De verhalen
De verhalen

Vier jaar bloed zweet tranen en Schalkhaar heeft weer een dorpshuis. Johan Schintz en Annemarie Bouwman zijn nauw betrokken geweest bij de realisatie ervan en blikken terug. Aanvullend vertelt Geert van Haaren over de inzet van de 35 bouwvrijwilligers bij de verbouwing. 

Johan Schintz en Annemarie Bouwman voor het dorpshuis.

Sluiting kerk
De beoogde sluiting van de Nicolaaskerk in 2021 speelde een grote rol in de realisatie van het Dorpshuis Schalkhaar. Bouwman: ‘Gelukkig heb we dit plan kunnen keren. Wat zou dat wel niet hebben betekend voor de parochianen van de Nicolaaskerk’, herinnert Annemarie Bouwman zich nu nog. Schintz: ‘We zijn de strijd aangegaan met het bestuur van De Heilige Lebuïnus Parochie en eind 2021 werd het besluit teruggedraaid en bleef de Nicolaaskerk behouden voor Schalkhaar.’

Oprichting Stichting
Dit was ook de start van de projectgroep Dorpshuis Schalkhaar. Bouwman: ‘In de coronatijd werd duidelijk dat Schalkhaar een plek mistte om bij elkaar te komen. Met het verdwijnen van vier cafés en het voormalige dorpshuis Haarhuus was er geen ontmoetingsplek meer in Schalkhaar. ‘Meermalen is het Koetshuis genoemd als toekomstig dorpshuis. Toen de Nicolaaskerk bereid was dit gebouw af te staan, werd er snel overeenstemming bereikt over de verhuur van het Koetshuis.

De projectgroep werd ontbonden en daarvoor in de plaats werd de Stichting Dorpshuis Schalkhaar opgericht, wat op 11 maart 2024 notarieel werd beklonken. Martin Koot werd voorzitter. Geert van Haaren was bereid het secretariaat op zich te nemen en Saskia Huis in ‘t Veld werd de penningmeester.

‘En niet te vergeten Wilma Berenschot, die in 2024 plotseling overleed. We missen haar nog steeds’, kijkt Schintz bedroefd terug. ‘Samen met mij trad zij op als adviseur en aanjager van het stichtingsbestuur. Wilma werd na haar overlijden opgevolgd door Harry Huisman.’

Bouwplan
Voor de Stichting was het duidelijk dat het Koetshuis helemaal gestript en opnieuw ingericht moest worden. ‘De Projectgroep ging aan de slag met het ondernemingsplan, ze zochten naar subsidieverstrekkers wat enkele tonnen aan subsidie opleverde. Daarnaast zijn vele lokale ondernemers ons gunstig gezind en krijgen we van hen substantiële kortingen op aan te schaffen goederen. Daar zijn we heel blij mee!’, aldus Schintz.

‘Omdat het zo lang duurde klopte er niets meer van de oorspronkelijke begroting’

Jan Daggenvoorde was inmiddels toegetreden tot het bestuur en kreeg de verantwoording voor de bouwkundige begroting en de uitvoering van de verbouwing, de selectie van de hoofdaannemer, de installateur en de onderaannemers.

‘In beginsel ga je uit van aannames tot het uiteindelijke plan. Dit hele proces heeft zo’n twee jaar geduurd’, alsdus Schintz. Volgens Schintz kwam dat door Corona en het ambtelijke proces. ‘Omdat het zo lang duurde klopte er niets meer van de oorspronkelijke begroting. We kregen te maken met enorme prijsstijgingen van 20 tot 30 procent. Daarom hebben we het hele bouwplan moeten bijstellen. De geplande lift naar de bovenverdieping werd geschrapt. Ook een toilet boven is gesneuveld en een extra vouwwand in de grote vergaderzaal boven kon vanwege de kosten niet doorgaan,’ blikt Schintz terug.

Vergunningen
‘Voordat we met de verbouwing konden beginnen moesten we aan de slag met de diverse vergunningen. De Omgevingsvergunning was de eerste horde. Alle belanghebbende buren stonden achter onze plannen, waar we als stichting heel blij mee waren’, aldus Schintz. Dat heeft zeker geholpen met het verkrijgen van de omgevingsvergunning in juli 2025. ‘Vrij snel daarna zijn we september 2025 begonnen met de verbouwing. Het traject van idee tot vergunning heeft daarmee zo’n vier jaar geduurd’, rekent Schintz voor.

