In 2010 besloot Peter van den Hengel het roer om te gooien: hij zegde zijn vaste baan op en werd eigenaar van Hotel de Vischpoorte. ‘Ik heb nooit getwijfeld.’

Parkeer je auto gratis op de Worp, weten shoppende Deventenaren, toeristen met en zonder fiets, ouders met kinderwagens, wandelaars, feestgangers en boekenmarktbezoekers – en het pontje brengt je ‘s zomers en ‘s winters voor een klein prijsje naar de overkant van de IJssel. En weer terug. Een prachtige entree naar de stad.

Aan de overkant valt bij aankomst direct een fraai wit hoekpand op, aan de Nieuwe Markt, hoek Waterstraat. Hotel de Vischpoorte. Uitzicht op de IJssel. Op ooghoogte liggen in de etalage stapels felkleurige wollen sjaals. Yakwol. Peter van den Hengel, eigenaar van het hotel, vertelt enthousiast en gedreven. ‘Ik besloot in 2010 dat ik hier mijn eigen bedrijf wilde beginnen.’

 

 

Een prachtplek

Peter werd in Friesland geboren, als boerenzoon. ‘Ik heb de heao gedaan in Enschede en daarna de Open Universiteit. Met mijn vrouw en twee zoons woonde ik jarenlang in Deventer, ik had een prima baan in verschillende commerciële functies bij grote bedrijven. Tot het me ging tegenstaan.’ Hij was altijd druk, altijd op reis. ‘Ik vond het werk niet leuk, de sfeer in het bedrijfsleven beviel me niet en ik vond leidinggeven niet plezierig. Daar was ik geloof ik ook niet zo geschikt voor. Mijn ouders verklaarden me voor gek, maar in 2010 heb ik opgezegd. Het roer moet om betekende in mijn geval dat ik me realiseerde dat ik niet meer in loondienst wilde werken. Dat ik autonoom wilde zijn, in de buurt wilde werken van mijn vrouw en onze twee jongens.’

Twee maanden later was Van den Hengel eigenaar van Hotel de Vischpoorte. ‘Het ging vrij soepel. Er waren geen extra diploma’s nodig om een hotel te beheren, we konden met de nodige vergunningen en contracten en met medewerking van de vorige eigenaar en de bank de deal rondmaken. Zeven kamers, op een prachtplek. Een historische plek.’ In 2011 vroeg Peter aan de stadsarchivaris om onderzoek te laten doen naar de historie van het pand. Een Rijksmonument is het, men vond gewelven en een waterput in de kelder. Wie hebben hier gewoond en gewerkt? Wat heeft zich hier in de loop van de eeuwen allemaal afgespeeld?

 

Rijksmonument 12704

Op 18 januari 1445 staat op de Nieuwe Markt 40 als eerste bewoner Engbert Bloeme geregistreerd. In het hoekpand, Trepken, woont dan Willem Randelofs. Peter haalt een map tevoorschijn waarin de indrukwekkende historie van het pand en zijn bewoners uit de doeken wordt gedaan. Eeuwenlang hebben mensen hier handel gedreven en gewoond, mensen met geld en mensen zonder geld, erfgenamen, weduwen, veel ambachtslieden: een koekbakker, meerdere vleeschhouwers, toen een logementhouder, daarna een goudsmid, een suikertrafiek (suikerraffinage), en vanaf begin vorige eeuw een tabaksgroothandel – decennialang werden hier met de hand sigaren gedraaid. ‘Zeven kamers was niet veel, maar ik zag op termijn voldoende uitbreidingsmogelijkheden en ik kreeg er vrijheid in mijn hoofd voor terug’, vertelt Peter. ‘En het belangrijkste: hier voelden we ons thuis.’ Het pand was pas in 2008 als hotel geopend en recent opgeknapt, dus aan onderhoud hoefde vooralsnog niet veel te gebeuren.

 

 

Het ondernemerschap ging heus niet vanzelf, economisch ging het in die jaren wereldwijd niet voor de wind, dus het was echt hard werken. En er waren weliswaar terugkerende gasten, er was aanloop, maar er waren ook dagen dat er maar twee of drie kamers waren verhuurd. En toch. Peter had er alle vertrouwen in dat het goed zou komen.

