? En als de auto voorbij is, weet je niet eens wat voor auto dat was. Als je gaat zitten tekenen, zijn dat dingen waar je wel op let. Dat bedoel ik met dat analytische kijken.

Het is ook weer niet zo dat de tekening een analytische weergave van de omgeving wordt. Een bouwtekening is een puur analytische tekening, met de millimeters erbij. Als ik teken is het meer een proces dat zich voltrekt in de anderhalf uur dat ik daar zit te tekenen. Zo lang doe ik ongeveer over een tekening buiten. Dan herken je dat wat ik voor me gezien heb en toch is het een waarnemingsnotitie en niet een fotografische weergave. Ik vind die fotografische weergave helemaal niet belangrijk.

Dat handschrift waarmee die tekening op papier komt, ja, dat is eigen aan mij. Elk krasje op de tekening is een beslissing die je neemt, detail voor detail. Dat betekent dus dat je heel erg naar die details kijkt. Zo komt er handschrift in. Je brein is voortdurend aan het wikken en wegen. Het gaatje in de muur, een baksteen waar iets raars mee is, een raam dat wel of niet open staat of een luik dat scheef hangt; alles telt mee.’

 

 

De achterkant van de stad
De onderwerpen die je kiest, de standpunten die je inneemt, zijn niet de specifieke schilderachtige punten zoals je die vaak ziet.

‘De echt schilderachtige punten zijn die waar de stad opgedirkt is. Dat is de voorkant van de stad. Aan de straatkant zijn de gevels fascinerend en mooi. Maar wat me meer boeit is niet de stad als mooi plaatje. De stad is vies, wordt weer schoongemaakt en dan komt er weer een nieuw likje verf op. Als ik in een winkel ben, loop ik vaak even naar achteren. Soms kijk je op een tuintje. Dat vind ik leuk. Dan zie je opeens versleten muren en een paar ramen die dichtgezet zijn of een afdak. Dat noem ik dan de achterkant van de stad. Die zegt mij nog meer over de leeftijd dan de voorkant. Ze spreken wel over een middeleeuwse stad, maar de meeste gevels zijn uit de tweede helft van de achttiende en negentiende eeuw. In een hele moderniseringsrage moest alles wat oud was weg. Dus al die gevels zijn opgeknapt. Maar de huizen daarachter die zijn vaak middeleeuws.’

 

 

De stad als proces
‘Ik zie de stad als een proces. Ook het boek Zie De Stad gaat daar over. In die veertig jaar dat ik in Deventer woon heb ik tekeningen gemaakt op plekken waar de stad een beetje versleten is of waar ze net aan het slopen of aan het bouwen zijn. Ik heb vanaf 2015 veel tekeningen gemaakt op dezelfde plekken als tien, twintig, vijfentwintig jaar daarvoor. Die heb ik gebundeld in het boek Zie De Stad. Ik heb tekeningen naast elkaar gezet met bijvoorbeeld zo’n 23 jaar ertussen, ongeveer een generatie. Helemaal niet zo veel tijd, maar als je dan terugkijkt… Bijvoorbeeld dat urinoir voor het station, dat is begin 2001 ontmanteld.

 

‘Daags voordat het urinoir voor het station werd weggehaald heb ik er schetsen van gemaakt en later een ets. Dat zijn voor mij cruciale, theatrale momenten in het proces dat de stad is’

 

Het stond niet bepaald in een goede reuk in Deventer, letterlijk en figuurlijk, nou vooral letterlijk. Dat ding stonk altijd als het laatste oordeel, maar het was een heel karakteristiek bakstenen bouwwerkje in Amsterdamse School-stijl, een ontzettend mooi stukje metselwerk. Heel veel mensen herinneren zich dat. Toen het stationsplein werd heringericht, is met een dieplader dat hele ding opgeschept. Nu staat het ergens in het Openluchtmuseum in Arnhem. Daags voordat het werd weggehaald heb ik er schetsen van gemaakt en later een ets. Dat zijn voor mij cruciale, theatrale momenten in dat proces dat de stad is.’

Onbevooroordeeld
‘Één van mijn credo’s was dat ik alle dingen die ik om mij heen zie gebeuren onbevooroordeeld moest waarnemen. Als ik bijvoorbeeld tekeningen maak van een heel mooi stukje stad waar je opeens een bouwkraan bovenuit ziet steken, zeggen de mensen: “Waarom teken je die kraan nou erbij, dat is toch zonde?” Maar voor mij telt dat. Dat is van deze tijd. Zo is het gewoon.’

 

 

Kosmische blik
‘In het boek Zie De Stad is het onderwerp datgene wat door mensen tot stand is gebracht. Maar de essentie is dat waar de mens geen grip op heeft. De verandering en het verval, de evolutie die een stad ondergaat, dat komt niet door de mens. Eigenlijk kijk ik naar m’n omgeving op een natuurfilosofische manier. In beginsel is de mens en alles wat hij voortbrengt net zo goed natuur. Ook Artificial Intelligence (A.I.), ook de atoombom en smerige fabrieken en het broeikaseffect. Het zijn allemaal processen die plaatsvinden als gevolg van een bepaalde diersoort: Homo sapiens. Ik zie dat allemaal als kosmisch proces, dus als natuur. Dat stelt mij ook in staat om zoveel mogelijk nuchter waar te nemen. De mens kan vervreemden van zijn oorsprong.