‘De ambtelijke kant, die gaan over de procedures, de vorm, de vierkante meters dat was en is nog steeds een lastig traject. Dat viel en valt niet mee’, concludeert Schintz. ‘Zelfs nu nog lopen we tegen futiliteiten aan. Zoals het creëren van een terras. Niet toegestaan. Zelfs twee Franse stoeltje met een tafeltje, het mag allemaal niet. Ook vlaggen, een simpel bord, of een bord op de gevel met de tekst ‘Dorpshuis Schalkhaar’, daar moet je zelfs een vergunning voor aanvragen. ‘Zelfwerkzaamheid wordt door de gemeente omarmd, tenminste het College van B&W en alle fracties. Maar in de uitvoering (door de ambtenaren) valt dit zwaar tegen’, verzucht Schintz.

Inmiddels is de Exploitatievergunning binnen maar de Alcoholwetvergunning laat nog op zich wachten’, aldus Schintz. ‘We hebben goede hoop want de gemeente Deventer heeft beloofd dat we tijdens de officiële opening van het Dorpshuis Schalkhaar op 11 en 12 september 2026 licht alcoholische drank mogen schenken.

Zelfwerkzaamheid
Die hele verbouwing is gedaan door twee vaste aannemers, Obdeijn Broekland voor het bouwkundig traject en Assendorp voor alle installatie-werkzaamheden. Daarnaast waren er nog vele onderaannemers werkzaam. En niet onbelangrijk, vele vrijwilligers hebben ruim 4.000 uur in de verbouwing gestoken, met een geschatte waarde van meer dan € 100.000,-.

Al voordat we alle vergunningen binnen had de stichting een uitroep gedaan voor vrijwilligers. ‘Het was nog een behoorlijke uitdaging om voldoende vakbekwame vrijwilligers te krijgen. We hadden een inschatting gemaakt en dat lukte. Via een uitroep hadden 37 mensen zich aangemeld voor de bouwwerkzaamheden en 15 dames voor de catering. Ik ben zo trots op het eindresultaat.’ Teleurstellend vindt Schintz het dat de Schalkhaarder van middelbare leeftijd het volledig heeft laten afweten.

Die verbouwing is gedaan door twee vaste aannemers, Obdeijn Broekland en Assendorp.

Mooie momenten
‘Gelukkig waren er ook mooie momenten’, vertellen Bouwman en Schintz, ‘zoals het tekenen van het huurcontract, de definitieve subsidies en vergunningen maar vooral de groep vrijwilligers waardoor we veel meer zelf hebben kunnen doen dan we hadden ingeschat. We zijn trots op al onze vrijwilligers, de slopers, de kruiers en dragers en de vaklieden en niet te vergeten de 15 dames die voor de koffie en de koekjes zorgden. Speciaal willen we hier noemen: de werkvoorbereider Jan Mulder en later vanwege fysiek ongemak werd dat overgenomen door Wim Klein Koerkamp én Geert van Haaren als de projectmanager, die elke dag weer vol enthousiasme de ploeg aan het werk hield.’

‘Een vrijwilliger stond zelfs puin te scheppen op sandalen’

De bouwvrijwilligers
September 2025 kon dan eindelijk het werk beginnen. De architect had zijn werk gedaan. ‘De verdere werkverdeling van ging eigenlijk als vanzelf. Vrijwilligers met specifieke talenten namen daarin het voortouw. Gaandeweg vormden zich goed samenwerkende duo’s op het gebied van timmeren, elektra en schilderen. Sommige vrijwilligers hadden weinig of geen bouwervaring, maar pakten andere taken op, zoals het slopen, puin en zand kruien, vloeren aanvegen en materialen aan- en afvoeren. Op veiligheid moesten we soms wijzen, bijvoorbeeld op veiligheidsschoenen; één vrijwilliger stond zelfs puin te scheppen op sandalen’, memoreert Geert Van Haaren met een lach. Hij was samen met Harry Huisman verantwoordelijk voor de planning en inzet van de vrijwilligers.

Tijdens de interne sloop werd boven op zolder nog een oud kerkbankje gevonden. Dit kerkbankje is opgeknapt en doet nu dienst als bank bij het biljart. Opvallend waren de vele bidprentjes van Maria van Frieswijk die verspreid in het gebouw werden gevonden.