 

Zuinig leven

En inderdaad, vanaf 2017 nam de welvaart flink toe, evenals de vraag naar wat Hotel de Vischpoorte kan bieden: hotelaccommodatie-plus. Ruime, comfortabele kamers met kitchenette en een zithoek, ook geschikt voor meerdaags verblijf, aangenaam bijvoorbeeld voor gezinnen met kinderen. Peter past zijn hotelkamers aan de toenemende vraag naar appartementen aan, breidt uit en het kómt goed.

 

‘Een boerenzoon en boerendochter kunnen best een tijdje afzien’

 

‘Ik heb nooit een moment van twijfel gehad over de switch. Ik wist waar ik instapte en had volledig vertrouwen in mezelf, ook toen het in het begin nog niet erg hard liep. Een boerenzoon en een boerendochter, mijn vrouw, kunnen best een tijdje afzien. Heel zuinig leven. Het was en is keihard werken en ik sta 24 uur per dag aan want ik kan dag en nacht gebeld worden, ook voor calamiteiten. Ik ben er altijd, ik ontvang de gasten en zwaai ze uit. Dat vinden mensen leuk. En nu gaat het zo goed dat we het wat rustiger aan kunnen gaan doen. Dat is fijn, want ik vind het nu nog leuk, maar niet meer voor 24 uur per dag nu we wat ouder worden. Misschien vindt onze oudste zoon het leuk, die is zich binnen het bedrijf aan het oriënteren en als het hem niet bevalt vinden we het ook goed. Ik heb wat ruimtes afgestoten en een paar appartementen gaan in de lange verhuur.’

En de kleurige wollen sjaals?
‘Als geintje om de pui te laten opvallen vroeg ik een vriend die Nepal ging bezoeken om een aantal yakwollen sjaals mee te brengen, die zijn zo mooi van kleur. En nu blijkt dat gasten enthousiast zijn en voorbijgangers ervoor binnenkomen. Je denkt commercieel of niet.’

 

‘Ik ben er altijd, ik ontvang de gasten en zwaai ze uit. Dat vinden mensen leuk’

 

Prachtige verhalen

‘Het is een schitterende, centrale plek’, zegt Peter. ‘Nu nog meer dan toen we hier begonnen, omdat de buurt flink onder handen is genomen. Het stadhuis, de bibliotheek, theater Mimik en het recent vernieuwde Grote Kerkhof: allemaal voorbeelden van pareltjes waar veel toeristen op afkomen die door de nabije aanlegplaats van het pontje eerst hier in de buurt gaan rondwandelen.

We ontvangen veel gasten met een Deventer verleden of met Deventer roots, en, heel leuk, nogal eens oud-studenten van de vroegere Tropische Landbouwschool die hier in Deventer toentertijd een mooie tijd hebben gehad. Die hebben altijd prachtige verhalen van bijzondere ontmoetingen en memorabele stageplekken over de hele wereld. Veel fietsers die een dagje Deventer doen blijven een dag extra hangen. Evenals mensen die Deventer waarderen voor de historische bezienswaardigheden, voor de winkeltjes, de sfeer en voor publiekstrekkers als de boekenmarkt en de verschillende festivals.’

Een bijzondere gast was recent een Australische man die Deventer bezocht met zijn moeder. Hij had ontdekt afstammeling te zijn van een van de twee burgemeesters op het schilderij De magistraat te Deventer van Gerard ter Borch uit 1667. Dit schilderij hangt nu in het nieuwe stadhuis. ‘Is dat niet leuk? Dan klopt het verleden aan de deur!’

 

 

‘Weet je wat de stad en de lokale politiek een enorme boost heeft gegeven?’ vraagt Peter. ‘De opnames van de film Een brug te ver geregisseerd door Richard Attenborough in 1976. De verfilming van De Slag bij Arnhem, september 1944. De Wilhelminabrug leende zich hier goed voor en het halfgesloopte Noorderbergkwartier zag er toch al uit alsof er een oorlog had gewoed. Maandenlang zwierven beroemde acteurs door de stad die reuring en geld meebrachten. Veel inwoners waren figurant, het uitgaansleven bloeide op, de middenstand vaarde er wel bij en de film werd een wereldhit. De stad was het blijkbaar waard om gezien te worden!’

Pas toen, vanaf ver in de zeventiger jaren, ging Deventer opruimen, opknappen en schoonmaken, herbouwen en investeren en daar is de gemeente sindsdien niet mee gestopt. ‘Alle Deventenaren hebben daar baat bij, en wij binnenstadondernemers dragen daar aan bij. Mooi toch?’

 

Fotografie: Viorica Cernica