 

 

Maar ook dat is een proces dat zich kennelijk op deze planeet moet afspelen. Zo is het wel vaker met bepaalde diersoorten gegaan, denk ik. Als ergens een sprinkhanenplaag is, dan is op een gegeven moment al het eten op en sterft 99,9% van die beesten. Dat gebeurt nu met de mens ook. Het verbijsterende vind ik dat de mens met open ogen doorgaat met de dingen waarvan hij weet dat ze niet goed zijn voor z’n voortbestaan. Het is ook menselijk om daar bezorgd over te zijn. En dat ben ik natuurlijk ook. Maar het is kennelijk iets wat moet gaan gebeuren. De natuur herstelt zichzelf. De mens is een diersoort die een te dominante rol speelt op een planeet waarvan er nu eenmaal maar één is. En ja, als hij ten ondergaat aan zijn eigen succes, dan is dat zo. En dan zeg ik: soit. De natuurkrachten zijn nu eenmaal gericht op het vinden van een stabiel evenwicht en dat vind ik een troostrijk idee.’

Bekijk de website van Peter Paul: https://www.pphv.nl

Fotografie: Henny Evers

 

Schaapsherder Marianne Gaspersz trekt met haar Deventer Schaapskudde langs diverse groene gebieden, waar dankzij haar schapen de biodiversiteit opbloeit. ‘Het aantal orchideeën is toegenomen. En de Klokjesgentiaan is terug.’

De schaapsherder van de Deventer Schaapskudde is Marianne Gaspersz. Samen met haar man Frank Gaspersz had ze eerder een eigen kudde in Frankrijk, in de Ardèche. Na zes jaar Frankrijk kwamen Marianne, haar man en hun twee dochters terug naar Nederland. ‘We zijn eerst heel wat anders gaan doen. En er werd nog een tweeling geboren! Ik ben les gaan geven op een praktijkschool. En daar kwam ik weer in contact met schapen. Het begon zo wel weer te kriebelen. Als docent had ik geen vast contract, dus toen er leerkrachten uit moesten, was ik er daar één van.

 

 

Op zoek naar nieuw werk, heb ik toen heb ik gewoon gegoogeld op “vacature schapen”’. En toen plopte er een advertentie op: “Schaapherder in Deventer gezocht.” In navolging van de gemeente Doetinchem wilde Deventer inzetten op meer biodiversiteit door naast machinaal maaien ook begrazing door schapen in te zetten. ‘De datum van de vacature was al verlopen, maar ik kreeg toch de baan. Dat was in 2014. Eerst in loondienst en na een jaar als zelfstandig ondernemer.’

Schapen of machine
Twee keer per jaar is er een evaluatie van de staat van de terreinen waar begraasd en machinaal gemaaid wordt. Dit doet de schaapherder samen met een ecoloog die gespecialiseerd is in schapenbegrazing. Op basis daarvan worden de plannen voor het volgende jaar gemaakt. Het is de bedoeling dat de biodiversiteit vergroot wordt door het werk van de schapen. De ecoloog maakt jaarlijks een globale telling van het aantal planten. Marianne ziet heel duidelijk dat het aantal orchideeën is toegenomen. ‘En de Klokjesgentiaan leek te zijn verdwenen, maar opeens was hij er weer, bijvoorbeeld op het Vlierspad in de wijk Borgele.’ Hetzelfde geldt voor de gevlekte Rietorchis.’

 


Marianne ‘graast met de natuur mee’
De schaapskudde bestaat uit schapenras Veluws heideschaap en het Franse Solognote-ras. Er is een globale planning voor de begrazing. Marianne komt drie keer per jaar op alle plaatsen, waar de schapen ingezet worden voor begrazing. ‘Ik let op wat er groeit en bloeit. Het ene jaar is het droog, het andere nat. Als het nat is slaan we stukken over. En bijvoorbeeld met een koud voorjaar groeit het gras later, dan begraas je natuurlijk ook later. ‘Tijdens de tweede graasronde in het bloeiseizoen worden veel bloeiende stukken uitgerasterd, zodat de bloemen kunnen bloeien en zaad kunnen zetten. De schapen lopen dan wel het gebied heen, en dat zie je terug in de verspreiding van de zaden en daarna de opkomst van de planten.’

 


Schapen in Worpplantsoen
Het was even wennen voor de dagelijkse bezoekers van het Worpplantsoen. Gingen die schapen het hondenuitlaatveld overnemen? Toen de schapen hier voor het eerst werden ingezet, was Marianne de hele dag aanwezig om bezoekers van het plantsoen uit te leggen wat de bedoeling van de schapen is. Zo wordt in het Worpplantsoen zowel machinaal gemaaid als door schapen begraasd. ‘Hier is goed te zien waar de schapen aan het werk zijn geweest en waar de maaimachine. Op het veld waar gespeeld wordt en mensen samen komen om te chillen is het gras gemaaid, In andere delen van het plantsoen worden schapen ingezet. Daar is de begroeiing veel ruiger. De schapen worden pas in juni ingezet, want tot die tijd bloeit vogelmelk volop.’