Afstemming
‘De vrijwilligers stemden hun werk steeds af op de planning en uitvoering van de professionele partijen zoals de aannemer, wandenbouwer, stukadoor, installateur en lichtbedrijf. ‘De samenwerking was uitstekend’, concludeert Van Haaren. ‘Sommige klussen duurden langer dan gepland en de vrijwilligers namen ook werk over dat eerst voor professionals was bedoeld, zoals tegelzetten, internet, geluid en een deel van de lichtinstallatie’, weet Van Haaren.

De echte deskundigen vonden soms dat timmer-, verf- of sauswerk beter kon. Tegelijk toont juist dat de charme van vrijwilligerswerk: de vrijwilligers pakten alles aan, ook buiten hun expertise. Mooi om te zien’, aldus een trotse Van Haaren.

Opvallend waren de vele bidprentjes van Maria van Frieswijk die verspreid in het gebouw werden gevonden.

Tegenvallers
‘Niet alles liep op rolletjes. Er waren ook tegenvallers tijdens de bouw. Zo moesten we drie zware betonvloeren slopen, meer zand kruien dan verwacht, plafondbalken verzwaren, er moest een extra fundering en tussenmuur worden aangelegd. Verder waren vele muren en vloeren schever dan verwacht. De bodem waarop de warmtepompen zouden komen te staan was vervuild en moest worden gesaneerd. De isolatie en akoestische houtwolcementplaten moesten op maat worden gemaakt. De riolering moest op sommige plekken worden vervangen en worden uitgebreid.’

De grootste tegenvaller zegt Van Haaren, was het wegvallen van de uitvoerder door persoonlijke omstandigheden. Gelukkig werd dit snel overgenomen door een ervaren timmerman uit de groep vrijwilligers. In totaal werkten de vrijwilligers 4.134,5 uur, ruim boven de verwachte 2.000 uur.

Inwoners aan zet
Het is nu aan de ruim 6.000 inwoners van Schalkhaar om gebruik te maken van de huiskamer, vergaderruimte annex biljartkamer en nog eens drie vergaderruimtes. ‘Wij bieden een plek om samen te komen. Er is een collegiale samenwerking met de Lindeboom en alle 20verenigingen in Schalkhaar hebben zich solidair getoond met het Dorpshuis.

‘Dat zal niet direct veel inkomsten genereren. Maar gelukkig leveren de 110 vrienden en 25 donateurs van het Dorpshuis Schalkhaar jaarlijks een aardig bedrag op waarmee we hopelijk extra dingen kunnen doen. Bemoedigend is de samenwerking met de kerk, dat geeft veel vertrouwen in de toekomst. Stapje voor stapje werken we naar een succesvol Dorpshuis, net als de ontwikkeling van Schalkhaar Life. Dat begon ook klein’, weet Schintz. Bouwman tot slot: ‘We mogen dromen. Toch?’

Overigens is het Dorpshuis al sinds 15 juni 2026 in gebruik. Een team van een zestig vrijwilligers vullen de bardiensten in drie shifts van maandag tot en met vrijdag van 10 tot 5 uur. De verwachting is dat het Dorpshuis later dit jaar ook in de avond en het weekend opengaat.

De officiële opening vindt plaats in het weekend van 11 en 12 september 2026.

De historie van het Dorpshuis

 

Het onlangs geopende Dorpshuis Schalkhaar kent een lange geschiedenis. Daarover had ik een gesprek met onze onbenoemde dorpsarchivaris Herman Sonnenberg. Dat gesprek vond plaats in juli 2024. Heel triest is het dat Herman Sonnenberg onlangs op 5 augustus 2026 op 90-jarige leeftijd is overleden.

Terug naar juli 2024. Voordat ik Sonnenberg ook maar een vraag kan stellen, toont hij mij een boekje en een video waarin hij uitgebreid ingaat op de historie van met name het Koetshuis.

Ergens medio negentiende eeuw werd letterlijk de fundering gelegd voor wat nu ons dorpshuis is. In het boek de Schallinckhaer (2012) van Tonny Mulder zien we de paardenstal annex koetshuis voor het eerst in een illustratie die het gebouw dateert in 1835. Volgens Sonnenberg werd de basis van het huidige dorpshuis echter veel eerder gelegd. Samen met de huidige Lindeboom en het Brinkmanshuis (nu nog steeds het boerderijtje aan de Kerkweg 2) behoren het volgens hem tot de oudste gebouwen van Schalkhaar. ‘Het is nadien verschillende keren verbouwd maar de contouren zijn hetzelfde gebleven. Het Koetshuis was vanaf de bouw in gebruik als stalling en semi-bewoning.’ Tot begin 1920 was de laatste bewoner landbouwer/orgeltrapper Johannes Antonius Dibbelink, lezen we in het boek ‘Schalkhaar. Zicht op Kerk en dorp’ (1993). Nadien was het alleen nog in gebruik als paardenstal, als koetshuis en als garage.

In 1933 werd de kerk verbouwd tot het huidig formaat. Het zou volgens Sonnenberg best mogelijk kunnen zijn dat het Koetshuis daarna weer in gebruik is geweest als woonhuis, maar welke functie het Koetshuis tot na de Tweede Wereldoorlog had is niet bekend. Daarna was het vooral bekend als parochiezaaltje en is het gebruikt voor allerlei doeleinden, van parochiezaal, tentoonstellingsruimte (2002), noodschooltje (2005), bibliotheek en tot augustus 2025 werd het gebruikt door Schalkhaar Life! en tot het laatst als koffieruimte voor de Tuinploeg van de Nicolaaskerk. Sinds 15 juni 2026 doet het dienst als Dorpshuis Schalkhaar.

 

Geert van Haaren

Herman Sonnenberg

 

 

Lees hier binnenkort het interview dat Anne Koot had met Eibert de Ruiter, over zijn band met de beelden van Titus Leeser.

 

 

 

Lees hier binnenkort het interview dat Petra Baars had met Saskia de Kroes, Derk Bunschoten en Renske Achterkamp, over haar herinneringen aan de beelden van Titus Leeser, voor hun school.

 

 

 

Lees hier binnenkort het interview dat Marcel Mulders had met Manja Pach, over haar band met de drie synagogen van Deventer.

 

 

 

Lees hier binnenkort het interview dat Ralph Kleinbussink had met Josien in ’t Hof, over zijn band met het pand waarin Kunstenlab is gevestigd.

 

Fotografie: Viorica Cernica

 

Lees hier binnenkort het interview dat Rolf Arendsen had met Gerard Gervedink Nijhuis , over zijn band met de dorpskerk van Bathmen.

 

 

 

Lees hier binnenkort het interview dat Lia van Nimwegen had met Hans de Witte, over zijn band met sociëteit de Hereeniging. En in het bijzonder de kegelbanen in de kelder.

 

 

 

Al 45 jaar speelt de Broederenkerk een rol in het leven van Fien Minis. Sinds ze in Deventer kwam wonen, voelt ze zich verbonden met de kerk. ‘Je komt naar de Broederenkerk en je maakt wat mee.’

Haar eerste indruk van de kerk staat haar nog helder bij: ‘Wauw, dít is een mooie kerk.’ Vooral de bijzondere vloer bleef haar bij. Die bestond destijds nog uit grindtegels. ‘Wie bedenkt het om in zo’n mooie kerk grindtegels te leggen? Heel bijzonder.’ Tijdens de restauratie van 2012-2014 zijn deze tegels verwijderd. Dat kwam dan wel weer ten nadele van de akoestiek, die was volgens Fien beter mét grindtegels.

Al 45 jaar speelt de Broederenkerk een rol in het leven van Fien Minis.

Aangezien Fien de kerk regelmatig bezocht, vroeg pastoor Van Oostrum of ze iets voor de kerk wilde betekenen. Ze begon toen in de werkgroep Kerk en Samenleving. Gaandeweg raakte Fien verzeild in allerlei andere werkgroepen. Ze is er iedere dag, in de Broederenkerk. Er gebeurt iedere dag wel wat; iets geks iets bijzonders, een ontmoeting, ergernisjes. Mijn man zegt ook: ‘Je komt naar de Broederenkerk en je maakt wat mee.’.

De Broederenkerk.

Bidkapel, kerkruimte, stilte
Iedere middag sluit Fien om 17 uur de bidkapel. Als daar nog iemand aan het bidden is, geeft ze die persoon de ruimte. Soms wil iemand ook zijn verhaal doen. Er ligt ook wel eens een zwerver te slapen in de winter. ‘We hebben vloerverwarming, dus dat is lekker warm. Er worden veel kaarsjes gebrand, steeds meer. Een tijd geleden stond er voor de Maria-icoon een pak melk. Dat heeft Fien weggehaald en de volgende dag lag er een halfje witbrood. Misschien een offer of voor iemand die het goed kan gebruiken? Fien dacht wel: zal er morgen een plakje kaas liggen?