Verplaatsing van de kudde
In het Worpplantsoen wordt steeds een plek afgezet waar de schapen gedurende één dag kunnen grazen. De volgende dag worden de stroomnetten weer verplaatst. Als de schapen de helft van het Worpplantsoen hebben begraasd, gaat de kudde naar Voorst. Dat is drieënhalf uur lopen. Na Voorst wordt weer de Worp aangedaan om de andere helft te begrazen. De schaapskudde loopt altijd onder begeleiding van de Marianne, medewerker Peter Toorneman en een bordercollie van de ene plek naar de volgende. Zo lopen ze ook over de spoorbrug. Een enkeling die bang is te laat op werk/school of ander afspraak te komen krijgt het advies een foto van de kudde te nemen: volgens Marianne komt het dan wel goed.

            


Eten wat de pot schaft
Schapen vinden het fijn om te kunnen kiezen wat ze eten. Gras bijvoorbeeld, vinden ze lekker. Maar dat kan niet altijd. Het is ook hun werk om te eten waar ze niet voor kiezen, zoals bosopslag. Als er niets anders is om te kiezen, doen ze dat ook. Daar zorgt de schaapherder voor. Als ze honger krijgen eten ze dat wel. Dat duurt maar een dagje en dan gaan ze weer verder. ‘Berenklauw vinden ze lekker, evenals brandnetels en de Japanse duizendknoop.’

Bruintje en Bolneus
Bruintje was een van de schapen waar Marianne mee begonnen is. ‘Dit schaap is gebleven tot haar pensioen. Zo gauw schapen hun tanden gaan verliezen, rond hun achtste jaar, zijn ze niet meer geschikt voor de begrazing. Dan worden ze verkocht aan een handelaar.’ De uitzonderingen waren lievelingen Bruintje (12 jaar) en Bolneus (14 jaar.) Zij zitten nog steeds in de powerpointpresentaties die Marianne geeft.

 


Schapen in de stad
Begin april gaan de schapen voor het eerst de parken in. Dan is de kudde het allergrootst. ‘We moeten daarvoor ook over de Wilhelminabrug, en dat doen we altijd op zondagochtend, want dan is er weinig verkeer.’ Zo ook op een memorabele, mistige zondagmorgen in 2017. Marianne en haar kudde liepen in de mist op de Wilhelminabrug. ‘Ik liep met mijn hond voor de kudde en schoot met mijn mobiel een foto, die iemand kort daarna op Instagram plaatste. De foto werd heel veel gedeeld en die middag werd ik gebeld door het journaal met de vraag of ze die foto mogen gebruiken. Die avond zaten we voor de tv bij het weerbericht. En daar zag ik mijn foto weer!’

Reacties publiek
Sommige mensen vinden “het er niet uitzien” als een stuk park begraasd is. Het ziet er dan op sommige plaatsen nog ruig uit. Of ze vragen of er daarna nog gemaaid wordt. Meestal kan Marianne de mensen rustig uitleggen hoe het werkt en wat de bedoeling is van begrazen door schapen in plaats van de maaimachine erop los te laten. Vaak staan de mensen er dan positief tegenover. Kinderen vinden het altijd heel erg leuk als er schapen in hun woonbuurt aan het begrazen zijn.

 


Door woningbouw minder begrazing?
Er verdwijnen begraasplekken en er komen nieuwe bij. Op het industrieterrein zijn kleine stukjes groen verdwenen, omdat er gebouwd is. Ook het groen naast het politiebureau aan de Holterweg wordt niet meer begraasd, omdat er gebouwd gaat worden. Op dit stuk groen hielden de schapen de Japanse duizendknoop in bedwang. Bij Steenbrugge verdwijnen er ook stukjes groen doordat er meer huizen worden gebouwd. In de nieuwste nieuwbouwwijk De Tuinen Van Zandweerd gaan de bewoners in de toekomst ook de schapen zien voor natuurlijk maaibeheer.

Biodiversiteit neemt toe
Sinds de schaapskudden ingezet wordt bij het groenbeheer neemt de biodiversiteit toe. Alle reden om ermee door te gaan. Wij kunnen ons als inwoners van Deventer verheugen van de aanblik van de schaapskudde in onze wijk, in de stad of waar dan ook in het stedelijk gebied.

Meer weten over de Deventer Schaapskudde? Zie www.deventerschaapskudde.nl

Fotografie: Viorica Cernica

 

Verhalenmaker Petra Baars wandelt regelmatig over landgoed De Bannink en zo ook langs biologische Tuinderij Haverkamp.

Benieuwd naar het verhaal achter deze schilderachtige locatie met ieder seizoen wisselende gewassen op het land, ging ze in gesprek met de eigenaren Heleen Hennink en Jopie Duinhouwer. ‘Omdat wij niets doodspuiten, zie je hier veel meer leven.’

 

 

 

Fotografie: Petra Baars