De grote kerkruimte is natuurlijk een ontzettend oud gebouw. ‘Ik ga wel eens gewoon stil zitten en laat dan die stilte tot me komen en dan realiseer ik me dat die muren zo vreselijk veel gehoord en gezien hebben. De historie van het gebouw raakt me telkens weer. En dan zijn er natuurlijk de prachtige gebrandschilderde ramen. Fien blijft zich erover verwonderen: ‘Iedere keer is het anders. Als de zon erop schijnt, verandert de lichtinval steeds. De zon draait natuurlijk, en in de loop van het jaar valt het licht telkens weer anders naar binnen.’

Over de prachtige gebrandschilderde ramen blijft Fien zich verwonderen.

Eleonora
Het is een heel speciaal gebouw in meerdere opzichten: qua historie, verhalen, zoals dat van Eleonora. Zij heeft het kapelletje gesticht waaruit uiteindelijk de Broederenkerk voortgekomen is. Er is in 2024 een tentoonstelling over Eleonora geweest. Voor Fien is Eleonora hierdoor gaan leven. ‘Ze was een kind van dertien, werd uitgehuwelijkt, kwam uit Engeland over de Noordzee naar Nederland. Fascinerend en indrukwekkend, maar ook heel tragisch. Maar ook zo sterk. En dat je dan verbonden bent aan een kerk, met die historie vind ik heel speciaal.’

Het tabernakel.

Veerkracht
‘De Broederenkerk heeft wel veerkracht laten zien in de loop der eeuwen. Begonnen als kleine kapel. Uitgebouwd tot dubbelbeuk kerk. Opeens ben je niet katholiek meer maar protestant, opeens niet protestant meer maar wapenopslagplaats, dan ben je een Engelse kerk, dan geen Engelse kerk meer, maar protestant en vandaar weer naar katholiek. Hoe veerkrachtig wil je het hebben?’

Tentoonstellingen
De Broederenkerk organiseert regelmatig tentoonstellingen om publiek naar de kerk te trekken. Deze zomer worden de relieken van de patroonheilige van Deventer, Lebuinus en van de heiligen Radboud, Marcellinus en Mildred tentoongesteld. Allen hadden bij leven een relatie met de Broederenkerk.

Fien zou het verschrikkelijk vinden als de kerk onverhoopt zou sluiten.

Persoonlijke band met de kerk
‘Ik heb er weleens over na zitten denken, zeker na de sluiting van andere kerken in Deventer en omgeving. Hoe zou het nou voor mij zijn als die Broederenkerk dicht zou gaan, onverhoopt? Nou, dat zou voor mij echt een ramp zijn, ik zou het echt verschrikkelijk vinden. Want je bent zo verbonden met die hele gemeenschap hier en met de plek en de hele gemeenschap, de vrijwilligers, mensen die hier werken. Ik moet er niet aan denken, eerlijk gezegd.’

Bijzondere plek in de kerk?
‘Ik ben wel heel erg gecharmeerd van het tabernakel. Het is gewoon heel erg mooi, ook om het mysterie eromheen. Het jugendstilachtige, de engelen, fantastisch. Dat is toch wel een van de mooiste plekken en de bidkapel. En dat komt gewoon door de mensen die daar komen. Door de eeuwen heen zijn wij kleine radertjes binnen het grote geheel. Het gaat altijd maar door. Zoals nu, dat er meer jongeren naar de kerk komen. Ondanks tegenslagen hebben mensen toch iets van “we gaan door, we gaan door”.

Eerste kennismaking
‘De eerste kennismaking met de kerk vond ik eerlijk gezegd een beetje eng. Ik ben niet gelovig opgevoed, mijn man wel. Toen we elkaar leerden kennen zei hij het geloof belangrijk te vinden. Nadat ik had besloten om katholiek te worden ben ik in de leer gegaan bij een vooruitstrevende non. Ik was op het gebied van het geloof een groentje en zij heeft mij aan de hand meegenomen. Dat was heel leuk en fijn. Tijdens de huwelijksmis werd ik eerst gedoopt, heb ik de eerste communie gehad, werd ik gevormd en dus getrouwd. Toen ik voor de eerste keer in de Broederenkerk kwam, vond ik best heel spannend, maar het raakte me ook meteen. Ik vond het meteen een warm bad. Door de ramen, de kleuren, behalve dan die vreselijke grindtegels.’

De tuin met treurbeuk met monumentenstatus
Naast de kerk en achter de pastorie, dus niet zichtbaar vanaf de Engestraat en Broederenstraat, ligt de prachtige tuin. ‘Het is een heel rustige plek, waarbij je geen idee hebt dat je in de binnenstad bent. Met een monument: een fascinerende boom, een treurbeuk, die al een paar honderd jaar oud is.’ Tuinvrouw Anja van de Bomenstichting houdt de conditie van de treurbeuk goed in de gaten. De tuin wordt af en toe gebruikt voor meditaties. En er is jaarlijks een Open Tuindag. En de treurbeuk overziet alles in de tuin.

De Broerenkerk is een plek van en voor verstilling. Middenin de stad. Een uitnodiging om een kaarsje op te steken in de sfeervolle bidkapel, een tijdje te zitten in de indrukwekkende kerkruimte of in de tuin.

Fien in de bij de treurbeuk, in de tuin achter de kerk.

Fotografie: Viorica Cernica

 

 

Benieuwd naar de Broederenkerk? De kerk maakt 12 en 13 september onderdeel uit van Open Monumentendag.

 

Wie door de poort loopt en landgoed de Bannink betreedt, wordt meestal als eerste begroet door de twee Rhodesian Ridgebacks Moya en haar moeder Amai. Waaks, imposant en tegelijk vriendelijk. Zodra hun vertrouwen is gewonnen, zoeken ze een plekje aan je voeten. Daarmee is meteen de sfeer van De Bannink getekend: gastvrij, warm en ongedwongen.

 

Annelies Tegel en Eddy Scheffer wonen al jarenlang in Huize de Bannink, het historische pand op het gelijknamige landgoed. Landgoed de Bannink is sinds 1817, net na de Franse tijd, in handen van het adellijke geslacht Sandberg. Het bestond al vijf eeuwen eerder en tal van Deventer geslachten hebben het in bezit gehad, zoals: Ketel, Penninck, Jordens. Van het geslacht Jordens hangt in de eetkamer nog een schilderij. Het stamt uit 1684 en toont het gezin, kort nadat het op De Bannink kwam wonen.

Annelies trok er ruim dertig jaar geleden in, met wijlen haar man en haar kinderen die destijds drie maanden en drie jaar waren. Annelies en haar toenmalige echtgenoot bewoonden eerder een kasteel in Limburg, niet alleen romantisch maar ook praktisch omdat ze er hun opleidingsinstituut Trainers Academie in konden vestigen. Op een gegeven moment bestond de wens om zich elders in het land te gaan vestigen. Toen ze zich rond Deventer oriënteerden hoorden ze via een makelaar dat Huize de Bannink juist beschikbaar was gekomen als huurhuis.

Van het geslacht Jordens hangt in de eetkamer nog een schilderij. Het stamt uit 1684 en toont het gezin, kort nadat het op De Bannink kwam wonen.

 

‘Ik was nog maar 26 jaar,’ vertelt ze. ‘Het leek een droomplek, maar binnen was het ongeveer onbewoonbaar en de tuin was een jungle.’ In de jaren die volgden hebben Annelies en haar man stap voor stap hun woonomgeving opgeknapt, met veel respect voor de geschiedenis van het gebouw. Toen Annelies als weduwe alleen voor de opvoeding van haar pubers kwam te staan, kon ze wel enige steun gebruiken, soms leek het grote huis wel veel te klein! Zij en Eddy kenden elkaar al uit het trainingsvak en waren goed bevriend. Hij kwam en bleef; uiteindelijk trouwden ze in juni 2012 in hun eigen tuin.

Waar ooit verwilderde stukken grond lagen, bevindt zich nu een groene oase met bloemen, bomen en rustige zitplekken.

Wat hen vooral aanspreekt aan het huis, is het karakter van dit monument; de authentieke houten vloeren, oude haarden en bijzondere details herinneren aan de rijke historie van het landgoed.  ‘Juist die oorspronkelijke elementen geven het huis zijn ziel,’ zegt Eddy. Veel van die details kwamen pas weer tevoorschijn nadat lagen verf en roet zorgvuldig waren verwijderd. Ook de door water omringde tuin kreeg door de jaren heen veel aandacht. Waar ooit verwilderde stukken grond lagen, bevindt zich nu een groene oase met bloemen, bomen en rustige zitplekken. Op een zonnige dag lijkt het haast alsof de tijd er even stilstaat.

 

Wie belangstelling toont voor het energielabel krijgt van Eddy steevast met een knipoog te horen dat het hele huis uitstekend geventileerd is.

 

Een monumentaal huis brengt natuurlijk ook uitdagingen met zich mee. Het onderhoud vraagt tijd en aandacht en er is altijd wel iets te doen. Toch wegen die inspanningen voor Annelies en Eddy ruimschoots op tegen alles wat ze ervoor terugkrijgen. ‘Het voelt echt als thuis,’ zegt Annelies. ‘Dat komt niet alleen door het huis zelf, maar ook door alles wat we hier in de loop der jaren hebben opgebouwd.’

Eén bezwaar kleeft natuurlijk wel aan zo’n pand uit de negentiende eeuw: in de winter is het nauwelijks warm te stoken. Wie belangstelling toont voor het energielabel krijgt van Eddy steevast met een knipoog te horen dat het hele huis uitstekend geventileerd is. Dat is eigenlijk niet zo vreemd, want De Bannink was oorspronkelijk bedoeld als zomerverblijf. Klimaat, ongeacht buiten of binnen, stond destijds duidelijk niet bovenaan het verlanglijstje. Voor Annelies en Eddy vormt het een mooie aanleiding om de koudste wintermaanden regelmatig in Afrika door te brengen, om vervolgens met frisse energie terug te keren naar hun geliefde landhuis.

Eddy Scheffer voor Huize de Bannink.

 

Eddy heeft een bijzondere hobby ontwikkeld die mooi aansluit bij de sfeer van het landhuis. Regelmatig speurt hij naar oude kroonluchters die een tweede leven verdienen. Met veel geduld worden ze schoongemaakt, gerepareerd en opnieuw opgebouwd. ‘Ik vind het mooi om zulke voorwerpen hun uitstraling terug te geven,’ vertelt hij. ‘Ze passen prachtig bij de ambiance van het huis.’

De rust op het landgoed is voor beiden een groot goed. Tegelijk vinden ze het fijn om bijzondere momenten met anderen te delen. Wandelaars die langs het terrein komen, bezoekers die belangstelling hebben voor de geschiedenis van de plek of een bruidspaar dat graag foto’s maakt in de tuin: het zijn ontmoetingen die volgens Annelies en Eddy bijdragen aan de levendigheid van het landgoed.

Eddy geeft oude kroonluchters een tweede leven.

Ook de geschiedenis van De Bannink blijft hen fascineren. In het gebouw en op het terrein zijn nog altijd sporen van het verleden zichtbaar. Zo prijkt naast de voordeur een schildje met het oude huisnummer C134, om aan te duiden dat dit ooit huis 134 van Colmschate was. En de zware koperen keukenkranen tonen dat het water vroeger met de hand moest worden opgepompt. In de Tweede Wereldoorlog is hier behoorlijk gevochten. De granaatscherven in de muren zijn hier nog stille getuigen van. Juist door deze zichtbare elementen blijft het verhaal van deze plek tastbaar voor nieuwe generaties.

Wat de toekomst betreft zijn Annelies en Eddy duidelijk: ze hopen nog lang van De Bannink te mogen genieten. Samen met hun honden, de natuur om hen heen en de bijzondere sfeer van een huis dat door de eeuwen heen zijn karakter heeft behouden. ‘Het is een voorrecht om hier te wonen,’ vat Eddy samen, ‘elke dag opnieuw.’

Fotografie: Viorica Cernica

 

Binnenkijken in de Bannink? Dit is 12 en 13 september mogelijk tijdens Open Monumentendag.

 

 

Niet te missen in Deventer bij aankomst per spoor is Het Vogeleiland. Het plantsoen kent een rijke geschiedenis en is sinds 1968 een rijksmonument. Benieuwd naar de band met deze typisch Deventerse plek, ging verhalenmaker AnneMarie Zweers in gesprek met voorbijgangers.


‘Thuis is niks te beleven’

Herman Mulder is geboren in Deventer. Op zijn dertiende verhuist hij met zijn ouders naar Hoogeveen. Daarna heeft hij op meerdere plekken in Nederland gewoond en gewerkt. Na het overlijden van zijn vrouw is hij ruim vier jaar geleden weer terug in Deventer.


Dat werd ook een hernieuwde kennismaking met het Vogeleiland, dat ik kende vanuit mijn kindertijd. De liefde voor de natuur kreeg ik van mijn vader mee. Die wist veel van vogels, maar wees mij ook op de grote vissen, goudwindes, in de gracht. Ik ging kijken hoe het er na al die jaren uitzag en wat er nu te beleven valt op het Vogeleiland. Ik sprak met vrijwilligers en kwam ook in contact met Freekje Vervoord, voorzitter van Stichting Vogeleiland. Het sprak mij aan wat de stichting allemaal organiseert.

Als het enigszins kan, ga ik op zondagen naar het Vogeleiland, om naar de livemuziek te luisteren. Thuis is niks te beleven! Eerst koffiedrinken en een taartje eten bij Mees en op mijn gemak een plekje zoeken om naar de muziek te luisteren en mijn pijpje roken. Zo’n middag is voor mij een pracht van een ontspanning. Ik sponsor de muziekmiddagen ook een beetje. Heel mooi laatst; het publiek applaudisseerde voor de musici én tegelijkertijd krijste de pauw naar hartenlust mee. Terwijl deze stil was tijdens het optreden. Machtig mooi!”

 


‘Ik kom hier graag met mijn dochtertje’

Op het terras van Mees, dat is gevestigd op Vogeleiland, zit Dilan. Ze kent het Vogeleiland al van kinds af aan. Inmiddels zelf moeder, bezoekt ze het plantsoen regelmatig met haar dochtertje.

“Ik kwam hier vroeger met mijn ouders. Van vroeger kan ik me herinneren dat je wel wat meer dieren had, verschillende soorten. Maar de laatste jaren hebben ze dat helaas veranderd. Vroeger waren er ook dieren die je eerder in een dierentuin zou verwachten. Vogeleiland is een heel mooi initiatief voor gezinnen, om wat te kunnen eten en drinken en de kinderen kunnen even kijken naar de dieren. Het is een mooi stukje natuur dichtbij huis. In mijn vrije tijd en met mooi weer vind ik het fijn om hier met mijn dochtertje naar toe te komen. Zij had er heel veel zin in om dieren te zien. Ze keek er naar uit om verschillende soorten te zien, maar dat was niet zo. Toch vond ze het leuk. Ze vindt elk dier leuk. Ze is nu op het terras met de hond van iemand aan het spelen. En niet te vergeten: ik vind het leuk om hier te highteaën. De combinatie park, vogeleiland en horeca vind ik wel heel erg fijn.”

 

 

‘Het is mooi om hier even te gaan zitten’

René Rook heeft zich net geïnstalleerd op een bankje. Zijn rugzak staat ernaast en hij heeft zichzelf net voorzien van een drankje uit de thermoskan.

“Het is mooi om hier even te gaan zitten, tussendoor. Nu zit ik te wachten tot mijn fiets gemaakt is, bijvoorbeeld. Dat duurt wel een paar uur. En dan is dit een aardige plek. Je kan een beetje mensen kijken. Het is een beetje speels ook door die heuvel die hier loopt. Ik woon hier nu iets langer dan tien jaar, maar kwam hier eerder al, omdat mijn ouders in Deventer wonen. Als je met de bus aankomt op het station en bijvoorbeeld naar de Smedenstraat wil, is de snelste weg door het Vogeleiland heen. Een snelle en ook prettige verbinding tussen station en binnenstad. Er is in die jaren wel wat veranderd. Algeheel is het een keer opgeknapt. Het is wel grappig om niet te weten wát er dan veranderd is. Ik weet wel dat waar nu die tent staat, eerder twee varkentjes zaten, met een schuurtje. Nu is die plek ingenomen door uitbreiding van de horeca. Je kan er nu ook koffie krijgen.”


Historie

Het Vogeleiland ligt in het Oude Plantsoen, zoals het Rijsterborgherpark in de volksmond nog steeds genoemd wordt. Het is eind 19e eeuw ontworpen door architect Leonard Springer. Generaties Deventenaren bewaren mooie herinneringen aan park en Vogeleiland. Een fijn uitje voor de zondagen: brood en ranja mee, plus een bal en iedereen was blij. Vogels en andere dieren kijken op het Vogeleiland, onder andere aapjes. Na jaren van verval en zelfs sluiting van het Vogeleiland kwam de bevolking van Deventer in opstand toen het gemeentebestuur de gracht rond het eiland wilde dempen. Stichting Vogeleiland werd opgericht om het eiland in ere te herstellen.

Open Monumentendag 2025
Meer weten over de historie van Vogeleiland? Tijdens Open Monumentendag 2025 vindt op zondag 14 september rondleidingen plaatst. Met beeldmateriaal zal er uitleg worden gegeven over hoe het park is ontstaan, wat het nu is en hoe het park in de oude staat teruggebracht gaat worden.

Zie: https://openmonumentendagdeventer.nl/monument/vogeleiland

 

fotografie: AnneMarie Zweers